Prometheus Ensemble brengt werk van György Kurtág

(tijd) - Het Prometheus Ensemble onderscheidt zich van andere kamermuziekgroepen voor recente muziek door zijn sterke band met de traditie van de westerse kunstmuziek. Dat verklaart allicht de voorkeur van het ensemble voor het werk van de Roemeens-Hongaarse toondichter György Kurtág. In deSingel in Antwerpen brengen zij Kurtágs avondvullende 'work in progress' 'Rückblick'.

Als geen ander laat György Kurtág de traditie doorsijpelen in zijn oorspronkelijke muziektaal. De traditie is een geïntegreerd onderdeel van zijn muzisch denken. Dit keer plaatst het Prometheus Ensemble het werk van Kurtág niet tegenover een oude meester als Bach, maar stelt het 'Rückblick' voor, een soort anthologie van het werk van Kurtág door Kurtág. In het werk komt naar voren wat hem na aan het hart ligt, zowel muzikaal als diepmenselijk. Voor wie het werk van Kurtág niet goed kent is het een indringende introductie.

Zoals de titel 'Rückblick', of terugblik, aangeeft kijkt Kurtág in dit werk op zijn eigen scheppen en leven terug. Hij doet dat niet vanuit een soort melancholische of nostalgische bevlogenheid, maar als middel om zich tegenover het nu te plaatsen. Het is een structuur waarin hij nieuw werk spiegelt aan ouder, meestal herwerkt materiaal, om een stand van zaken op te maken. De oorsprong van het concept vinden we terug in 'Musik für die Beethovenhalle' (1969) van de door György Kurtág sterk bewonderde Karlheinz Stockhausen. Stockhausen stelde zijn muziek 'ten toon' in de verschillende ruimtes van de Beethovenhalle in Bonn. In die zin is ook 'Rückblick' een rondleiding in het werk van de Kurtág, alleen ontbreekt hier het ruimtelijke aspect. Het is zelfs een 'Hommage à Stockhausen', een hulde aan zijn idool door middel van eigen muziek. Hoewel die idiomatisch niet veel van doen heeft met die van het grote voorbeeld.

Uiteraard worden door de persoonlijke keuze de brandpunten en obsessies van Kurtág voor de buitenstaander zonneklaar. Een eerste belangrijk aspect is het ritueel. Het werk krijgt zelfs als aanduiding 'Wie ein Rituel zu spielen' mee. Dit aspect wordt duidelijk in de opbouw van het werk. Het werk opent met een (nieuw geschreven) 'Invicatio', 'Kyrie' en 'Hommage à Stockhausen', een aanroeping, een smeekbede en een hulde. Die trouwens aan het einde herhaald wordt.

De gevoeligheid voor het transcendente tegenover het aardse menselijke bestaan wordt duidelijk door de voedingsbodem van vele werken. Zo staan de 'Pilinzky-Lieder' uit 1975, oorspronkelijk geschreven voor bas en ensemble, maar hier instrumentaal uitgewerkt, voor vier stadia van het lijden. Die stadia behelzen het lijden in de relatie, het lijden door bedwelming (alcohol), door onrecht en door existentieel lijden. De andere kerngedachten in dit werk draaien rond afscheid, verlies en scheiding, wat tot uitdrukking komt in de vele hommages en in memoriams die in het werk voorkomen.

Een andere centrale plaats krijgt de 16de-eeuwse predikant Péter Bornemisza. Via zijn spreuken geeft hij uitdrukking aan de zonde, de ziel, het kwaad, de dood, het geloof en weerom het lijden.Het krachtige aan Kurtágs muziek is dat hij dit lijden niet klagend uitschreeuwt, maar vervat in poëtische verstilling, in het afschrapen van elke overbodige uitdrukking. De grootsheid en alomvattendheid van het zijn krijgt zijn verklanking door bijna niets. Deze spaarzaamheid heeft niets te maken met de minimalistische esthetiek, die vaak maximalistische pretenties heeft vanuit een instrumentele blik op de wereld.

Kurtág poogt daarentegen op poëtische wijze uitdrukking te geven aan onze hachelijke situatie, aan de verhouding van de levenden tot de doden, aan de menselijke broosheid via een gevoeligheid waarvan hij meteen ook de (muzikale) context schetst. Dat maakt dat men ver in Kurtágs toch erg persoonlijke taal kan meegaan.

'Rückblick' van Kurtág door het Prometheus Ensemble, op za. 24 jan., 20.15 u. in Flagey in Elsene (02/641.10.20 of www.flagey.be)

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud