Vlaamse kunst in Santiago De Compostela

(tijd) - Ter gelegenheid van het jubeljaar 2004 loopt in het Spaanse Santiago de Compostela een tentoonstelling met middeleeuwse polychrome houten beelden, vooral afkomstig uit Vlaamse collecties. In de 16de eeuw woonden en werkten nogal wat kunstenaars uit de Lage Landen in het noorden van Spanje en bleef veel van hun werk achter. Maar de tentoonstelling 'Stella Peregrinantium' is omstreden.

Dit jaar valt 25 juli, de dag van Santiago of Sint-Jacobus, op een zondag. Daarom is 2004 een jubeljaar. Zo'n jaar in het land waar de apostel Jacobus ligt begraven, is doorgaans goed voor een tentoonstelling met kunst uit de Lage Landen uit de vijftiende en zestiende eeuw. Dat was in het vorige jubeljaar 1999 zo, dat is dit jaar ook zo. Kwamen vijf jaar geleden vrijwel alle werken uit kloosters en kerken aan de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela, ditmaal zijn polychrome houten beeldjes verzameld, voornamelijk uit Vlaamse musea en privé-verzamelingen.

Kruistochten, dynastieke belangen, wolhandel en pelgrimage waren er debet aan dat kunstenaars uit de Lage Landen zich rond de eeuwwisseling van 1500 in het noorden van Spanje vestigden. Het was in cultureel, sociaal en economisch opzicht een boeiende overgangstijd. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden hadden elders in Europa de zogenoemde Ars Nova geïntroduceerd, de nieuwe schildertechniek met olieverf. Spanje stond nog met één been in de Middeleeuwen.

Voor de expositie in 1999 lag de nadruk op drieluiken en beschilderde panelen van minder bekende Vlaamse emigranten. Voor de nu lopende expositie 'Stella Peregrinantium' hebben de samenstellers zich geconcentreerd op polychrome houten sculpturen van religieuze aard. De beeldtaal daarvan sluit aan bij het gedachtegoed zoals de mystici Geert Grote en Thomas a Kempis dat uitdroegen in wat nu de Moderne Devotie wordt genoemd. Het is een religieuze stroming die in feite aan de reformatie vooraf ging en gebaseerd was op een vereenvoudiging en intensivering van de geloofsbelijdenis.

Maar of deze expositie een verantwoord, evenwichtig en coherent beeld geeft van wat onder Vlaams-Spaanse kunst uit de periode 1440-1550 moet worden verstaan, wordt betwijfeld. Die twijfels worden gevoed door de voorgeschiedenis van deze expositie. Commissaris Francisco José Galante staat in Spanje bekend als een specialist van de 19de eeuw. Dat hij zich ineens opwerpt als een ware kenner van Vlaams-Spaanse kunst uit de 15de en 16de eeuw, heeft bevreemding gewekt. Des te meer omdat hij als commissaris van de expositie 'Lumen Canariense' die enkele maanden geleden plaatsvond in La Laguna op de Canarische Eilanden, een eerder genomen Vlaams-Spaans initiatief doorkruiste.

Dat initiatief ging om de catalogisering en restauratie van polychrome houten beelden van Vlaamse kunstenaars die zijn achtergebleven op het Canarische Eiland Isla de Palma, bij toeristen beter bekend als Isla Bonita. In de 16de eeuw vestigden zich op dat eiland enkele Vlaamse families die zich bekwaamden in rietsuikerplantages. In hun kielzog kwamen de Vlaamse kunstenaars en hun religieuze sculpturen van hout. Tientallen beelden bleven achter, maar wetenschappelijk onderzoek daarnaar bleef uit. Dat is intussen op gang gekomen en moet in november resulteren in een expositie in het Madrileense gebouw van de stichting Karel van Antwerpen. Dezelfde expositie is begin volgend jaar te zien in de Sint-Pietersabdij in Gent.

Terwijl de voorbereidingen daarvoor in volle gang waren gezet, doorkruiste Francisco José Galante dat initiatief met een soortgelijke expositie, zonder zich al te veel te storen aan de wetenschappelijke begeleiding. Uiteindelijk werd daarmee de basis gelegd voor 'Stella Peregrinantium', maar dan ontdaan van alle Canarische inbreng, uitgezonderd één schilderij van Joos van Cleve. De Belgische inbreng (catalogusartikelen van Eddy Stols, Hans Nieuwdorp en Robert Didier) is een garantie dat aan die kant de wetenschappelijke begeleiding is gegarandeerd.

De meeste stukken voor deze expositie zijn dan ook afkomstig uit Belgische collecties. Het gaat om het Museum van Schone Kunsten, het museum Mayer van den Bergh en het Vleeshuis in Antwerpen. En verder de Stichting Jan van Caloen in Brussel, het museum Vander Kelen-Mertens in Leuven, het Stedelijk Museum in Mechelen en de Collectie Vandecandelaere in Waregem. Dankzij dit bruikleenbeleid geeft de expositie een beeld van de stijlen die zich in die overgangsjaren vermengden aan de Noord-Spaanse pelgrimsroutes. Enerzijds de laatgotische schoolstijlen uit Brugge, Antwerpen, Mechelen, Leuven en Maasland, anderzijds het nieuwe classicisme dat vanuit Italië langzaam doordrong in Spanje.

Het uitgangspunt voor de expositie is het beeld 'La Virgen de Prima' (De Maagd van Prima), dat in 1526 uit hout werd gesneden door de Nederlandse kunstenaar Cornielles de Holanda die zich in Santiago had gevestigd. Hoewel het niet het meest aansprekende beeld is, is het wel vlaggendrager geworden omdat het sinds jaar en dag een plaats heeft gekregen in een kapel in de kathedraal van Santiago.

Aangrijpender is het eveneens polychrome houten beeld 'Piedad' van Simon van Keulen (gemaakt omstreeks 1500), dat uiteindelijk een vaste plaats zou krijgen in een museum in Valladolid. Ronduit schattig is het parmantige Kindeke Jezus, een beeldje uit de School van Mechelen dat deel uitmaakt van de collectie van een Belgische privé-verzamelaar. Behalve sculpturen zijn er ook etsen (o.a. van Lucas van Leyden), een tapijt en enkele schilderijen te zien, ook alle met bijbelse onderwerpen. De meest aansprekende doeken zijn de Annunciatie, toegeschreven aan Rogier van der Weyden en Ecce Homo van Jan Gossaert. Henk BOOM

'Stella Peregrinantium' is tot 21 maart te zien in het klooster San Martiño Pinario, Plaza de la Inmaculada 5 in Santiago de Compostela. Openingstijden op dinsdag t/m zondag va 10.00 uur tot 14.00 uur en van 16.00 tot 21.00 uur. De toegang is gratis.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud