Dito'Dito en Tg Stan spelen 'Zien en zien'

(tijd) - Eind vorige eeuw onderhielden het Brusselse theatercollectiefje Dito'Dito en Tg Stan uit Antwerpen een nauwe band. Intussen gingen hun wegen wat uit elkaar, waarbij Dito'Dito zich steeds vaker boog over de hoofdstedelijke problematiek, terwijl Tg Stan zijn werkveld verbreedde naar het buitenland. Nu komt het weer tot een samenwerking met het door Guy Dermul en Sara De Roo vertolkte 'Zien en zien' van Gerardjan Rijnders.

Voor Dermul (Dito'Dito) en De Roo (Tg Stan) is het al de derde tekst van deze gereputeerde Nederlandse regisseur-auteur, wiens 'Timon van Athene' eerder dit najaar bij Het Toneelhuis in première ging. In 1995 speelden ze 'Pick-up', gevolgd door het in opdracht geschreven 'Kanker' een jaar later. Ook 'Zien en zien' werd speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerd.

'Voor mij is Rijnders echt een pijler in de toneelliteratuur', zegt Guy Dermul. 'Je hebt voor en na Rijnders. Hij heeft de toneeltaal enorm ingekort en verdicht, zowel qua vorm als in de anekdotiek van het verhaal. Bovendien zit hij zeer dicht op de actualiteit. Met 'Timon Van Athene' deed hij dat onlangs ook weer. Die actualiteit vind je in alle geledingen van de tekst, zowel inhoudelijk als qua taal. Bovendien vind ik hem zeker geen blauwdrukschrijver. 'Zien en zien' is de derde tekst van Gerardjan die we samen spelen en het is heel fijn te voelen hoe de auteur is geëvolueerd. Je merkt dat hij een paar jaar verder staat, wat ouder is geworden. Hij houdt meer rekening met de parameters die er nu eenmaal zijn, in plaats van ze zoals vroeger meteen uit de weg te rammen.'

Naast een liefde voor de stukken van Rijnders, is het de spanning om nog eens samen te spelen die De Roo en Dermul ertoe bracht opnieuw in de theaterkast te duiken. Dermul: 'Het parcours van Tg Stan en dat van Dito'Dito is intussen erg uit elkaar gelopen, terwijl we ten tijde van 'Kanker' nog heel nauw samen werkten. Het was voor ons tegelijk terug thuiskomen, en toch elkaar weer leren kennen.'

In 'Zien en zien' ontmoeten een man en een vrouw elkaar weer na een hele tijd. Er is iets tussen hen geweest en er is intussen iets verschrikkelijks gebeurd waar ze allebei op hun manier mee worstelen. Dermul: 'Het is een cryptische tekst die begint met enkele monologues intérieurs. Daarin verwoorden de man en de vrouw hun angst over wat ze al dan niet kunnen zeggen. Het is een voorbereiding op het eigenlijke gesprek dat volgt en erg moeizaam verloopt. Wat telt, is dat ze dat gesprek wel aangaan en elkaar niet ontlopen. Ze hebben iets ergs meegemaakt waar ze door moeten. Het stuk gaat heel erg over een afscheid, ook al blijft het onduidelijk waarover het precies gaat. Ze hebben elkaar nodig om weer verder te kunnen, hoewel ze in materiële of fysieke zin niet meer samen zijn. Iets van wat geweest is, blijft altijd aanwezig, in welke vorm ook. Ze moeten eerst de zere plek een naam kunnen geven, de pijn durven uitspreken, om weer verder te kunnen. Wanneer het bespreekbaar wordt, is het stuk bijna gedaan.'

Aan vier muzikanten met een heel verschillende achtergrond werd de tekst voorgelegd en gevraagd er een muzikale tegenstem bij te bedenken. Afwisselend staan de klassieke pianist Alain Franco, de door modern klassiek gebeten altviolist Paul de Clerck, de jazzy saxofonist Eric Morel en de rockgitarist John Parish op de scène. Dermul: 'De muzikant is een entiteit op zich die weerwerk biedt, soms meegaat en dan weer inbreekt in de dialogen. De inbreng van de muzikanten is dan ook vrij groot en het is iedere keer anders. Daardoor blijft het iedere avond een evenwichtsoefening. Je moet echt met drie samenspelen; ieder moet op zijn manier dat verhaal vertellen. Omdat iedere keer een andere muzikant meespeelt, maken we dus eigenlijk vier verschillende voorstellingen. De muzikanten bepalen de omgeving waarin je bepaalde dingen doet. Ook als de muziek inhoudelijk niet met de tekst is verbonden, kleurt ze toch onvermijdelijk het gesprek.' JA

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud