'Olla Vogala' start tournee rond 'Siyabonga'

(tijd) - Op de nieuwe cd 'Siyabonga' hanteert de folkgroep Olla Vogala uiteenlopende muzikale stijlen: leider Wouter Vandenabeele deed zijn inspiratie op tijdens een van zijn vele reizen. Hij blijft bewust 'Vlaamse' muziek maken en roept de hulp in van muzikanten uit andere culturen om 'hun' muziek te spelen. Of hoe Gent, Dakar, Johannesburg en Athene elkaar op een schijfje vinden. Olla Vogala start een lange tournee.

'Siyabonga' etaleert een wereld waarin een anonieme compositie uit de 16de eeuw ('Ouverture #3') wordt afgewisseld met een tango ('Awa'), om daarna te flirten met een Arabisch liefdeslied ('Lefnar'). Folkzanger Ludo Vandeau laat zich op 'Agapé' en het walsende 'Les Chiens' van zijn meest kwetsbare kant zien. Ook de Algerijnse zanger Djamel, eveneens een lid van het eerste uur, zingt als vanouds met veel passie. 25 muzikanten, zangers en zangeressen zorgden ervoor dat 'Siyabonga' baadt in uiteenlopende muzikale stijlen, zonder geforceerd te klinken. Voor Wouter Vandenabeele is het de bekroning van een zeer drukke periode.

Wouter Vandenabeele: 'Ik heb heel wat gereisd, naar Griekenland, Hongkong, Senegal, Zuid-Afrika, en dat heeft me enorm geïnspireerd. De vaste kern van Olla Vogala was vaak mee op die reizen en natuurlijk hebben we veel samengespeeld met andere mensen. Daardoor is een sterker groepsgevoel ontstaan in de band en dat hoor je op deze cd. We hebben heel wat tijd uitgetrokken voor de opnames. We hebben ook niet in een reguliere studio opgenomen, maar wel op locatie. De eerste opnames dateren van november 2003 toen hier bevriende Zuid-Afrikaanse muzikanten op bezoek waren.'

Het rijke klankbeeld van 'Siyabonga' laat vermoeden dat met veel zorg aan de composities gewerkt werd. Vandenabeele: 'Ik heb wel een beeld in mijn hoofd van hoe het allemaal kan klinken. Sommige dingen schrijf ik op voorhand uit en dan bepaalt de partituur de richting van de song. Andere zaken steunen op een basisidee dat door het talent en de inbreng van de andere muzikanten helemaal opengetrokken kan worden. Ik respecteer ook steeds de traditie of de roots van een muzikant en probeer me zeker niet als een strakke dirigent op te stellen. Ik ben veeleer een eindregisseur die vooral het enthousiasme moet aanwakkeren. Er spelen heel wat nationaliteiten mee op de plaat en die heb ik een zo inspirerend mogelijk forum willen geven.'

Een scharniermoment in de muzikale ontwikkeling van Vandenabeele was het moment waarop hij besloot enkel zijn muzikale roots en leefwereld te gebruiken als basis voor een compositie. Vandenabeele: 'Ik hou van uiteenlopende stijlen en interesseer me bijvoorbeeld voor Indiase of Griekse muziek, maar ik zal nooit proberen een muzikale stijl uit zo'n land te kopiëren. Geen imitatie meer van een vreemde cultuur, dat is een van de basiselementen. Wanneer ik Marokkaans klinkende percussie nodig heb, schakel ik een Marokkaanse percussionist in. Vroeger nam ik dan een Belg die een bepaalde percussiestijl gestudeerd had, maar het blijft toch een imitatie. Geen enkele Belgische percussionist, hoe goed hij ook is, speelt als een Zuid-Afrikaanse of Congolese percussionist. En dat is geen verwijt. Je kan best een volwaardige percussionist zijn, zolang je maar weet wat je roots zijn.'

Vandenabeele speelde ooit met enkele Senegalezen in Aalst. 'In het voorprogramma stond een band met louter Belgische djembéspelers. Een van die Senegalezen hoorde ze spelen en vroeg me welke muziek die speelden op typisch Afrikaanse instrumenten. 'C'est de la musique flamande?', klonk het verbaasd. En die Belgen maar hun best doen om toch maar zo Afrikaans mogelijk te klinken. Wanneer je met westerse oren een Afrikaans percussiestuk ontleedt, merk je dat Afrikanen uit een schijnbare chaos iets heel moois kunnen creëren en dat hebben wij niet in ons. Ik ga nu nog enkel mijn eigen gang en merk dat ik daardoor ook het meeste respect krijg. Als ik bijvoorbeeld Turkse muziek imiteer, word ik toch niet ernstig genomen. Of je moet echt jarenlang in dat land wonen, maar dan beperk je je toch weer. Net door je eigenheid niet te verloochenen, geef je muzikanten uit een ander land een uitdagend muzikaal kader waarvan ze deel willen uitmaken. Anders krijgen ze de indruk te worden opgevoerd als een exotisch curiosum en daar bedanken de meesten voor. Laat een Afrikaan bijvoorbeeld voor het ritme zorgen en laat ons de harmonieën voor onze rekening nemen: via dergelijke kruisbestuivingen ontstaat het totaalbeeld van Olla Vogala.' Dirk FRYNS

'Siyabonga' van Olla Vogala is verschenen op Zoku/EMI

Informatie over de tournee: www.garifuna.be

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud