'Ik ben een zanger, geen muzikant'

(tijd) - Ibrahim Ferrer is weer in ons land. Nadat de voormalige Cubaanse schoenenpoetser door Ry Cooder bij het Buena Vista Social Club-project was betrokken, lanceerde Cooder ook een solocarrière voor Ferrer. Na twee cd's lijkt er aan zijn wereldwijd sprookje nog geen einde gekomen.

Ry Cooder liet de wereld toen weten dat hij met Ibrahim Ferrer de 'Cubaanse Nat King Cole' gevonden had. Ferrer: 'Ik heb het al meermaals tijdens mijn eerste interviews gezegd, maar wat me allemaal overkomen is, lijkt zo uit een slechte stationsroman te zijn gepikt. Ik heb de wereld rondgereisd en word zowat overal aanvaard als een soort muzikaal ambassadeur van mijn land. De grote Buena Vista Social Club-hype ligt al enkele jaren achter ons, maar de vraag naar Cubaanse muziek is nog altijd aanwezig. Ik besef ook wel dat het nieuwe er wat af is, maar ik heb het gevoel dat mensen de Cubaanse muziek veel beter begrijpen en er ook intenser van kunnen genieten. Het is niet langer dat exotische curiosum dat de nieuwsgierigheid prikkelde. Wie nu naar mijn concerten komt, kent mijn voorgeschiedenis en mijn muziek en dat voel ik duidelijk wanneer ik op het podium sta en de zaal observeer.'

Ferrer was 72 toen hij in 1998 met Ry Cooder de studio indook voor zijn titelloze soloalbum. Wim Wenders legde het allemaal op beeld vast: voor velen ligt de emotionele hartslag van de Cubaanse muziek waarschijnlijk in het moment waarop Ferrer tijdens een liveconcert een zakdoek geeft aan een duidelijk ontroerde Omara Portuondo. Ferrer en Portuondo zijn na het overlijden van Rubén González en Compay Segundo dé twee gezichten die de mythe rond de Cubaanse muziekbeleving in stand houden.

De concerttournee die zijn tweede cd 'Buenos Hermanos' uit 2003 promotioneel moest ondersteunen, is nooit tot in Brussel geraakt. Dit jaar lijkt alles in zijn plooi te vallen voor de man die zichzelf niet als een muzikant omschrijft.

Ferrer: 'Ik krijg wel eens vaker de vraag om mijn muziek te omschrijven en dan blijf ik het antwoord meestal schuldig. Ik spreek dan over mijn muziek als een arbeider. Ik ben nooit naar school geweest en heb nooit zanglessen gevolgd. Wat ik doe of zing, komt recht uit het hart. Het is een verlengde van de persoon die ik ben. Heel wat kinderen hebben me de laatste jaren gevraagd zangles te komen volgen bij mij thuis, maar waarover zou ik hen les moeten geven? Ik begrijp het zelf niet eens. Ik ben een zanger, geen muzikant.'

En toch was Ferrer, getuige de manier waarop hij het eerst met de wereld kennismaakte, voorbestemd een leven te leiden dat voor een belangrijk deel door muziek zou worden gedicteerd. Ferrer: 'Ik ben inderdaad geboren tijdens een dansfeest. Dat moet een voorteken van de goden geweest zijn. Mijn vader speelde gitaar en zong maar hij maakte geen deel uit van een band. Hij zorgde er wel voor dat er steeds veel volk in huis was en dat er veel gefeest werd waardoor die muzikale microbe vroeg de kans kreeg zich in mijn lijf te ontwikkelen. Ik was dertien toen mijn moeder stierf en werd zeer vroeg in het echte leven geworpen: een jaar na haar dood werd het me duidelijk dat ik er min of meer alleen voor stond. Ik verkocht kranten of noten, poetste schoenen en bokste - ik heb altijd van boksen gehouden - maar probeerde ook zoveel mogelijk te zingen. Ik trad op tijdens feestjes en in clubs, het leek me allemaal zonder al te veel vraagtekens te verlopen. Ik verdiende niks, maar ik genoot ervan.'

Tot zijn neef José Coba hem op 21 december 1941 - 'Ik herinner me het nog als de dag van gisteren' - vroeg om de zanger van zijn band te worden. Ferrer: 'Diezelfde avond speelden we al en ik verdiende anderhalve peso. In mijn ogen een fortuin, maar tien dagen later was dat bedrag al behoorlijk gestegen. Ik stelde voor om de band Los Jóvenes del Son te noemen en op die manier hebben we op onze eigen bescheiden manier Cubaanse muziekgeschiedenis geschreven. En toen kwam er jaren later iemand als Ry Cooder naar Cuba en werd ik voor de tweede keer geboren. Ik kan het niet genoeg benadrukken, maar ik ben nog steeds een gelukkige man. Zo gelukkig dat ik hoop niet te sterven van te veel geluk. Ik voel me goed en zolang mijn fysieke en mentale gezondheid het toelaten, blijf ik de wereld rondtrekken met mijn muziek.' Dirk FRYNS

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud