'Boeiende muziek maken blijft mijn drijfveer'

(tijd) - Gentenaar en wereldburger René Jacobs heeft een bijzonder succesvol jaar achter de rug waarin hij met onderscheidingen overladen werd. Tussen de repetities door voor een concerttournee met de Akademie für alte Musik Berlin, die vanavond ook in Brussel halt houdt, en een nieuwe productie van 'die Zauberflöte' in de Munt, spraken we met een enthousiaste maar nog steeds nuchtere dirigent.

Het meest spraakmakend op Jacobs' lijstje onderscheidingen waren de Amerikaanse 'Grammy Award' en de 'Record of the Year' van de Engelse muziekpers voor zijn opname van Mozarts 'Le Nozze di Figaro'. Die opname kreeg vorige week ook de 'Ceciliaprijs' van de Belgische muziekpers. Jacobs zelf werd eind vorig jaar op de Midem Classical Awards in Cannes tot 'Artiste de l'année' uitgeroepen en kreeg voor zijn muzikale carrière ook de 'Preis der Deutschen Schallplattenkritik'.

'Zo een overvloed aan prijzen moet je wel relativeren', lacht René Jacobs. 'Toch geeft het een goed gevoel om erkenning te krijgen. De 'Grammy Award' is natuurlijk zeer mediatiek, maar ik ben vooral gevoelig voor de prijzen die de muziekpers toekent. Denk maar niet dat ik nu op mijn lauweren zal rusten: boeiende muziek maken is en blijft voor mij de drijfveer. Het doet me plezier te weten dat een breed publiek mijn werk apprecieert, maar ik doe niets om bij het publiek geliefd te zijn. Ik heb jarenlang bijna alleen maar onbekende werken uitgevoerd.'

De recentste cd van René Jacobs met het Freiburger Barockorchester bevat twee symfonieën en de 'Scena di Berenice' van Haydn gezongen door Bernarda Fink. Het blijkt een nieuw visitekaartje van een dirigent die de zestig nadert, maar nog steeds ambitieus is. 'Er zijn nog lacunes op het vlak van barokopera, dus ik zal me zeker met barokopera blijven bezighouden', zegt René Jacobs. 'Maar er zijn twee redenen waarom ik ook meer symfonische muziek en concerten wil gaan doen. Door Mozarts opera's te dirigeren, die een sterk symfonische inslag hebben, ben ik me sterk in symfonische muziek gaan interesseren. Maar ik heb geen interesse om, na mijn ervaringen met Mozart-opera's, nu het negentiende-eeuwse operarepertoire te verkennen. Niet dat ik de 'Falstaff' van Verdi niets vindt. Dat werk staat voor mij in de topvijf van de operageschiedenis. Maar de improvisatie en de vrijheid in recitatieven en versieringen, die je zo uitgebreid in de barokopera terugvindt, ontbreken in de negentiende-eeuwse opera en dat maakt dit repertoire voor mij toch wel een stuk minder aantrekkelijk. Daarnaast is het vinden van geschikte zangers voor dat repertoire ook vaak een obstakel om, in mijn optiek, tot bevredigende uitvoeringen te komen. Je kan wel met orkesten werken die historische instrumenten gebruiken, maar als je met zangers moet werken die dat repertoire op een traditionele manier benaderen, dan heeft dat allemaal geen zin. Ik weet ondertussen hoe moeilijk het is om de zangers bij Mozart 'slechte' gewoontes af te leren. Ricardo Muti heeft een keer geprobeerd in de Scala een Verdi-productie te doen waarin hij de niet authentieke hoge noten wegliet, maar hij werd door het publiek uitgejouwd.'

René Jacobs dirigeert de komende jaren meer symfonische muziek. Zo zijn er plannen om met het Freiburger Barockorchester Mozart-symfonieën te spelen. Maar ook het dirigeren van symfonieën van Schubert en Beethoven ziet hij wel zitten. Op zijn recente cd toont Jacobs zich een uitstekende pleitbezorger van de symfonische muziek van Jozef Haydn. 'Ik heb ooit één opera van Haydn gedaan, 'Il mondo della luna', zegt René Jacobs. 'Maar een vroege biograaf van Haydn, Giuseppe Carpani, schreef reeds dat de Haydn van de opera niet de Haydn van de symfonie is. In dat laatste genre is hij werkelijk een meester, en zo werd hij ook door Mozart erkend. Eigenlijk is zo een symfonie ook een drama met allerlei conflictsituaties tussen groepen in het orkest. In die werken is vooral de vormschoonheid zo fantastisch: dat heb ik de laatste jaren ontdekt.'

In de Munt gaat op 26 april de nieuwe productie van 'Die Zauberflöte' in première. René Jacobs werkt er voor het eerst met het Muntorkest, dat in sommige geledingen bij de blazers met historische instrumenten wordt uitgerust. 'Ik heb concertmeester Bernhard Forck van de Akademie für alte Musik Berlin meegebracht om de juiste manier van spelen sneller ingang te doen vinden', zegt hij. 'De mengeling van oude en moderne instrumenten creëert een natuurlijke hybride toestand. Maar dat is toch beter dan Mozart helemaal met moderne instrumenten te spelen.' Zeer opmerkelijk bij Jacobs' bejubelde opname van 'Le Nozze di Figaro' was zijn grote aandacht voor de recitatieven, die elders vaak ingekort of snel doorgezongen worden. In 'Die Zauberflöte' gaat het echter om gesproken dialogen. Opnieuw wil Jacobs op zoek naar een authentieke aanpak. 'Als je de teksten uit de tijd van Mozart leest, ontdek je dat die dialogen eerder met de zangstem dan wel gesproken werden. Dat aspect wil ik herwaarderen.'

'We zijn ook heel creatief met de versieringen en de cadensen', gaat René Jacobs voort. 'En ik wil de tempo's op een eerlijke manier herlezen. Ik heb nogal wat documentatie gevonden over hoe de tempi in de loop der jaren veel langzamer geworden zijn. In 1815 schreef een artiest die zelf nog onder Mozart gespeeld had, dat hij het gevoel had dat alles dubbel zo langzaam geworden was! Ik kies dus geen snelle tempo's om te choqueren, maar omdat die tempo's dramaturgisch correct zijn. Ik probeer bovendien om geen enkele maat mechanisch te laten klinken: snelheid moet wel met flexibiliteit gepaard gaan.'

In Brussel dirigeert René Jacobs vandaag de 'Brockes Passion' van Georg Philip Telemann. 'Telemann heeft altijd geleden onder het cliché dat hij een veelschrijver was', zegt René Jacobs. Bij zo'n massaproductie kan niet alles dezelfde kwaliteit hebben. Maar alles wat ik van hem ken, is met een ongelooflijke vakkennis en beheersing van de retoriek gemaakt. Zijn grote werken zijn bovendien echte meesterwerken en de 'Brockes Passion' hoort daar zeker bij. Het is echter een moeilijk werk omdat het lang is en omdat het moderne publiek het al gauw met de Bach-passies vergelijkt. We moeten ons bij dit werk echter op een heel ander standpunt stellen dan bij Bach. De 'Brockes Passion' is geen evangelietekst, maar is een contemplatieve tekst. Daardoor kunnen de personages zich directer uiten dan in de passies van Bach. De dramatische koren zijn minder talrijk dan bij Bach, en er zijn geen monumentale openings- en slotkoren. Het eerste deel begint wel met een ouverture: een heel origineel werk dat een voorafschaduwing van de 'Schöpfung' van Haydn genoemd kan worden: de voorstelling van de chaos met ondefinieerbare akkoorden en ritmes die geleidelijk tot orde komen.

Het werk is helemaal gefocust op solisten en expressieve aria's. De interessantste figuren zijn diegenen die heen en weer geslingerd worden tussen hun emoties, zoals Petrus en Judas. In de 'Brockes Passion' vind je vindingrijke en bloederige tekstfragmenten. Brocke wilde eigenlijk dat de luisteraars fysiek de pijn meevoelen die de gegeselde en gepijnigde Jezus voelde. De tekst van Brocke is echter zo expressief dat hij zelfs voor modern publiek soms te ver gaat. Ik heb twee brieven gekregen van een Belg die een boek heeft geschreven over antisemitisme en die me afraadde dit werk uit te voeren omdat de tekst antisemitisch zou zijn. De manier waarop Jezus ter dood wordt gebracht, wordt hier inderdaad nogal beeldend beschreven maar of dat nu meer beledigend is voor het Joodse volk dan de teksten van de Bach-passies, dat vind ik overdreven.'

Die Zauberflöte, de Munt (Brussel), vanaf 26 april, kaartverkoop vanaf 26 maart, tel. 070/23.39.39.

cd 'Haydn symfonieën', HMC 901849 - 'Le Nozze di Figaro', HMC 901818.20.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud