Lucy van Dael: Blij met een barokviool

(tijd-cultuur) - Lucy van Dael geldt als een van de pioniers in de historische uitvoeringspraktijk. Als barokvioliste werkte ze samen met tal van protagonisten uit deze beweging. In Brugge vertolkt ze deze week Bachs 'Sonates en partita's' voor soloviool, een werk dat haar meer dan dertig jaar geleden naar de barokviool lokte.

Bachs sonates en partita's ontstonden tijdens zijn Köthense periode. In die tijd ontstonden ook meesterwerken als de 'Brandenburgse Concerti', de 'Cellosuites' en het eerste boek van het 'Wohltemperierte Klavier'. De drie sonates zijn op Italiaanse leest geschoeid en bestaan uit een opeenvolging van vier delen. De partita's verwijzen met hun vier tot acht dansen eerder naar de Franse suite. Het zijn werken die generaties lang violisten zijn blijven fascineren en die nog steeds een onderdeel van de opleiding van de violist vormen. Ook Lucy van Dael raakte al op jonge leeftijd gefascineerd door Bachs meesterwerk voor de soloviool. 'Het is precies door de 'Sonates en partita's' van Bach dat ik tot de barokviool gekomen ben', vertelt Lucy van Dael. 'Ik hield erg veel van die werken en was al erg jong in mijn eentje begonnen met enkele delen in te oefenen. Tijdens mijn opleiding, ik speelde toen nog op een moderne viool, kwam ik zelfs in conflict met mijn leraar over de interpretatie van die werken. Ik voelde aan dat een heleboel dingen die ik met deze muziek wilde doen, niet konden met een moderne viool en een moderne strijkstok. Mijn leraar bracht me in contact met iemand die oude strijkstokken en historische instrumenten had. Ik kreeg meteen een oude strijkstok mee en zo ben ik een nieuwe weg ingeslagen. Op mijn eindexamen in 1967 heb ik Bach op een oude viool gespeeld en de rest van mijn programma op een moderne viool. Dat was een primeur aan het conservatorium.'

Haar zoektocht naar een historisch verantwoorde manier van uitvoeren ging vooral uit van haar eigen persoonlijkheid én haar speeltechnische kwaliteiten. 'Eind jaren zestig begon mijn samenwerking met Ton Koopman, die mij opnames liet horen van het Leonhardt Consort. Hij inspireerde mij om naar oude vioolscholen te gaan zoeken en te experimenteren', zegt Lucy van Dael. 'De informatie die ik uit oude traktaten haalde leerde me vooral dat violisten destijds meestal hun eigen stukken speelden en hun eigen stijl hadden die voortvloeide uit hun kwaliteiten als musicus. Het is zinloos een historische individuele speelstijl te willen nabootsen omdat we onze eigen stukken niet eens spelen. Ik besefte dat ik niet bang hoefde te zijn om vanuit een grondige historische achtergrond mijn eigen stijl te ontwikkelen en daarmee een repertoire te spelen waar ik affiniteit mee heb. Ik vind het bovendien bijzonder positief dat de beweging van de historische uitvoeringspraktijk de interpretatie-uniformiteit die daarvoor bestond, doorbroken heeft.'

In zijn 'Sonates en partita's' creëerde Bach complexe structuren, maar tegelijk verstevigde hij zijn constructie door het toevoegen van emotie en spontaniteit. In haar interpretatie maakt Lucy van Dael zowel plaats voor het abstracte als voor het concrete. 'Ik beschouw het als mijn eerste opgave om een analyse van een compositie te maken', vertelt ze. 'Die analyse inspireert me tot een inzicht dat ik naar beelden vertaal. Ik schrijf ook teksten bij die muziek en dat resulteert in mijn eigen interpretatie. Het is een heel persoonlijk en geheim proces dat ik met niemand wil delen. Je moet als uitvoerder een middel vinden om je eigen beperkingen te overstijgen en voor mij is die werkwijze een perfect middel om dat te doen. Men mag alvast niet denken dat men op een barokviool niet expressief moet spelen. Francesco Geminiani beweerde reeds dat je op de eerste plaats moest proberen het hart van de mensen te raken en emoties teweeg moest brengen. Dat kan je alleen doen met diverse klankkleuren en met grote dynamische verschillen. Op een barokviool is het zelfs moeilijker die zaken te realiseren dan op een moderne viool, maar het blijft wel noodzakelijk.'

Het spelen van de integrale vioolsonates en partita's, gespreid over twee avonden, beschouwt Lucy van Dael als een zware sportprestatie. 'De technische vereisten zijn nog zwaarder dan in de cellosuites', zegt de Nederlandse violiste. 'Maar je krijgt wel heel veel terug voor deze krachttoer. Deze Bach-werken zijn goed voor de mentale hygiëne. Ik raad violisten altijd aan elke dag minstens één deel uit deze werken te spelen. Ze zijn ook goed voor je techniek, voor de intonatie in het bijzonder, want deze werken zijn echt genadeloos als je niet perfect zuiver speelt. Dit alles gekoppeld aan het feit dat het ook raadselachtige stukken zijn die je altijd weer uitnodigen om na te denken, maakt me echt gelukkig als ik deze werken speel. Wat de uitvoering betreft vind ik het essentieel om de bas die je soms speelt, maar soms ook niet, altijd te laten horen of aanvoelen. Het is de grote uitdaging van deze werken om het harmonische fundament te begrijpen en over te brengen. Maar uiteindelijk moet je de techniciteit ook kunnen overstijgen en echte muziek maken.' Tom EELEN

Concertgebouw (Brugge) - za 11 okt en zo 12 okt, 20 uur - 070/22.33.02

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud