Advertentie

Belgische jazzwereld kijkt in spiegel aan vooravond van festival Les Lundis d'Hortense

(tijd) - De Belgische jazzwereld heeft vrijdag iets te vieren. De jazzmuzikantenvereniging Les Lundis d'Hortense wordt dertig en pakt uit met een tweedaags festival in de Botanique in Brussel. De Belgische jazz is in volle bloei: jong talent studeert vlotjes af aan conservatoria en muziekscholen, en de doorstroming naar clubs en podia lijkt prima te verlopen. Dankzij of ondanks de overheid?

'Jazz trok me aan omdat ik er een formele onberispelijkheid en instrumentale precisie in vond die ik bij klassieke muziek bewonderde, maar die ontbrak in populaire muziek.' Het zijn de sacrale woorden van Django Reinhardt, de Belgische wondergitarist die na zijn heengaan in 1953 een vooraanstaande plaats kreeg in de hall of fame van de internationale jazz.

Ondanks een handicap aan zijn linkerhand was Reinhardts virtuoze gitaarstijl ronduit revolutionair, dixit jazzkenners wereldwijd. Reinhardt had een Belgisch paspoort, omdat de woonwagen van zijn ouders op het moment van zijn geboorte toevallig op Belgisch grondgebied stond. Zijn geest dwaalt morgen ongetwijfeld als een gekruld gitaarakkoord rond boven de Botanique, het cultureel centrum van de Franse Gemeenschap en thuishaven voor de dertigste editie van het festival Les Lundis d'Hortense.

Les Lundis d'Hortense is een muzikantenvereniging uit Brussel die de Belgische jazz promoot. Het biedt op de website jazzinbelgium.com een vrij complete staalkaart van de Belgische jazzscene. Toch zijn op het festival alleen Franstalige en buitenlandse artiesten uitgenodigd, uitgezonderd de Vlaamse saxofonist Ben Sluijs. Laat nu net die dichotomie tussen Vlamingen en Walen een bindende factor zijn voor onze jazzscene. Vraag aan de Vlaamse trompettist Bert Joris, de Franstalige altsaxofonist Fabrizio Cassol (Aka Moon) of aan Brusselaar Philip Catherine wat hen in se samenbrengt, ze zullen in koor antwoorden: hun liefde voor de jazz. Daarom is het voor de overheid ook zo'n huzarenwerk om de Vlaamse jazzscene in kaart te brengen.

Het succes van onze jazz is voor een stuk de verdienste van het onderwijs. Sinds enkele decennia beschikken de meeste conservatoria over een jazzopleiding. Volgens specialist Jempi Samyn gebeurt het zelfs geregeld dat studenten klassiek overlopen naar de jazz. Ook het aantal speelgelegenheden is er serieus op vooruitgegaan. Brussel telt een zevental clubs waar regelmatig jazz wordt geprogrammeerd.

Investeert de overheid voldoende in jazz? Sinds 1999 krijgen twee 'Vlaamse' jazzensembles structurele subsidies: het Brussels Jazz Orchestra en Octurn. Ook enkele jazzfestivals worden ondersteund, waaronder Blue Note in Gent. De Vlaamse overheid honoreert daarnaast ook de Jazzlab Series. Dat productielaboratorium brengt cd's uit en leidt de beste Vlaamse muzikanten naar de podia.

Dat podiumaanbod is de jongste jaren uitgebreid met de vele culturele centra en kunstencentra die ons land rijk is. De doorstroming van jazz naar dat circuit is een goede zaak. Gesubsidieerde centra betalen hogere gages dan de doorsneejazzclub, en de professionele omstandigheden zijn er een pak beter.

De echte jazzclubs zitten in de slechtste papieren, luidt het in de sector. 'Heel wat evenementen, festivals en kunstencentra worden relatief goed bedeeld, maar er blijft te weinig geld over voor kleinschalige organisaties', zegt Luc De Baets, de hoofdredacteur van het driemaandelijkse tijdschrift Jazzmozaïek. 'De laboratoriumfunctie van kleine clubs is even belangrijk als de toonfunctie van grote festivals. De overheid vergeet dat wel eens.'

Toch is er wel degelijk een inhaalbeweging bezig, stelt Rik Bevernage. Hij is jazzprogrammator in De Werf in Brugge en lid van de beoordelingscommissie muziek. Op dit moment bestudeert hij de subsidiedossiers van jazzactoren die graantje willen meepikken van het kunstendecreet. 'In de commissie is de openheid voor nieuwe structuren of organisatievormen groter dan ooit. Er is zelden een discussie over een bepaald genre. Het probleem is gewoon dat jeugdclubs en ook culturele centra niet voluit de kaart van de jazz durven te trekken, omdat de druk van de cijfers te groot is. Hoe kunnen we dat stimuleren? Door als overheid met die huizen te praten. Het heeft geen zin zomaar geld te geven in de hoop dat ze meer jazz zullen programmeren.'

En de muzikanten? De 28-jarige pianist Jef Neve trad vorig jaar bijna 150 keer op, vooral in eigen land. 'Vergeleken met onze buurlanden doen we het niet slecht', zegt Neve. 'Zelfs in de Verenigde Staten spelen de grootste jazzmuzikanten voor 50 euro in penibele omstandigheden. Het hoort er een beetje bij. Zo'n club is in de eerste plaats een onderzoeksterrein. Ik ben al tevreden als mijn piano gestemd is. Als je wilt sterven als jazzmuzikant, moet je er als multimiljardair aan beginnen.'

Toch houdt Neve geen pleidooi voor gesubsidieerde jazzclubs en cafés. 'Het zijn privé-aangelegenheden, en dat kan maar beter zo blijven. Het is ook een onrealistische droom, want er is toch geen geld voor.' Hij voegt er wel aan toe dat hij van geluk mag spreken dat hij in het vangnet van de gesubsidieerde huizen terechtkan. 'Zij werken met eerlijke uitkoopsommen.'

Jazz blijft tot slot ook een gevecht tegen de contouren van de Belgische staat. Luc De Baets: 'Jazz is een discipline die geen grenzen kent, en niet communautair of taalgebonden is. Ik heb moeite met initiatieven als de Flemish Jazz Meeting, een ontmoetingsdag voor Vlaamse muzikanten en buitenlandse organisatoren. We kijken veel te weinig over de taalgrens.'

Les Lundis d'Hortense, 17 en 18 februari, Botanique, Brussel. Met Kenny Wheeler Quartet, Sabin Todorov Trio, Rêve d'Eléphant Orchestra en het Magik Milk Orchestra. Ook op het programma: een fototentoonstelling en filmvoorstellingen over dertig jaar jazz in België Info: www.botanique.be of 02/219.58.51

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud