Genoveerd MoMA presenteert kunst èn architectuur

(tijd) - Topwerken van Claude Monet, Andy Warhol en talrijke andere modernisten en postmodernisten hebben in het Museum of Modern Art in New York eindelijk de plek die ze verdienen, met veel ruimte en licht. En het gebouw van de Japanse architect Yoshio Taniguchi is zélf een baanbrekend kunstwerk, dat bezoekers zal betoveren.

Maar het gaat ook om geld. Het bedrag dat gemoeid was met de tweeënhalf jaar durende opknapbeurt is even opzienbarend als de kunst en haar nieuwe omgeving. Het gebouw in midtown Manhattan (foto: belga) kostte 425 miljoen dollar, en was onderdeel van een algehele reorganisatie met een prijskaartje van 858 miljoen dollar. Dat geld ging deels naar de tijdelijke locatie in Queens. Daar was en is wederom de opslagruimte van het MoMA; de dependance diende tot twee maanden geleden als tijdelijke expositieruimte.

De torenhore rekening moet ten dele door het publiek gedragen worden. Het MoMA gaat als eerste museum in New York 20 dollar (15,30 euro) entree vragen, zodat moderne kunst vanzelf een meer elitaire gelegenheid wordt. Het is een prijsverhoging van 63 procent. Ter vergelijking: de toegang tot het Guggenheim kost 15 dollar. Het beroemde Metropolitan Museum vraagt 12 dollar.

De campagne voor het nieuwe gezicht van het 75-jarige MoMA begon in 1998. Naast de 65 miljoen dollar van de gemeente en 10 miljoen van de staat New York moesten private donors de kosten dragen. Dat was een formidabele uitdaging, zeker in de tijd na de aanslagen van 11 september 2001, toen het toerisme en economische klimaat in de stad te lijden hadden.

Het geld kwam grotendeels van de raad van regenten. Die groep steenrijke stedelingen brachht honderden miljoenen aan. Een voorbeeld was de 89-jarige emeritus-directeur David Rockfeller. Zijn familie was mede-oprichter van het museum, en de jonge David groeide op in een huis dat in 1938 tegen de grond ging om ruimte te maken voor het MoMA. Rockfeller legde 65 miljoen dollar op tafel.

Het verzet tegen de hoge toegangsprijs liep deze week op. Mensen met grote borden liepen voor de ingang op West 53rd Street. De borden toonden een biljet van 20 dollar. Dan Levenson, een kunstenaar uit Brooklyn, legde tegen de verzamelde pers uit waarom. 'De missie van een museum is de deur open te houden, niet een duur merk als Gucci te worden.'

MoMA-directeur Glenn D. Lowry regaeerde kalm. Hij begreep de protesten wel, zei Lowry, maar: 'Als je vindt dat musea gratis moeten zijn, voer dan campagne voor een overheid die dat steunt. In ons land hangt er een prijskaartje aan cultuur.'

Los van het financiële debat zijn de critici het over één ding eens. Het nieuwe MoMA is een baanbrekend gebouw met een adembenemende kunstcollectie. Het ontwerp van architect Taniguchi is geen futuristische tour de force, zoals de geplande bouwsels op ground zero dat wel zijn. Het MoMA is wel een directe reflectie van de kunst die het huisvest. Dat wil zeggen: het pand is twintigste-eeuws en modernistisch, een monument voor een tijdperk.

Dat viel de critici deze week op. Maar het werd niet gezien als een nadeel. Sterker, de New York Times was blij met 'de emotionele energie die voortvloeit uit de kunst zelf'. Nicolai Ouroussoff: 'Het is een van de meest volmaakte werken van architectuur die de stad in tenminste een generatie heeft gezien'.

Door de bouw krijgt de collectie veel meer ruimte dan voorheen. 'Waterlelies', het impressionistische meesterwerk van Monet, heeft een hele muur voor zichzelf. Het hangt op de bovenste etage. Picasso, Van Gogh en andere groten komen er samen. De weg door de galeries en naar beneden is tegelijk ook een grotendeels chronologische weg door de twintigste eeuw. Tal van Europese en Amerikaanse abstracten, minimalisten en pop-kunstenaars passeren de revue. Beneden is kunst van de afgelopen decennia verzameld.

Of het 858 miljoen dollar waard was, valt onmogelijk te zeggen. Smaak is subjectief. Dat een gang door de moderne kunst de 20 dollar entree waard is, lijkt wel zeker.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud