'John Cage gaf muzikanten vrijheid, maar zij zagen het als vrije tijd'

(tijd) - De Duitse pianist Steffen Schleiermacher heeft een 18-delige cd-box uit met alle pianowerken van de toondichter John Cage. Schleiermacher was in het land voor een concert met werk van deze essentiële figuur in de 20ste-eeuwse muziek, maar ook met eigen werk. Een gesprek over 'geprepareerde' piano's en anarchistische composities.

John Cage maakte naam met composities voor zogeheten geprepareerde piano's: de snaren in de klankkast werden klemgezet met vreemde voorwerpen. Hoewel de werken voor 'prepared piano' (1940-1952) tot zijn bekendste horen, was John Cage niet zozeer geïnteresseerd in 'nieuwe' pianoklanken of andere al dan niet conventionele geluiden: zijn aandacht ging uit naar het element percussie. Men kan de ontwikkeling van de muziek in deze periode niet los zien van zijn werk voor de dansgroep Merce Cunningham Company. Cage was er 40 jaar lang de pianist en hij schreef de muziek voor hun dansen. Ritme en percussie waren daarbij essentieel.

'Cage was een pragmatisch mens', zegt Steffen Schleiermacher. 'Voor zijn percussiewerken was de draagbaarheid van de sets erg belangrijk. Om een slagwerkset te verplaatsen, heb je normaal een vrachtwagen nodig, maar Cage en de Merce Cunningham Company hadden daar geen geld voor. Vanuit dat perspectief benaderde Cage de piano en hanteerde haar als een percussie-instrument.'

Cage had contact met zijn oudere landgenoot en pianist Henry Cowell (1897-1965) en had weet van diens experimenten met het rechtstreeks bespelen van de pianosnaren. Cowell 'prepareerde' evenwel nooit een piano. Schleiermacher: 'Cage experimenteerde eerst door dingen op de snaren te plaatsen, maar die bleven niet op hun plaats zitten. De klank was daardoor niet controleerbaar. Zo kwam Cage op het idee ze niet op maar tussen de snaren te plaatsen, om ze te klemmen, zodat je een vaste klank had. Zoals een orgelregister. Zo kon je de piano gemakkelijk gebruiken als een erg veelzijdig slagwerkinstrument.'

Een interessant aspect van deze werken is dat je, hoewel ze nog maar 50, 60 jaar oud zijn, al een discussie krijgt over de 'authentieke uitvoering', louter door de technische gegevens. Schleiermacher: 'Bij de partituur krijg je een beschrijving van de attributen en waar je de ze moet plaatsen. Maar wat is 'een schroef' of 'een grote schroef', is de schroefkop rond of plat? Er is een groot klankverschil tussen een ijzeren of een messingschroef. Dat heeft allemaal veel meer invloed op het klankresultaat dan de plaatsing. Cage wist dat, maar laat de uitvoerder daarin vrij', vertelt Schleiermacher.

Vanaf het begin van de jaren 50 begon een tweede belangrijke fase in het werk van John Cage. Hij introduceerde toevalsprocessen in zijn compositiemethode, maar hij experimenteerde ook met open vormen. Een groot aantal beslissingen werd overgelaten aan de uitvoerder. Elke uitvoering van een bepaald stuk kan dus anders klinken. In die zin kun je je afvragen of je wel een integrale versie van het pianowerk van Cage kunt opnemen. 'Elke opname, elke muziek is telkens één versie, één interpretatie. Dat geldt zowel voor Cage als voor alle andere componisten. De opnames op deze cd's zijn mijn interpretaties van Cage. Bij sommige werken van Cage kunnen de resultaten erg uiteenlopend zijn, zodat je kunt denken dat het om een ander werk gaat. Maar dat is niet zo. Binnen het gestelde kader moet je je basismateriaal kiezen en hanteren volgens de door Cage gegeven regels. De realisatie ervan is open, maar de regels zijn bepaald, soms erg strikt. Het stuk op zich is wel af.'

Op het einde van de jaren 50 werden Cages werken erg vrij. Wellicht voelde hij aan dat hij een grens had bereikt, want in de daaropvolgende decennia schreef Cage nauwelijks nog partituren. Toen hij in de jaren 80 weer begon te componeren, had hij een totaal ander uitgangspunt. Er was nog steeds een zekere onbestemdheid, maar op een andere manier.

'In de late werken heb je niet zoveel vrijheid als in de stukken van de jaren 50. Je kunt het tempo een beetje wijzigen, je kunt keuzes maken in de dynamiek, maar je kunt geen klanken meer bepalen noch het moment waarop ze klinken. Cage heeft de uitvoerders de vrijheid ontnomen die hij hen in de jaren 50 gaf. Waarschijnlijk had hij er slechte ervaringen mee. Muzikanten hebben een politieman nodig die hen zegt wat goed en verkeerd is. Cage gaf de uitvoerders vrijheid, maar velen dachten dat dat vrije tijd was. Zij namen de vrijheid bij Cage te baat om bijvoorbeeld te improviseren, maar Cage heeft niets vandoen met improvisatie. Hij schreef zijn werken overigens voor mensen die hij kende, zoals voor David Tudor. Hij wist dat Tudor op zijn manier dacht. Maar voor uitvoerders die het denken van Cage niet kennen, is een dergelijke vrijheid gevaarlijk. Daarom gaf Cage bij zijn late stukken meer informatie en meer regels', vertelt Schleiermacher.

Los van stijlkenmerken zou je collega's-componisten als Pierre Boulez en Karl-Heinz Stockhausen kunnen omschrijven als laat-romantisch en Cage als antiromantisch. 'Stockhausen en Boulez willen iets vertellen, zij zijn de makers. Bij Cage is dat niet zo duidelijk. Hij is een anarchist, in de zin dat iedereen voor iedereen verantwoordelijk is. In de uitvoering is bij hem niet alleen de componist verantwoordelijk, de uitvoerder en het publiek dragen dezelfde verantwoordelijkheid. Het is een gemeenschappelijk project. Dat is anders dan de concepten van Stockhausen en Boulez. Zij zijn sterk geworteld in de Europese traditie van het componeren: één persoon componeert iets met zijn subjectiviteit. Cage zocht zich een weg uit dat principe.'

'John Cage, Complete Piano Music' door Steffen Schleiermacher, MDG 613 0780-2.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud