'Je begint als folkzanger, je wordt rocker en je eindigt als bluesman'

(tijd) - Elliott Murphy (55) heeft de jongste tien jaar van zijn carrière gebundeld op de cd en dvd 'Never Say Never - The Best Of 1995 - 2005_ And More'. Murphy is een generatiegenoot van Bruce Springsteen. Maar toen de ene het maakte als stadionmenner, leek het Amerikaanse publiek de andere alweer vergeten. In het jaar dat de Berlijnse Muur viel, verhuisde de singer-songwriter van New York naar Parijs. En sindsdien is hij aan een heilzame tweede carrière begonnen.

Naast een resem 'best of'-tracks, een concertregistratie, twee videoclips en een discografie, staan er ook vier gloednieuwe nummers op het cd-dvd-pakket. De titelsong 'Never Say Never' lijkt meteen de sleuteltrack. De boodschap: er kan altijd een moment komen dat alles verandert, dat je gezapige leven plots in een wervelwind terechtkomt en een verrassende wending krijgt. Murphy: 'Wie had in de jaren zeventig ook maar durven voorspellen dat ik naar Parijs zou verhuizen? Ik had vroeger ook nooit geloofd dat ik de voorbije tien jaar zo actief zou worden. Ik speel nu meer concerten (tot 150 op jaarbasis) dan in het begin van mijn carrière. Plus: het bevalt me veel beter, want ik moet niet zo nodig nog iets bewijzen.'

U benadrukt ook steeds dat u op uw meest recente albums veel meer van uzelf prijsgeeft dan in het begin van uw carrière. Betekent dat ook dat u uw recente werk beter vindt?

Elliott Murphy: 'Ik ben inderdaad heel tevreden met de albums die ik de voorbije tien jaar heb gemaakt. Dat komt omdat de manier waarop ik nu mijn liedjes schrijf en opneem me veel beter bevalt dan vroeger. Ik hou tegenwoordig alleen maar met mijn eigen verwachtingen rekening. De recente cd's stelden me bovendien in staat een heel speciale band op te bouwen met mijn vaste gitarist Olivier Durand, een voortdurende inspiratiebron.'

Wat is er sinds de release van uw debuut 'Aquashow' in 1973 het meest veranderd: u of uw muziek?

Murphy: 'In de eerste plaats: mijn stem. Die maakt deel uit van mijn persoonlijkheid, maar bepaalt ook mijn muziek. Ze is zeker in vergelijking met mijn eerste platen veel dieper geworden. Ik besef nu ook beter hoe ik tot de essentie van een song kom. Een beetje inspiratie, enkele akkoorden en een melodietje volstaan meestal om de basis te leggen van een nummer, maar vroeger duurde het daarna soms nog weken of maanden voor een nummer echt af was. Nu grijp ik een nummer veel vlugger bij de keel. Ik wil mezelf niet vergelijken met Picasso, maar aan het einde van zijn leven schilderde hij ook elke dag een schilderij. Het komt erop neer dat ik mijn stem en mijn instincten heb leren vertrouwen.

Natuurlijk ben ik zelf ook veranderd. Dat is typisch aan rock-'n-roll. Er bestaat geen universiteit voor rocksterren. Je gooit je gewoon in een oceaan met haaien. Je enige leerschool is het leven. Lou Reed vertelde me ooit dat je je goede recensies niet mag lezen. Als ik opnieuw zou beginnen, dan zou ik zijn advies niet in de wind slaan.'

De nieuwe track 'Dirty Old Man' start met een braakneiging_ Bent u dat?

Murphy: 'Ja, dat ben ik. Het nummer zelf werd geïnspireerd door Charles Bukowski. Een festival in Duitsland vroeg me of ik een speciaal liedje voor het evenement wilde schrijven. 'Dirty Old Man' gaat dus in eerste instantie over Bukowski. Ik wilde het nummer beginnen met een kuchje, maar ik heb me een beetje laten gaan. Of ik er mezelf ook in herken? Als je de vijftig gepasseerd bent, word je automatisch een vieze oude man. Je stelt vast dat je zestienjarige meisjes nakijkt, maar je kunt het niet helpen.'

Vindt u het vreemd dat er nog geregeld jonge fans opduiken op uw concerten?

Murphy: 'Nee, want toen ik hun leeftijd had, ging ik ook kijken naar Muddy Waters, Howling Wolf, BB King en Frank Sinatra. Je moet ervoor zorgen dat er steeds jonge mensen naar je concerten komen, anders sterft je publiek langzaam uit. Ik trek me op aan al die jonge gasten. Mijn zoon Gaspard is nu 14. Hij speelt gitaar en doet dat bijzonder goed. Hij houdt me jong. Ik heb altijd een heel open relatie gehad met mijn fans. Ik sla steeds een praatje met hen na de shows. Laatst wilden een aantal hardcorefans uit Spanje (ze noemen zichzelf de 'Rainy Season'-fans) dat ik 'Bullet' bracht, een ontzettend lang nummer waarvan ik hele flarden tekst vergeten ben. Maak je maar geen zorgen, hadden ze me op voorhand gezegd. Ze zouden alles op grote tekstvellen schrijven. Prachtig toch? Die dingen motiveren je. Mijn fans zijn de reden waarom ik het blijf doen. Als tegenprestatie heb ik hen via mijn website deze compilatie mee laten samenstellen.'

U woont intussen 16 jaar in Europa. Schrijft u nu anders over uw geboorteland?

Murphy: 'Zeker. Mijn muzikale roots zijn nog altijd heel Amerikaans, maar Europa bepaalt tegenwoordig de invalshoek van de liedjes. Europa staat voor sfeer, Amerika voor actie. Hier kun je veel subtieler tewerk gaan en voel je het gewicht van de geschiedenis. Ik ga elk jaar mijn familie opzoeken in New York, maar ik voel me er steeds meer een vreemdeling in een vreemd land. New York is net dezelfde stad gebleven, maar er wonen nu allemaal andere mensen. Ik speelde er tot voor kort steeds in The Bottom Line, maar die sloot vorig jaar zijn deuren. Ik moet dus op zoek naar een nieuwe club. Het probleem is dat ik zoveel shows in Europa speel dat ik Amerika eigenlijk niet meer nodig heb. Ik laat die Europese shows ook niet graag vallen. In de jaren zeventig was er in Europa al veel minder weerstand tegen mijn platen. Ik werd er direct aanvaard. In mijn thuisland weigerden een aantal radio's mijn nummers omdat ik in hun ogen de verkeerde dingen zei. Ik ben Amerika heel dankbaar, maar het feit dat ik nog altijd on the road ben, dank ik aan Europa. In Amerika zou ik dit waarschijnlijk niet meer kunnen doen. En Europa is nog altijd zoveel exotischer. Ik neem liever de trein naar Brussel dan het vliegtuig naar Cleveland of Detroit.'

Hebt u er tijdens uw carrière ooit aan gedacht ermee te kappen en iets totaal anders te doen?

Murphy: 'In het midden van de jaren tachtig had ik het een tijdje heel moeilijk. Ik dacht dat het gedaan was met mijn leven als muzikant. Ik werkte zelfs even bij een advocaat. Ik denk dat het voor elke artiest gemakkelijk is in het begin - een nieuweling intrigeert het publiek - en aan het einde, als je al een legende geworden bent. Maar ertussenin is het moeilijk. Rock-'n-roll is een vreemde job. In deze business is het makkelijker een genie te zijn op je 22ste dan op je 55ste. In deze business worden jongeren eerst opgevrijd en daarna uitgespuwd. De druk is ontzettend groot en je bent er nooit op voorbereid. Het duurt even voor je je alleen op de muziek kunt concentreren. Voor mij is het de jongste jaren aan het keren. Ik ben opnieuw heel zelfverzekerd. Zolang ik een passie voel voor het schrijven van songs, blijf ik ermee doorgaan.'

'Ik zal waarschijnlijk nooit met pensioen gaan. Dat is de natuurlijke evolutie: je begint als een folkzanger, je wordt een rocker en je eindigt als een bluesman. En inderdaad, een bluesman stopt nooit. Kijk naar BB King, hij heeft zijn schema ingekort en geeft nu nog mààr 200 concerten per jaar. Bob Dylan doet nog altijd mee, de Stones maken een nieuwe plaat. Er is geen enkele reden om te stoppen.'

De cd en dvd 'Never Say Never - The Best Of 1995 - 2005_ And More' van Elliott Murphy is uit op Last Call Records en wordt verdeeld door Bang!.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud