Leif Ove Andsnes etaleert passie voor Robert Schumann

(tijd) - De Noorse pianist Leif Ove Andsnes is dit voorjaar bij Bozar in residentie. Na een recital eerder deze maand brengt hij de komende weken nog eens drie kamermuziekconcerten waarin de muziek van Robert Schumann de rode draad vormt.

De komende weken is Leif Ove Andsnes bij Bozar te zien met het Artemis Kwartet, met de broer en zus Tetzlaff, met de klarinettist Martin Fröst en met de Britse tenor Ian Bostridge. 'Het is veel leuker om als muzikant naar plaatsen terug te keren waar je de mensen kent', zegt Andsnes. 'Het is veel aangenamer als het publiek een gezicht begint te krijgen dan wanneer je voor een grijs luisterpubliek speelt. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met dirigenten of met collega's in de kamermuziek. Ik ben op een punt gekomen in mijn carrière dat ik eigenlijk alleen nog maar met die musici werk die ik vertrouw en van wie ik weet dat ik er iets mee kan opbouwen. Alleen zo kun je na een relatief beperkte repetitietijd toch een schitterend concert neerzetten.'

Leif Ove Andsnes begon op jonge leeftijd piano te spelen, maar muziek was toen niet meer dan een van zijn vele hobby's. Toch raakte hij op een goede dag overtuigd dat er voor hem geen andere toekomst kon zijn dan pianist te worden. Andsnes ontplooide zich het afgelopen decennium als een pianist die de klankenrijkdom van zijn instrument als geen ander exploreert. Hij is zijn klank zodanig meester dat elke stijlperiode, componist of zelfs elke compositie een sonore eigenheid krijgt. In Brussel trad Leif Ove Andsnes voor het eerst op in 1995. Ondertussen was hij er meermaals te gast en groeide hij er uit tot een ware publiekslieveling. Hij treedt overigens over heel de wereld op, aan de zijde van de grootste dirigenten en orkesten en van de beste kamermuzikanten.

Op de komende drie concerten die Andsnes en zijn muzikale vrienden brengen, staat telkens muziek van Schumann op het programma: het klavierkwintet van Schumann in combinatie met het kwintet van Schnittke, trio's van Schumann in combinatie met werk van Kurtag en tot slot liederen van Schumann. 'Wat me zo fascineert aan Schumann, is de grote diversiteit aan karakters en gevoelens die in zijn oeuvre schuilen', zegt Andsnes. 'Geen enkele componist uit zoveel pure emotie in zijn werk als Schumann. Het lijkt bovendien wel alsof er geen afstand is tussen de noten in de partituur en Schumanns echte gevoelens en gedachten. Daardoor voel je door zijn muziek bijna een direct contact met iemand die 150 jaar geleden gestorven is. Bij Beethoven of Brahms duikt altijd een element van constructie op, dat ook fascinerend is, maar bij Schumann voel ik haast een rechtstreeks contact. Bij hem zijn de structuren zelfs niet altijd perfect, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door het feit dat de emotionele inhoud zo intens is.'

In Schumanns muziek duiken vaak twee karakters op die de extremen van Schumanns eigen persoonlijkheid vertegenwoordigen: de impulsieve en onstuimige Florestan tegenover de contemplatieve en introverte Eusebius. 'Als je de intensiteit van zijn muziek voelt, dan voel je inderdaad die dualiteit', zegt Andsnes, 'maar ook veel andere karakters laat hij aan bod komen. Het is een hele uitdaging om met Schumanns muziek om te gaan, omdat hij zoveel, soms sterk uiteenlopende karakters tegelijk wil portretteren. En omdat er haast geen afstand is tussen de muziek en de componist, voel je het schizofrene van Schumann soms wel heel erg sterk aan. Dezelfde complexiteit en tegenstrijdigheden vond Schumann ook in de poëzie van Heine. Zo is het personage in 'Dichterliebe' het ene moment passioneel verliefd op een vrouw en in het volgende lied is hij sarcastisch en onverschillig tegenover haar.'

Andsnes bracht met de Britse tenor Ian Bostridge al heel wat liederen van Schubert. Tijdens het concert op 19 april staat een bloemlezing uit Schumanns liedoeuvre op het programma. 'Het verschil met Schubert is dat de pianopartij bij Schumann een heel stuk verder gaat dan wat de tekst en de zanger vertellen', zegt Leif Ove Andsnes. 'Waar de zanger het niet meer gezegd krijgt, vult de piano aan. De laatste twee minuten van 'Dichterliebe' hoor je de piano solo en vertelt de muziek het slot van het verhaal. Als zoon van een boekhandelaar en uitgever was Schumann sterk literair gericht en had hij een bijzondere affiniteit met poëzie. De pianopartijen van zijn liederen zijn als het ware zijn 'Lieder ohne Worte'.

Schumann was zelf een begenadigde pianist maar door extreme oefeningen raakten enkele vingers van zijn rechterhand verlamd, waardoor hij zijn hoop op een internationale carrière als concertpianist moest opgeven. Voor Leif Ove Andsnes blijft dat een vreemd verhaal. Voor hem is natuurlijkheid het kernwoord als het over het ontwikkelen van de technische aspecten van het pianospel gaat. 'Zonder techniek sta je natuurlijk nergens', zegt Andsnes. 'Je hebt een inwendige voorstelling, een concept en dat moet je op de piano kunnen overdragen. Ik ben echter geen voorstander van overdreven mechanische training of van fysieke kracht. Het gaat erom een natuurlijke houding en beweging voor de hand en de vingers te vinden. Ik begrijp de pianisten niet die over sterke vingers, over kracht en spieren spreken.'

Volgens Leif Ove Andsnes was Schumanns pianomuziek wel grensverleggend en waren de technische uitdagingen die ze aan de pianisten stelde, niet te onderschatten. 'Hij maakte het zichzelf en zijn tijdgenoten niet gemakkelijk', vertelt Andsnes. 'Sommige stukken zijn dichtbij de piano gecomponeerd, maar vaak, zoals bij veel grote componisten, zijn er stukken die meer op een afstand van het instrument zijn ontstaan en die voorbij het destijds 'speelbare' gaan. De grootste vioolconcerto's zijn ook gecomponeerd door componisten die zelf geen viool speelden. De toenmalige violisten beschouwden ze als onspeelbaar, maar enkele jaren later behoorden ze wel tot het standaardrepertoire. Hetzelfde heeft Schumann, door nu en dan denkbeeldig afstand te nemen van het klavier, gedaan voor de pianomuziek.'

Schumann had ook bewondering voor de twee grote virtuozen van de vroege negentiende eeuw: Paganini en Chopin. In zijn 'Carnaval' droeg hij zelfs twee stukjes aan hen op. Toch voelde hij zich ook lid van de kring van David die ten strijde trekt tegen de Filistijnen, de voorstanders van de holle virtuositeit. 'Bij Schumann heb je nooit het gevoel dat de virtuositeit op de eerste plaats komt', zegt Andsnes. 'In de grootste werken van Chopin, zoals het laatste deel van de derde sonate, voel je dat Chopin wel geniet van de pure virtuositeit, en dat is prachtig, maar bij Schumann heb je dat uiterst zelden. Zijn virtuositeit wordt steeds geïntegreerd in een soort manische muziek. Het wordt virtuoos omdat wat hij allemaal verlangt van de muziek, zo moeilijk te realiseren is. Hij reageerde onder meer met artikels in zijn eigen tijdschrift tegen de kunstmatigheid en tegen de populaire virtuozen van zijn tijd, zoals Moscheles, die niet veel meer dan show te bieden hadden.'

Conservatorium (Brussel) - ma. 22 mrt. en vr. 2 apr., 20u.Paleis voor Schone Kunsten (Brussel) - ma. 19 apr., 20u. - tel. 02/507.82.00

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud