Dwarsdoorsnede van een beroemde dansschool

(tijd) - 'Sum/Some of the Parts' toont een selectie uit het werk van (ex-)studenten van Parts, de dansschool van Anne-Teresa De Keersmaeker. Die 'werkjes' zijn van zo'n hoge kwaliteit dat ze gerust naast veel 'grote' producties kunnen staan. Ze zijn te bewonderen in de Munt en de Beursschouwburg.

De hoge kwaliteit van de afstudeerprojecten is het gevolg van het onderwijsmodel van de school. Je komt er bijvoorbeeld maar in na een toelatingsproef, die niet enkel in Brussel, maar over de hele wereld georganiseerd wordt. De docenten van de school zijn voor het overgrote deel geen gewone lesgevers, maar gereputeerde artiesten. De studenten moeten zich bewijzen voor uiteenlopende figuren met een sterk profiel. Enkel techniek onder de knie krijgen, volstaat niet. De resultaten liegen er niet om: namen van de studenten van de eerste generaties als Arco Renz, Tom Plischke of Charlotte Vanden Eynde klinken ondertussen als een klok.

Speelde de eerste editie zich nog af in de gebouwen van Rosas/Parts in Vorst, deze keer staat de onderneming in het centrum van Brussel. In de ateliers van de Munt en de Beursschouwburg zijn drie dagen lang non-stop voorstellingen te zien. Niet verwonderlijk: Parts telt ondertussen 156 oud-leerlingen. Hoewel: slechts 57 van hen voleindigden hun curriculum. Veel studenten, ook bekende namen zoals Sidi Larbi Cherkaoui of Roberto Olivan, verlieten de school voortijdig voor een werkaanbod in een groot gezelschap.

De nadruk ligt bij deze editie vooral op studenten van de derde en vierde generatie en toont ook wat de huidige studenten in hun mars hebben. Alle studenten van de derde generatie stonden al in enkele Vlaamse theaters. De Zuid-Afrikaan George Khumalo hield hier met zijn 'La' een bescheiden tournee. De Française Alice Chauchat toonde twee jaar geleden al een eerste versie van 'Quotation marks me' in de Beursschouwburg. De Franse Claire Croizé debuteerde in Stuk met haar verbazende solo 'Blowing up'. De Fransman Cedric Charron danst al langere tijd bij Jan Fabre, maar presenteerde samen met Annabelle Chambon onder de naam 'Le Label Cedana' ook eigen werk in Kortrijk. De Belg Andy Deneys tenslotte danste met Emio Greco en maakte zelf twee eigen stukken.

De namen van de vierde generatie zijn minder bekend. De Fransman Etienne Guilloteau werkte mee aan 'Solos for others' van Vincent Dunoyer, en brengt nu het duet 'Love me two times'. Hij toert hier binnenkort ook met 'Skène'. Nada Gambier (Finland), Christian Duarte (Brazilië), Shani Granot (Israël) en Peter Fol (B) zijn wellicht de ontdekkingen van 'Sum/Some'.

Dat geldt ook voor de studenten die nu afstuderen, op een uitzondering na: de danseres Mette Ingvartsen draaide al mee in voorstellingen van Jan Ritsema. Om het beeld compleet te maken zijn er ook voorstellingen met studenten van het tweede jaar.

Toch zijn er ook enkele studenten uit de eerste twee generaties aanwezig. Maria-Clara Villa-Lobos uit Brazilië toont hier 'M, an average piece' een vervolg op haar vroegere 'XL'. Ook Magda Reiter en Katarzyna Chmielewska, beiden uit Polen, tonen hun recente werk. Varinia Canto Vila uit Argentinië draaide als danseres lange tijd mee in 'Damaged Goods', het gezelschap van Meg Stuart, maar verbaasde onlangs nog als performer-choreograaf in 'Collect-if'. Ze toont hier samen met Kurt D'Haeseleer haar video-project 'Another Dress Code'. De school koos voor deze artiesten omdat ze tot dusver niet de aandacht kregen waar ze volgens de school recht op hebben. De distributie van dansvoorstellingen is dan ook een nijpend probleem: omdat dans de naam heeft 'moeilijk' te zijn blijft onbekend ook onbemind.

Parts levert veel inspanningen om de overgang tussen opleiding en carrière vlot te laten verlopen. 'Sum/Some' is het sluitstuk van die inspanningen. Maar ook tijdens het jaar zet de school af en toe de deuren open voor werk van studenten. Op het einde van de studies organiseert ze zelfs een heuse tournee van de afstudeerprojecten, die niet alleen Gent, Brussel en Antwerpen aandoet, maar ook passeert in steden zoals Frankfurt of Berlijn. De werking van de school bleef inderdaad niet onopgemerkt in het buitenland. In 2001 organiseerde het Parijse 'Théâtre de la Bastille' zelfs 'Parts @ Paris' waarbij de studenten een maand lang 45 voorstellingen speelden. Op meer bescheiden schaal gebeurde hetzelfde in Frankfurt, Grenoble en Rouen.

Als toemaatje bij dit festival kan je ook Anne-Teresa de Keersmaeker zelf aan het werk zien in 'Desh', een nieuw duet met Marion Ballester. Meer Rosas-materiaal vind je in de video-installaties van Thierry De Mey en Boris en Aliocha Van der Avoort. En het muziekensemble Ictus, dat gehuisvest is bij Rosas, brengt een concert met studenten van de conservatoria van Luik, Gent en het Nationaal Palestijns Conservatorium in Ramallah.

Samenwerking met andere partners ligt voor een intensief festival als dit voor de hand. De keuze ervan is evenmin toevallig. De Beursschouwburg is een van de weinige Vlaamse huizen die jonge choreografen geregeld een podium verschaft. Carine Meulders van de Beurs ziet dit evenement als een aanzet tot een werk- en ontmoetingsplek van studenten en artiesten. De Munt is naast Rosas medeoprichter van Parts. Toen Rosas in 1992 huisgezelschap van de Munt werd, stelde de directeur, Bernard Foccroulle, samen met de choreografe Anne-Teresa de Keersmaeker het gebrek aan een opleiding voor hedendaagse dans en choreografie in België vast. Een gevaar voor de verdere groei van deze discipline na de prille bloei in de jaren 80.

Nog steeds geven beide organisaties de school aanzienlijke financiële steun. Hoewel de school startte zonder andere toelagen, komt ongeveer 55 procent van de middelen nu wel van de Vlaamse overheid. Een annex van het Hogeschool-decreet laat immers een speciale financiering toe voor postgraduaat kunstopleidingen. Een nieuwe versie van deze annex laat de bijzondere financiering ook toe voor 'excellente' opleidingen. Deze wet werd in feite op maat van Parts geschreven. De samenstelling van de schoolbevolking is immers bijzonder divers. Sommige leerlingen vatten de studies dadelijk na hun middelbare school aan, anderen stromen pas in nadat zij elders al een hogere opleiding genoten of zelfs werkervaring hebben. Een echt 'post-graduaat' is de opleiding dus niet. Ondanks de steun van ongeveer 700.000 euro en de hoge inschrijvingsgelden (2500 euro per jaar en een eenmalig startgeld van nogmaals 2500 euro) blijft de begroting krap. De Europese Commissie biedt de laatste jaren enig soelaas met een bijkomende steun van 100.000 euro. Die laat toe studenten financieel te ondersteunen en ook na hun studies te begeleiden.

'Sum/Some of the Parts' loopt van vrijdag 27 febr. tot zondag 29 febr. in de ateliers van de Munt, Leopoldstraat 23 en in de Beursschouwburg, A. Ortsstraat 20-28, 1000 Brussel.

Voor een precieze kalender: zie parts.be

Tickets: 070/23.39.39 (Munt) of 02/550.03.50 (Beurs).

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud