'Niemand durft zijn stem nog te verheffen, dan doe ik het maar'

(tijd) - Vergezeld van een volledig vrouwelijk blaaskwartet trekt de zanger Ronny Mosuse met een Nederlandstalig liedjesprogramma door Vlaanderen. Rick de Leeuw, Frank Vander linden, Herman Brusselmans en Hugo Matthysen schreven voor hem nummers over de kritieke toestand van de wereld en zijn eigen, hoogstpersoonlijke zoektocht naar een vaster wereldkader. 'Een geweldige leerschool voor als ik weer in het Nederlands begin te ploeteren.'

'Wij waren vroeger zowel fan van groepen als Deep Purple, AC/DC, ABBA, Dead Kennedys en The Beatles, als van Boudewijn de Groot.' Ronny Mosuse blikt terug op de bandjes en de zangers die hem vroeger konden verleiden om samen met broers en vrienden een danspasje te wagen op de t.d.'s in Borgerhout. 'Maar als je begint met een popgroepje, kies je nu eenmaal voor stevige nummers in het Engels, al was het maar omdat je dacht dan meer succes te hebben bij de meisjes.'

Tot zijn 33ste heeft het geduurd vooraleer hij zijn debuut als Vlaamse zanger zou maken. Na een carrière als zanger-gitarist bij The Radios, als solozanger RonnyMo, als bassist bij het lolbroekentrio Clement Peerens Explosition en na een gelouterde soloplaat onder zijn eigen naam nu twee jaar geleden, vond hij het tijd om zijn stem te laten horen in zijn eigen taal. Als zanger van het Nieuwe Wereldlied op Radio 1 had hij de Vlaamse klanken al gekauwd en gesmaakt, en kwam hij erachter dat het vooral een technische aangelegenheid was.

'Het Engels en het Hollands bekken makkelijker, het Vlaams veel moeilijker. Maar het daagde me uit. Ik heb het Nederlandstalige lied altijd geapprecieerd. Als zanger heeft Boudewijn de Groot, toch eerder een Brabander dan een Hollander, me erg beïnvloed. Zijn timing en de manier waarop hij zijn woorden kleurt, maken hem tot een van de meest archetypische en fijnste stemmen uit ons taalgebied. Maar eigenlijk is het zoals Will Tura me onlangs zei: met al die kleine dialecten is er in Vlaanderen geen plaats voor concurrentie. Op enkele copycats na heeft elke Vlaamse zanger zijn eigen persoonlijkheid. Een tongval kan daarbij helpen. Denk alleen maar aan de rollende r van Frank Vander linden, of aan die zanger van Toast, die het als geen ander van de daken kon schreeuwen.'

In uw Engelstalige album 'Stronger', dat twee jaar geleden verscheen, klonk het nog dat u het allemaal niet meer wist. Nu volgt u een totaal andere strategie.

Ronny Mosuse: 'Ik sta tegenwoordig versteld van mijn eigen rechtlijnigheid. Ik heb het voorbije jaar besloten dat ik een vaster wereldkader nodig heb. Als je jong bent en vrij van belastingbrieven, aanhangsels en verplichtingen tegenover de maatschappij, dan is je wereldbeeld nog heel veranderlijk. Je kunt de ene week tegen jointjes roken zijn, terwijl je de andere week met eenzelfde stelligheid durft te beweren dat dat wel moet kunnen. Op een gegeven leeftijd stopt die wisselvalligheid. Het heeft veel te maken met de verantwoordelijkheid waarmee kinderen je opzadelen, en ook misschien wel met het feit dat het de jongste drie jaar heel slecht ging met de wereld. Misschien is het de schuld van Bush. Iedereen moest ineens zijn adem inhouden en begon zich nog meer vragen te stellen: 'Wat als er oorlog uitbreekt?'. Zulke vragen dwingen je tot een wereldbeeld dat vaststaat. Ik durf het soms weleens conservatisme noemen, maar dan in de goede zin van het woord.'

U werkte voor de nieuwe liedjes met gastschrijvers die hun pluimen al verdiend hebben in de Nederlandse taal. Omdat de stap van het Engels naar het Nederlands voor u te groot was?

Mosuse: 'Ik heb zelf ongeveer de helft van de nieuwe liedjes geschreven, maar ik vond het allerminst vanzelfsprekend. In het Engels kun je de clichés aaneenrijgen en je gedacht zeggen zonder dat iemand zich daaraan stoort. In het Nederlands is dat veel moeilijker. Ik heb gemerkt dat mijn gastschrijvers in een persoonlijk nummer toch nog afstandelijkheid kunnen stoppen. Dat is puur vakmanschap. Het zit in hun woordkeuzes, in het omdraaien van onderwerp en persoonsvorm, in taalkundige ingrepen.'

Is het ontroerende nieuwe nummer over het verlies van uw broer Robert van uw eigen hand?

Mosuse: 'Neen, net niet. Het is van Frank Vander linden. Toen ik op mijn vorige tournee mijn Engelstalige nummer over mijn broer moest zingen, kreeg ik dikwijls een krop in de keel. Dat wilde ik dit keer vermijden. Als ik Franks nummer zing, is het objectief, omdat het ook over iemand anders zou kunnen gaan. Ik hoef het niet op mijn broer te projecteren. Als ik het zelf schrijf, weet ik pertinent zeker dat het woord per woord over mijn broer gaat. Voor het publiek maakt het natuurlijk niet uit, maar voor mij is het een levensgroot verschil.'

Was het moeilijk om nummers over uzelf uit te besteden?

Mosuse: 'In het begin wel, vooral omdat je je masker moet afzetten. Je moet zeggen: 'Beste Frank, beste Rick, beste Hugo en beste Herman, zo ben ik echt.' Daar kwam veel schroom bij kijken, want ik bewonder hen stuk voor stuk. Herman omdat hij moeiteloos een blad kan vullen met een miniseconde van een menselijke gedachte. Rick om de manier waarop hij emoties vervat in zijn gedichten en zijn proza. Hugo kan dan weer als geen ander de banaliteit van het leven vatten. En Frank combineert al die dingen, en is daarnaast een woordkunstenaar.'

Uw jongste werk ademt een zekere nostalgie uit naar de jaren zestig en zeventig, waarin Nederlandstalige producties nog stevig georkestreerd werden.

Mosuse: 'Ik ben een geweldige fan van de volle orkestklanken die veel nummers van Will Tura, Louis Neefs en Ann Christy toen ondersteunden. Dat gaf cachet. Ik haat de geprogrammeerde producties van de Britney Spearsen van deze wereld, kortom alles wat mijn kinderen goed vinden. Ik weet hoe het werkt, maar de beroepseer is me te groot om voor zo'n vlakke productie te kiezen. Ik wil dat de blazers fier zijn op hun partij. Ik nodig ook graag veel muzikanten uit, dat houdt de industrie draaiende. Ik ben er fier op dat er van het strijkkwartet dat we vorige keer samenstelden nu eentje bij Hooverphonic zit en een ander bij Jasper Steverlinck. Ik ben misschien gewoon rap verveeld. Ik heb veel te lang met alleen bas, drums, gitaren en keyboards gewerkt. Ik zie er live de fun niet meer van in.'

Tijdens de persvoorstelling van de tournee viel het op dat u uzelf ondanks uw grote boodschap constant relativeerde.

Mosuse: 'Pas op: ik wil mijn muziek daar zeker niet mee ontkrachten. Maar ik vind dat je op een podium de mensen in de eerste plaats moet amuseren, ook al is de boodschap niet zo prettig. Thuis maak ik grote kunst en schilder ik met klanken, maar dat hou ik voor mezelf. Af en toe sluipt er weleens wat van in mijn werk, maar wat ik op het podium doe is entertainment.'

'Als ik al iets doortrek van het podium naar mijn eigen leven, dan is het wel dat relativeringsvermogen. Ik kan niet zweven, mijn broer kon dat ook niet. Wij blijven mannen van Borgerhout. Ik reik die grote boodschap ook alleen maar aan omdat niemand het nog durft. De laatste was Jezus Christus. Er is nog Bush, maar dat vind ik een slecht voorbeeld. Dan kan ik het beter zelf zeggen.'

Concertdata: www.ronnymosuse.com .

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud