'Een liedzanger moet diepte en levenservaring hebben'

(tijd) - De Duitse bas-bariton Thomas Quasthoff is ongetwijfeld een van de meest begenadigde zangers. Vorige week zong hij in de Munt Schuberts 'Winterreise'. Quasthoff lichtte tijdens zijn korte verblijf in Brussel zijn carrière toe. Hij sprak ook ver de twee nieuwe cd's die zijn platenfirma recentelijk uitbracht. 'Ik was nooit in een zangcarrière geïnteresseerd, wel in zingen.'

In de film 'Die Stimme Thomas Quasthoff' stelt de in Hildesheim geboren zanger zich zo voor: '1,34 meter groot, korte armen, zeven vingers (vier rechts, drie links) een groot relatief goed gevormd hoofd, bruine ogen, en opvallende lippen.' Quasthoffs zware lichamelijke handicap is een gevolg van het gebruik van het geneesmiddel Contergan door zijn moeder tijdens haar zwangerschap. Ondanks die handicap en dankzij het overvloedig aanwezige vocale en muzikale talent, dat hij bijzonder vakkundig cultiveerde, kon Thomas Quasthoff toch een schitterende zangcarrière uitbouwen.

Hij wilde altijd al zanger worden en zong al van kindsbeen af in een koor. Dat hij veel talent had, was toen al duidelijk, maar op 16-jarige leeftijd werd hij toch door het Conservatorium van Hannover geweigerd omdat hij door zijn handicap geen piano kon spelen. De vastberaden Quasthoff nam privé-onderricht en manifesteerde zich steeds meer als een uitzonderlijke zanger. De internationale doorbraak kwam er toen hij in 1988 de eerste prijs behaalde op de Internationale Muziekwedstrijd van de Duitse zender ARD. Sindsdien wordt hij wereldwijd uitgenodigd.

'Ik was nooit in een zangcarrière geïnteresseerd', vertelt Thomas Quasthoff. 'Zingen is gewoon mijn passie en het werken met de beste orkesten en dirigenten ter wereld als Daniel Barenboim, Simon Rattle, Claudio Abbado of Seiji Ozawa maakt me heel gelukkig. Ik zong van toen ik nog heel jong was. Mijn vader was ook een zanger, hij heeft me altijd enorm gesteund. Ik sta al 30 jaar in het vak: mijn eerste betaalde concert gaf ik op mijn 14de.'

Ook zijn liefde voor Bach, van wie Quasthoff op een recente cd drie solocantates zingt, gaat terug tot zijn jeugdjaren. 'Vanaf mijn 13de zong ik in het koor van de Sint-Michaelkerk in Hildesheim waar ook vaak Bach op het programma stond', zegt Quasthoff. 'Ik ben altijd Bach blijven zingen.'

Thomas Quasthoff werkte voor die cd 'Bachcantates' samen met de Berliner Barock Solisten onder leiding van Rainer Kussmaul. Zij maken geen gebruik van historische instrumenten, maar het is wel een ensemble dat door de historische uitvoeringspraktijk geïnspireerd is. Toch lijkt de zanger daar niet meteen veel waarde aan te hechten. 'Ik voel muziek op de eerste plaats aan met mijn hart', zegt Quasthoff. 'Ik ben niet tegen historische uitvoeringspraktijk, want ik luisterde vroeger bijvoorbeeld wel naar uitvoeringen van Koopman, Gardiner of Rilling, maar voor mij moet een Bach-uitvoering in de eerste plaats gewoon goed zijn. Omdat ik jong begonnen ben met muziek en zingen, is de input bij mij heel natuurlijk gekomen. Ik keek dan ook raar op toen iemand, toen ik enkele jaren geleden een concert in Leuven gaf, me kwam vertellen dat ik Bach zonder vibrato zou moeten zingen. Die manier van zingen ervaar ik als onnatuurlijk. Volgend jaar werk ik overigens met Ton Koopman samen. Ik hoop dat hij mijn zangstijl aanvaardt zoals hij is.'

'Ik ga graag op zoek naar de achtergrond van de muziek', gaat Quasthoff verder. 'Ik wil weten hoe een componist leefde, wat zijn drijfveren waren om een werk te maken. En ik wil ook doordringen tot de poëzie die ze gebruikten. Ik groeide in het gymnasium op met de teksten van Eichendorff, Goethe en Schiller.'

Ondanks zijn fysieke handicap treedt Quasthoff sporadisch ook in opera's op: zo zong hij in 2003 onder leiding van Simon Rattle Don Fernando in 'Fidelio' en later ook Amfortas in 'Parsifal' met Donald Runnicles. 'Ik wil nog meer opera doen', zegt Quasthoff. 'Er zijn concrete plannen voor 'Falstaff', 'Rosenkavalier' en 'Don Carlos' en rollen als Wozzeck of Leporello zie ik nog wel zitten. Maar ik ben wel voorzichtig voordat ik een operaproductie aanvaard. Ik ben ook docent aan de Hanns Eisler Muziekhogeschool in Berlijn. Ik moet mijn tijd goed verdelen en ik wil niet zomaar wat goed betaalde gastrollen in operahuizen aanvaarden. Als ik me engageer voor een productie, wil ik me ook volledig gedurende verschillende weken beschikbaar houden. Opera is interessant omdat het genre me leerde mijn stem op een andere manier te gebruiken. Je moet met de ruimte van een operahuis leren omgaan: je staat al gauw 6 à 7 meter van het publiek verwijderd en je moet je stem ook meer kunnen kleuren.'

Als Quasthoff terugblikt op de voorbije 15 jaar, stelt hij zelf vast dat zijn vertolkingen van bijvoorbeeld 'Winterreise' of van de passies van Bach sterk geëvolueerd zijn. 'Onder meer door mijn opera-ervaring beschik ik nu over meer vocale mogelijkheden', zegt Quasthoff. 'Ik geloof dat mijn stem nu meer kleuren heeft. Maar ook het zingen van steeds dezelfde werken kan verrijkend zijn. In werken als de passies van Bach ontdek je telkens weer iets nieuws. Met Simon Rattle heb ik eens een basso continuo-repetitie van zes uren gedaan voor een uitvoering van de 'Johannes-Passie' en aanvankelijk dacht ik dat dat toch wel een beetje veel was. Maar we hebben ongelooflijk intens gewerkt, en nadien had ik tijd nodig om even met de voeten terug op de grond te komen. Door één woord of één zin 20 keer anders uit te proberen, leerde ik schilderen met mijn stem, en daar profiteer ik jaren later nog van.'

Quasthoff profileert zich vooral als een uitstekende liedzanger, zoals ook weer blijkt uit zijn nieuwe cd waarop hij de 'Lieder eines fahrenden Gesellen' van Mahler zingt. Als we het onderwerp liedzangers aansnijden, fulmineert Quasthoff meteen tegen een aantal collega's. 'In het liedgenre zijn er veel goede stemmen te horen die echter weinig te zeggen hebben', meent Quasthoff. 'De platenfirma's creëren natuurlijk graag vedetten zoals een Anna Netrebko, maar als liedzanger moet je diepte hebben, levenservaring, en moet je verrassend uit de hoek kunnen komen en niet alleen mooi kunnen zingen.'

Quasthoff is ook een jazzliefhebber die zijn stem graag ter beschikking stelt voor dat genre. 'Ik groeide op met de muziek van Charlie Parker en ik heb ook een grote bewondering voor de Belg Toots Thielemans, die volgens mij de Miles Davis van de mondharmonica is. Volgens mij is de menselijke stem het meest kleurrijke instrument dat je zowel voor cabaret, jazz als voor 'Dichterliebe' van Schumann kunt gebruiken. Ik hou echter niet van crossover: als ik jazz doe, meng ik dat niet met klassiek.' Waar Quasthoff veel belang aan hecht, onafhankelijk van het genre dat hij brengt, is de band met het publiek. 'Ik besef zeer goed dat mensen die naar een recital komen niet alleen goede muziek en een goede uitvoering willen horen', vertelt Quasthoff. 'Ze willen ook een fijne avond beleven en geëntertaind worden. Ik plaats me dan ook niet op een troon. Ik spreek de mensen aan, geef uitleg bij de liederen en dat waardeert het publiek. Op allerlei eenvoudige manieren kan men laten blijken dat men zijn publiek graag heeft. Ik vind dat ik zelfs een politiek standpunt mag innemen tijdens een concert. Na een verkiezingsoverwinning van extreem rechts in een Duitse deelstaat, vertelde ik het publiek dat ik hun stemgedrag niet wil bepalen, maar dat ze er tenminste wel voor konden zorgen dat ik me als Duitser niet hoef te schamen wanneer ik in het buitenland kom.' Maar muziek spreekt voor zich, besluit de bas-bariton. 'Mensen moeten niet betutteld worden. Ik ben maar een transportmiddel dat de muziek van de componist bij de luisteraar brengt, geen muzikale Messias.'

Cantates van Bach - DG 289 474 5052 /M Liederen van Mahler met Wiener Philharmoniker onder leiding van Pierre Boulez - DG 289 477 5329

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud