Major problems bij grote platenfirma's

(tijd) - Wat is er mis in de muziekindustrie met de majors, de grote platenfirma's, die hun artiesten een na een zonder contract zetten? Volgens stemmen in de sector heeft de cd zijn beste tijd als geluidsdrager gehad. Het voornaamste slachtoffer is de grote platenfirma. Kleinere labels met een flexibeler ritme en minder vaste kosten vangen de bands op die hun grote broers niet (meer) willen.

De Nederlander Maarten Steinkamp maakte op het voorbije Eurosonic Seminarie in Groningen een haarscherpe analyse van het falen van 'de major'. De toenmalige managing director van BMG International is benoemd tot BMG-president van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, maar in zijn vroegere functie was hij nauw betrokken bij de gesprekken tussen enerzijds BMG en Warner, en anderzijds BMG en Sony. Nu vraagt hij zich af welk ander bedrijf uit welke andere sector een samenwerking zou willen aangaan met een major platenlabel. 'Ons businessmodel is verouderd, we hebben allemaal schulden en geen van ons was winstgevend vorig jaar. Er is een reden waarom de Microsofts van deze wereld niet in de rij staan om met ons te onderhandelen. Majors kunnen alleen maar fuseren onder elkaar omdat andere bedrijven niet in ons geïnteresseerd zijn.'

De moeilijkheden in de sector haalden vorige week opnieuw de media toen de Belgische divisie van Warner bekendmaakte dat ze in de nabije toekomst geen contracten meer afsluit met lokale artiesten. Eerder was Warner Music Group door haar moederbedrijf, het media- en entertainmentconcern Time Warner, voor 2,6 miljard dollar verkocht aan een groep Amerikaanse investeerders. Time Warner was blij die verliespost van de hand te kunnen doen, nadat eerder fusiegesprekken met BMG op de valreep afgesprongen waren.

Zo'n fusie was voor het label cruciaal om een groter deel over te houden van de steeds kleiner wordende koek, die verdiend wordt met de cd-verkoop. Na een grondige inspectie van de boekhouding werd besloten meteen 200 miljoen dollar te besparen. Op wereldschaal kwam dat overeen met 20 procent ontslagen. De sanering heeft vooral gevolgen voor de lokale werking van de Warner-stal. Die wordt opgedoekt in kleinere territoria zoals de Benelux. Zo wordt de major in Europa nog meer een doorgeefluik voor Amerikaanse mainstreamacts.

Maar er is niets nieuws onder de zon. Zo stond de Belgische A&R-tak van Warner al een hele tijd op een laag pitje. De maatschappij had de voorbije jaren An Pierlé, Zita Swoon en Starflam laten gaan. De overeenkomst die Joost Zweegers en Warner destijds bedongen hield twee albums in en zit er ook op. In de Benelux blijft de huidige cd van Novastar een prioriteit. De exploitatierechten voor het buitenland krijgt Joost Zweegers terug. Aan de vooravond van de release van zijn tweede plaat keek de zanger bijzonder nuchter aan tegen de gebeurtenissen, waarvan de impact pas later duidelijk werd: 'Het gaat overal slecht. Er verdwijnen overal jobs. Ik mag van geluk spreken, ik heb een heel mooie deal.' Zijn nieuwe plaat hoeft het echter niet slechter te doen aan de kassa dan de voorganger. In het buitenland kwam die, ondanks de lokale werking, ook niet uit. Meer zelfs, de huidige situatie biedt perspectieven. Zweegers is niet langer gebonden aan een exclusiviteitscontract.

'Piraterij, het op grote schaal branden en illegaal downloaden van cd's en het gebrek aan adequate regelgeving daaromtrent' stippen Warner en de andere majors aan als de belangrijkste oorzaken voor de diepgaande malaise in de muziekindustrie. Maar de echte oorzaak zit veel dieper. Grote platenmaatschappijen zijn bureaucratische, logge bedrijven die in een steeds sneller veranderend muzikaal landschap, dat constant een beroep doet op nieuwe technologieën, te laat op tendensen hebben ingepikt. Koude saneringen waren bedoeld om boekhoudkundige besparingen door te voeren, maar niet om een langetermijnbeleid te ondersteunen. Ontslagen vielen ook vaak aan de bodem van de bedrijven, bij de mensen die de artiesten moesten doen doorbreken, zelden aan de top. Aan het zakenmodel van de florerende jaren zeventig van vorige eeuw, toen de sector massa's geld verdiende, werd ook in de jaren tachtig en negentig niet getornd.

De opgang van de cd kon het aftakelingsproces van de sector nog een decennium tegenhouden. Fusies hebben er de voorbije jaren voor gezorgd dat er met saneringen kon blijven worden bespaard, maar de vooruitzichten zien er niet rooskleurig uit. De neerwaartse spiraal van de cd-verkoop is niet te stoppen.

Steinkamp ziet vooral kansen voor independents, maar hij heeft het dan niet zozeer over traditionele bedrijven zoals PIAS, die weliswaar minder kantoren hebben dan de majors maar met dezelfde structurele problemen kampen. Wel over 'nieuwe' independents. Hij neemt onder andere de naam van Simon Fuller in de mond. De man achter 'Pop Idool' veroverde met zijn nieuwe format de wereld. Of een bedrijf als Sanctuary Music Group, dat praktisch alleen artiesten tekent die door andere labels gedropt zijn. 'En ze doen dat hartstikke goed: 'Welkom mevrouw Dolly Parton, wat kunnen we je aanbieden? We doen merchandising, management, boekingen, platenfirma, opnamestudio, cd, dvd. Ah, mijnheer Morrissey, jij wil alleen de release en de opnamestudio, maar je brengt wel je eigen mensen mee? Geen probleem.' Je moet creatief zijn. De grote platenfirma's hebben zich ook te weinig ingedekt. De risico's die we namen, stonden vaak niet in proportie tot de inkomsten. Des te groter een artiest is, des te kleiner de return wordt. Waarom zou iemand als Marco Borsato nog een belangrijk percentage van zijn rechten afstaan aan een platenfirma? Hij heeft gewoon een goede distributeur nodig.'

Ook op kleinschalige, lokale schaal zie je steeds meer doe-het-zelfinitiatieven ontluiken. Petrol, de stal van Flip Kowlier, brengt platen uit en verzorgt via Busker ook boekingen. Keremos is het label, het management én het boekingskantoor van Sioen. In feite zijn dat artiesten die tien jaar geleden nog bij een major getekend zouden hebben, maar nu veel beter af zijn op huislabels.

Pas wanneer een groep een grootscheepse marketing- en promotiemolen nodig heeft, kan een overstap naar een major lonend zijn. Maar dan nog blijft de vraag of de platenfirma er überhaupt iets aan overhoudt. Neem het voorbeeld Hooverphonic. Hun cd's oogstten in de ogen van het publiek heel wat bijval, maar zijn economisch gezien een nuloperatie voor Sony België.

Als de Europese Commissie de fusie goedkeurt tussen Sony en BMG (Impala, de belangenvereniging van de onafhankelijke platenlabels, en Apple hebben zich er al tegen verzet) blijven er nog vier majors over. Universal en Sony BMG zullen in dat geval strijden voor het marktleiderschap, met elk 25 procent. De verzamelde independents beschikken eveneens over een kwart van het marktaandeel. EMI en Warner moeten het met de helft doen. Hoe die verhoudingen er over tien jaar uitzien, kan niemand voorspellen. Het hangt er vooral van af hoeveel koek dan nog te verdelen valt en of de grote platenfirma's alternatieve inkomstenstromen kunnen aanboren en creatiever inspelen op veranderingen in de markt.

Tom PEETERS

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud