Rokia Traoré laat sterke stem horen

(tijd) - De Malinese zangeres Rokia Traoré overstijgt op haar nieuwe cd 'Bowmboï' de term 'wereldmuziek' door alle clichés te vermijden. Als dochter van een Malinese diplomaat reisde ze de wereld rond en proefde ze van verschillende culturen. Op haar twee vorige albums liet ze zich al opmerken als een van de grootste West-Afrikaanse zangtalenten.

Op 'Bowmboï' klinkt een diep respect voor de traditie, maar tegelijk heeft de zangeres een moderne kijk op de wereld. Hoewel de liederen met traditionele instrumenten in Mali werden opgenomen, is zeker geen traditioneel album geworden. Zelfs als Traoré in San Francisco met het Kronos Quartet opneemt, hoor je nergens nummers die je als 'fusion' kan bestempelen. Die term is volgens de zangeres achterhaald.

Rokia Traoré: 'Mocht ik zo'n honderd jaar geleden geboren zijn, dan had ik nooit naar Amerikaanse of Europese muziek kunnen luisteren. In onze moderne maatschappij heb je via cd's, internet of televisie in een handomdraai muziek uit vreemde culturen in huis. Ik heb geluiden uit de meest uiteenlopende culturen in mij opgeslagen. Die maken deel uit van wie ik ben. Ik maak dan ook muziek zoals iemand die naar jazz, klassieke muziek, pop en rock heeft geluisterd en dat nog altijd doet. Louis Armstrong, Serge Gainsbourg of een Afrikaanse griot, ze kunnen me allemaal bekoren.'

Dankzij haar vader heeft Traoré lang in het Midden-Oosten, Europa en Amerika gewoond. 'Hij had een gigantische, inspirerende platencollectie', vertelt ze. 'Ik heb heel wat van de wereld kunnen zien en maak daar nu als zangeres en componiste gebruik van. Ik behoor tot de Bambara, een etnische groep die geen beperkingen oplegt over het zingen in het openbaar. Ik stam niet uit een traditionele griot-familie, maar wilde toch van zingen mijn beroep maken. Mijn ouders steunden me en ik heb in mijn jeugd in verschillende bands gespeeld.'

Toch koos Traoré pas in 1996, op haar 22ste, voor een voltijds bestaan als zangeres. Een jaar later riep Radio France haar uit tot 'Afrikaanse ontdekking van het jaar'. Ze legde meteen een stevig fundament voor haar in 1998 verschenen debuut 'Mouneïssa'. Het twee jaar later uitgebrachte 'Wanita' prijkte op zowat alle eindejaarslijsten van rootsmagazines. Maar dat wordt door deze 'Bowmboï' meteen overschaduwd. Traoré zingt nog veel sterker, de bedrieglijk simpele arrangementen blijven de nieuwsgierigheid prikkelen.

Rokia Traoré: 'Er is in de drie jaar tussen die twee albums heel wat veranderd. Ik heb zangles genomen en me toegelegd op de theoretische muziekkennis. Die vocale techniek en een beter begrip van wat je muzikaal allemaal kan bereiken, hebben mijn zelfvertrouwen versterkt. Maar de kracht in mijn stem komt eerder door wat ik heb meegemaakt de voorbije drie jaar. Ik had even genoeg van de muziekindustrie na mijn tweede cd. Ik merkte hoezeer muzikanten in een bepaalde hoek werden gedrongen om toch maar te passen in een mooi uitgetekend commercieel plan. Ik wilde terug naar de muzikale geest die ik had voor ik een professionele zangeres werd. Bescheidenheid en eenvoud, dat moesten opnieuw de sleutelwoorden worden. Ik mocht zeker niet in mijn eigen hype geloven. Ik moest terug naar Mali om op te nemen en zong er met de legendarische zanger Ousmane Sacko. De studio waarin we opnamen was nog niet af en wie goed luistert, hoort hier en daar wat straatgeluiden of spelende kinderen. Maar dat was net de charme. Bovendien wilde ik aantonen dat je in Mali net zo goed een internationaal klinkend album kan opnemen.'

Op 'Bowmboï' staan heel wat songs over de kindertijd en de positie van de vrouw in de moderne Afrikaanse maatschappij.

Rokia Traoré: 'Ik besef maar al te goed dat ik bijzonder veel geluk heb gehad. Ik heb een zorgeloze kindertijd gekend zonder armoede. Ik heb me cultureel kunnen ontwikkelen terwijl voor andere kinderen het overleven, de oorlog en de zoektocht naar voedsel centraal stonden. Ik heb me kunnen ontwikkelen tot een vrije vrouw met een eigen mening en ik durf die ook te verkondigen. We hebben nu heel wat vrijheden waar onze moeders alleen over konden dromen. Maar je moet ook moedig genoeg zijn om voor je rechten op te komen. Heel wat van mijn songs eren moedige vrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat je vrij kan zijn als te tenminste je stem laat horen. Ik word door heel wat vrouwen als een rolmodel gezien, maar zo heb ik het nooit bekeken. Ik hoop inspiratie te schenken, meer niet. Ik ben geen vrijheidstrijdster of een naar commercieel succes hunkerende zangeres. Ik zal mijn huid nooit kleuren of tonnen make-up dragen zoals je elke dag op MTV ziet.' DF

'Bowmboï' van Rokia Traoré is uit op Indigo/Label Bleu in een verdeling van Culture Records.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud