'Duivelskunstenaar is een eretitel'

(tijd) - 'Satan Is In My Ass', zong Mauro Pawlowski tijdens de hoogdagen van Evil Superstars. Volgend weekend resideren zanger, muzikant en duivel twee avonden in de AB. De naar Antwerpen uitgeweken Italo-Pool-Limburger presenteert in de hoofdstad een dwarsdoorsnede van zijn eclectische smaak, als curator van het muziekprogramma 'La Belgique 666 Points'. Tegelijk geeft hij ons een inkijk in zijn Faustiaanse complex. 'Maar loopt elke rechtschapen artiest daar niet mee rond?'

Tijdens het feestweekend van 23 en 24 oktober zit de curator niet in een ivoren toren. Hij zorgt voor een 25 seconden durend vocaal intermezzo bij Franco Saint De Bakker, speelt een nummertje of vier mee met het croongezelschap Dez Mona, een vol uur met zijn vrienden van Evil Superstars en een hele set bij Club Moral, het collectief rond performancekunstenaars Anne-Mie Van Kerckhoven en Danny De Vos. En dat alles nadat hij samen met The Parallels het publiek welkom heette in de inkomhal. Twee dagen voordien staat er een 'avondlijke' installatie van hem en Anne-Mie Van Kerckhoven op het Argosfestival. Op 'Adam of Eva in het Paradijs' voert een naakte man met een zwart masker een danse macabre op, terwijl de gitaar van een in een zwart doek gehulde Pawlowski huilt.

De voorbije jaren bewees de autodidact zowel graag vooraan op het podium als in de schaduw te staan. Maar beschouw zijn gitaarpartijen voor Kris De Bruyne, Patrick Riguelle of Club Moral niet als nevenprojecten, want dat vindt hij een belediging. In november verschijnt het debuut van The Love Substitutes, de groep rond Rudy Trouvé en Craig Ward waarbij Mauro drumt (!). Momenteel producet hij in de studio van een Wolfbane de nieuwe solo-cd van Scab Guy Swinnen. Hij schreef ook een nummer voor De Kreuners, nog een groep waarin hij in zijn tienerjaren weleens naar ging kijken. Daarnaast deelde hij het podium zowel met Marc Ribot als met Willy Claes. En ondertussen werkt de duivel-doet-al aan de soundtrack van Patrice Toye, treedt hij solo op en bereidt hij een nieuwe plaat voor met zijn compromisloze rockband The Grooms, die liefst nog voor volgende zomer in de rekken ligt.

In eerdere gesprekken gaf u al aan dat u aangetrokken wordt door de schoonheid van het destructieve. Mogen we uw curatorschap hieraan linken?

Mauro Pawlowski: 'Ja, vanuit artistiek oogpunt wel. Ik ben er weer in geslaagd al de freaks uit te nodigen. Het zal ook wel ergens samenlopen met mijn leven en dus erg diep zitten, want zo'n titel ontstaat meestal heel spontaan, wanneer er affiches moeten gedrukt worden. 666, 'the number of the beast' maakt daarnaast natuurlijk integraal deel uit van de kerk van de rock-'n-roll.'

Ooit hebt u zichzelf een strenge eenmansoverheidszender genoemd. Bent u dat bij de samenstelling van het programma ook geweest?

Pawloswki: 'Dat heb ik inderdaad eens gezegd. Maar ik heb helemaal geen militante keuze opgedrongen. Het moet ook een beetje opwindend blijven. Ik heb me telkens eerst afgevraagd: 'Moeten we de mensen hiermee lastigvallen?' Meestal was het antwoord daarop: 'Ja, maar met mate.' Het blijft het feest van de AB. Uiteindelijk zal het toch ieder voor zich zijn. Ik wil zeker mijn wil niet opdringen aan de artiesten. Ook wanneer ik mee op het podium sta wil ik niet de baas spelen.'

Zit u gemakkelijk op dezelfde golflengte van collega-muzikanten?

Pawlowski: 'Het hangt er van af. Ik heb nu de luxe dat ik kan kiezen met wie ik speel. Muziek maken is natuurlijk ook een bepaalde taal die muzikanten toch maar onder de knie hebben. In die zin heb ik weinig communicatiestoornissen. Ik hou wel van duidelijkheid als ik samenwerk met anderen. Het moet duidelijk zijn wat goed en slecht is. Ofwel bepaal ik het, ofwel vraag ik het aan mijn muzikale partners.'

Hier komt een eerste paradox kijken. Aan de ene kant wilt u heel erg duidelijk zijn en op een vrij geordende manier muziek maken. Maar uit het resultaat blijkt dat niet, en al evenmin uit uw keuze als curator. Uw muziek zit net als uw programma vol bochten en chaos.

Pawlowski: 'Ik kan alleen maar tot een goed resultaat - lees: een razende storm van allerlei wendingen die enkel meer onduidelijkheid scheppen - komen, als ik mijn zaakjes goed bekeken heb voor ik eraan begin, en voor zo min mogelijk afleiding zorg. Alle ballast moet daarbij overboord. Dat is een hele kloterij hoor, en het is altijd opnieuw van nul beginnen. Het moeilijke is natuurlijk dat mijn job pas begint op het moment dat ik de controle verlies. Dan ontstaat er pas iets. Maar na een tijdje leer je hoe je daarmee moet omgaan. Je oefent je erin om te herkennen wanneer je bezig bent met iets dat de moeite waard is. En dan nog denk je achteraf soms: 'Wat heb ik allemaal gedaan?' Ik weet ook niet of iets wat ik gedaan heb goed of slecht is. 'Waarschijnlijk slecht', denk ik dan maar gemakkelijkheidshalve. Het blijft ongrijpbaar.'

Nog een paradox. U beschikt in de eerste plaats over een grote stielkennis. Maar die stielkennis gaat u dan achteraf weer helemaal verminken.

Pawlowski: 'Ja, als dat al niet meer mag. Ik kom nu eenmaal uit een omgeving waarin die stielkennis vanzelfsprekend was en niet beter wetende dacht ik: 'Dan zal ik me daar ook maar in trainen, zeker.' Na een tijdje kwam mijn eigen identiteit langzaam bovendrijven en besloot ik: 'Tot hier en niet verder met die stielkennis.' Ik wilde er ook mijn levenswerk niet van maken.'

Hebt u op basis van dat criterium artiesten geselecteerd?

Pawlowski: 'Neen, absoluut niet zelfs. Er staan muzikanten op het programma die heel goed kunnen spelen en muzikanten die over helemaal geen techniek beschikken. Techniek is ook niet zo belangrijk. Het is maar een van de mogelijkheden om er te geraken. Voor mij is het handig gebleken omdat ik het ook van mij af kan zetten. Sommige mensen kunnen dat niet en weigeren het los te laten. Ze hebben er nu eenmaal heel veel energie in gestoken om het allemaal te kunnen. Maar ik heb er geen enkel probleem mee. Ik doe niets liever dan alles wat opgebouwd is zorgvuldig terug af te breken.'

Als je regelmatig de website mauroworld.com raadpleegt en volgt waar u allemaal mee bezig bent, dan is het even schrikken wanneer je leest dat u luiheid als uw grootste zonde beschouwt.

Pawlowski: 'Ik snap ook soms niet wat ik allemaal zeg. Ik probeer nooit te liegen, hoor. Ik omzeil weleens een vraag omdat ik te onzeker ben om met iets uit te pakken. Maar over het algemeen probeer ik me rustig te houden, en een beetje mysterieus te blijven. Maar inderdaad, ik ben helemaal niet lui. Werk is alles. Andy Warhol zei het al. Ik snapte vroeger niet wat hij ermee bedoelde. Nu begin ik het een beetje te begrijpen.'

Pawlowski: 'Euh_ goede vraag, heel goede vraag zelfs_ Muziek geeft mij soms toch wel meer dan mensen mij kunnen geven. Ja, helaas. Wat is er meer dan muziek, literatuur en grieten, en een glas wijn_ en herfstweer?'

Alles is hier - we bevinden ons in café Hopper aan het Zuid in Antwerpen - op een vierkante kilometer aanwezig. U woont nu al een aantal jaar in Antwerpen. Heeft de stad u beïnvloed?

Pawlowski: 'Ja, zeker. Ik kom van Heusden-Zolder. Als er hier een nachtwinkel open is na acht uur, dan voel ik mij in New York. Maar een stad laat natuurlijk vooral een indruk na door de mensen die er wonen. Het hele artistieke wereldje zit hier verzameld. Ik ken ondertussen acteurs, schrijvers, muzikanten, dansers, filmers, toeteraars, noem maar op_ In het verre Limburg kan je wel over je helden lezen, maar ze lijfelijk ontmoeten beïnvloed je nu eenmaal meer.'

U mocht ooit het Klara-programma Mixtuur samenstellen en toen koos u onder andere iets van de experimentele Amerikaanse componist Henry Cowell. Die verklaarde vaak dat u uw oren nooit mag sluiten voor de geluiden om u heen, want iedereen is de synthese van zijn invloeden.

Pawlowski: 'Dat klopt. Ik kan dat ook niet meer. Mijn virtuele antennes zijn de enige onderdelen van mijn lichaam die gespierd zijn. Zelfs Stockhausen zei: 'Iemand die getalenteerd is, kan goed imiteren.' Alle begin is een beetje epigonisme. Maar er zijn er bij die er heel snel vanaf zijn. Ja, ik zelf ook. Ik dacht vroeger altijd dat ik iets maakte in het genre van iemand anders, maar als ik er achteraf dan naar luisterde leek het er helemaal niet op. En maar goed.

U hebt ook Evil Superstars voor de gelegenheid herenigd, niet om eigen werk te vertolken, maar om het volledige album 'Jerusalem' van de metalgroep Sleep ten tonele te brengen.

Pawlowski: 'Dat album bestaat uit één track, een lange variatie op dezelfde riff, waarop naar hartenlust geïmproviseerd kan worden. Het steekt van wal met de woorden: 'Drop out of life with Bong in hand', en is een ode aan het roken van drugs. Uiteindelijk hopen we net als Sleep na een uur Jeruzalem te bereiken. Naar westerse maatstaven is zo'n uitgesponnen nummer misschien excentriek, maar in oosterse en islamitische culturen is het niet zo ongewoon. Laten we het op een islamitische stonersong houden.'

Evil Superstars lijkt het typevoorbeeld geworden van een slapende groep, die af en toe eens wakker wordt en daarna weer verdwijnt.

Pawlowski: 'Een paar meter boven de top van de Mount Everest zweeft er ergens een hol, dat zich in negatie eigenlijk onder de grond bevindt, diep onder het middelpunt van de aarde. In dat hol slapen wij, en af en toe worden we wakker geschud door een doof meisje dat met een bankbiljet zwaait. Neen, serieus. Wat je zegt klopt wel. De kans zit er in dat we samen nog een cd zullen opnemen, al zal dat misschien niet onder de Evil Superstars-noemer zijn. Daar plakt nog iets te veel hysterie aan. Naar aanleiding van de première van 'Anyway the Wind Blows' hebben we trouwens een aantal nieuwe nummers gemaakt.'

Kunt u ten slotte, voor wie niet wijs raakt uit het kluwen van artiesten, nog eens de rode draad schetsen van uw curatorschap?

Pawlowski: 'Dan kom ik toch terug op de aantrekkingskracht van de duivelskunstenaar, ook al omdat dat iets heel romantisch heeft. Ik vind het maar logisch dat sommige artiesten met de duivel vergeleken worden. Soms denk je: 'Die heeft zo'n goede, ingrijpende dingen gedaan, die moet zijn ziel wel aan de duivel verkocht hebben'. Elk rechtschapen artiest loopt rond met een Faustiaans complex.

Ik ben door erover te praten ook tot de vaststelling gekomen dat ik de voorstelling van de duivel esthetisch gezien heel erg kan appreciëren. Zien hoe de duivel door de eeuwen heen is voorgesteld - die allegorie op het schadelijke, het kwade en het verborgene - is voor mij werkelijk een genot. Ik hoef toch alleen maar te verwijzen naar de satanische tekeningen van Félicien Rops. Ik verzamel dat ook een beetje. Ik vind het belangrijk de duivel te respecteren, want die houdt ons bij de les. Bij de fin de siècle-, dandy-satanisten, zoals een Baudelaire of een Rops, speelde bovendien het erotische een prominente rol. Met heel dat aura rond het verbodene voel ik me natuurlijk zeer verwant.'

Misschien kunt u de lijn zelfs verder trekken naar een van uw favoriete schrijvers, Simon Vestdijk.

Pawlowski: 'Via hem heb ik de term leren kennen. Op een van de flapteksten van zijn boeken werd Vestdijk door Menno Ter Braak een duivelskunstenaar genoemd. 'Hey, fucking hell, is dat niets?', dacht ik toen. Goeie term. Beethoven werd ook een duivelskunstenaar genoemd.'

Pawlowski: 'Zoiets is altijd bedoeld als een compliment. Het kan niet als een belediging, een verwijt of een kritiek gebruikt worden. Dat kan ik met de beste wil van de wereld niet aannemen. Het is een titel, een eretitel.'

Mauro Pawlowski_ La Belgique 666 Points, op zaterdag 23 en zondag 24 oktober, telkens vanaf 18u. in de AB in Brussel.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud