Michel Uytterhoeven: 'Commercieel theater is geen kunst'

BRUSSEL (tijd) - De Vlaamse theater- en danssector staat voor een jaar van vele uitdagingen: de drie grote stadstheaters veranderen straks van directie of gebouw, het Ballet van Vlaanderen bereidt zich voor op een nieuwe duo-leiding en van overheidswege komen er geen extra centen voor de podiumkunsten. 'Die beknibbeling is een grote uitdaging voor de sector', zegt Michel Uytterhoeven, de directeur van het Vlaams Theaterinstituut, het steunpunt voor de podiumkunsten.

Het Vlaams Theaterinstituut (VTi), opgericht in 1987, geldt als eerste steunpunt, destijds opgericht op initiatief van de sector zelf. De overheid nam het VTi als model voor de jongere steunpunten die ze de afgelopen jaren opstartte in de kunstensector. Het wordt jaarlijks gesubsidieerd voor 1 miljoen euro en stelt 19 mensen te werk. Het VTi is volgens de statuten een kritisch forum dat het publieke debat over podiumkunsten aanvuurt met onderzoek, publicaties en studiedagen. Dagelijks lopen aan de Sainctelettesquare, waar het VTi twee verdiepingen betrekt naast het Kaaitheater, verschillende vragen binnen over de sector. Het VTi publiceert ook studies over de podiumkunsten. Zo bleek uit de meest recente studie dat onze theater- en dansgezelschappen in het buitenland een goede afzetmarkt vinden.

De podiumkunstensector in Vlaanderen staat nochtans voor een cruciaal jaar. Het vernieuwde kunstendecreet zal het landschap danig door elkaar schudden, terwijl minister van Cultuur, Paul Van Grembergen, al meermaals liet weten dat er geen bijkomende middelen gaan komen voor de podiumkunsten. 'Ik zie de niet-verhoging van de middelen als een uitdaging voor de hele sector', aldus VTi-directeur Michel Uytterhoeven. 'Al vrees ik dat de volgende subsidieronde in de komende maanden tot op het scherp van de snede zal worden uitgevochten.'

In welke mate gaat het langverwachte kunstendecreet de podiumkunsten veranderen? 'In positieve zin', repliceert de directeur. 'Ieder gezelschap zal zich straks moeten uitspreken over twee zaken die vroeger in de aparte subsidie-enveloppes zaten, maar nu deel uitmaken van het globale subsidiedossier: de internationale werking en het grote cultuurparticipatiedebat. Men moet zich verantwoorden waarom men kiest voor een beperkt of een groot publiek en voor een lokale of internationale afzetmarkt. Die keuze zal op lange termijn bepaalde bevolkingsgroepen zoals achtergestelden of allochtonen, die vandaag amper op de publieksbanken zitten, naar de theaters halen.'

Dat cultuurparticipatiedebat legt al enkele jaren een aanzienlijke druk bij de podiumkunsten. De toenmalige minister van Cultuur, Bert Anciaux, bond in 2000 de kat de bel aan door in de Vooruit de (podium)kunstensector te verwijten dat hij 'te veel met zichzelf bezig is'. Recent waren er de sociale mix in het Toneelhuis van de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens (SP.a) en de kritiek van de Brusselse staatssecretaris Pascal Smet (SP.a) op het gebruik van de cultuurwaardebon in de hoofdstad.

Michel Uytterhoeven zucht: 'Niet Anciaux, maar de kunstenaars zelf zijn het cultuurparticipatiedebat begonnen door uit hun theaters te komen en nieuwe manieren te zoeken om een ander publiek aan te trekken.' Uytterhoeven geeft graag de voorbeelden van Ann Demeulemeester, met haar zitbank voor het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, en de performer Benjamin Verdonck. Die ging in de aanloop van de oorlog in Irak met een levend varken in een kooi zitten omdat hij naar eigen zeggen verward was over de oorlog. De performance van Verdonck haalde zelfs de Amerikaanse nieuwszender CNN.

Wat is op dat moment de meerwaarde van zo'n theaterperformance als het gros van de bevolking toch tegen de oorlog is? Zorgt kunst dan niet te veel voor verwarring? 'Kijk, afwijkend gedrag wordt niet getolereerd in onze samenleving. Daarom is het goed dat een kunstenaar eventjes het normenstelsel van de toeschouwer ter discussie stelt, al is het maar voor een halve minuut op 6 uur voor de rest redelijk hersenloze televisie per avond. Dat is een van de functies van kunst: even een 'déclic' maken bij de mensen.'

Naast meer theater in de straat en kunst in de openbare ruimte pleit de directeur van het VTi ook voor een groter kunstaanbod in het onderwijs omdat kunst tot het kerntakenpakket van de overheid behoort. Uytterhoeven: 'Cultuur is een collectief goed, maar helaas is niet iedereen erin geïnteresseerd. Maar met gecoördineerde inspanningen is het mogelijk 30 procent van de bevolking aan te zetten om aan cultuur te participeren, in plaats van de huidige 15 procent.'

De bibliotheek van het VTi, met duizenden publicaties over het nationale en internationale theater- en dansgebeuren, wordt overigens vooral bezocht door studenten. Sinds enkele jaren komen ook meer en meer leerkrachten er hun studiemateriaal opzoeken. Een doelgroep die ze bij het VTi graag zien komen, want dit betekent dat de theorie en praktijk van de podiumkunsten langzaam maar zeker hun weg vinden naar de schoolbanken.

In zijn beleidsbrief Cultuur voor 2004 formuleerde minster van Cultuur Paul Van Grembergen, scherpe kritiek op de podiumkunsten. De minister constateert drie knelpunten: overproductie versus beperkte afname in het algemeen, een beperkte afname in hedendaagse dans en muziektheater en een gebrekkige doorstroming van jongeren naar de gesubsidieerde zalen. 'Als hij een kwalitatieve analyse zou maken,zou de minister tot andere bevindingen komen', reageert Uytterhoeven op de kritiek van de overproductie. 'Er zijn beduidend meer speelplekken en langere speelperiodes. Als er al problemen zijn, is het omdat Bert Anciaux, de vroegere minister van Cultuur, indertijd geweigerd heeft dood hout weg te kappen, tegen het advies van zijn beoordelingscommissie in. In plaats van het landschap een aantal spelers te ontnemen, voegde hij er een aantal gezelschappen aan toe. De politiek heeft dat probleem dus zelf gecreëerd. Vanuit een waardevol stedelijk argument, dat klopt, maar wie een sterk landschap wenst, moet soms onpopulaire maatregelen durven te nemen.'

En de beperkte afname van de moeilijkere genres? 'Ik doe daarvoor een oproep aan de kunstencentra en de culturele centra. Zij moeten meer kansen bieden aan risicovolle projecten en niet altijd de kaart van de volle zalen trekken.' Met de kritiek van de minister op de slechte doorstroming van jong talent is Uytterhoeven het eens. 'Er is nog veel werk in de opleidingen. Er wordt in de scholen bijvoorbeeld geen aandacht besteed aan het statuut van de artiest. Daar komt bij dat we de voorbije jaren te maken hebben gehad met een verregaande verzakelijking en professionalisering van de sector. Veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat ze een VZW moeten oprichten om subsidies aan te vragen voor bepaalde projecten. Toch meen ik dat onze opleidingen vandaag op een hoger niveau staan dan tien jaar geleden.'

De directeur van het VTi kijkt met enige argwaan naar de doorbraak in ons land van de grootschalige musicals en kindervoorstellingen van Music Hall en Studio 100. 'Commercieel theater is geen kunst. We mogen het terrein van het grote repertoire niet braak laten liggen voor de louter commerciële voorstellingen en de winstlogica van mensen als Geert Allaert en Gert Verhulst. Het zou goed zijn voor de diversiteit van het podiumkunstenlandschap als er een groot gezelschap zou opstaan dat zich in eerste instantie op een breed publiek richt. Hedendaagse theatermakers met hun wortels in de actuele volkscultuur als Arne Sierens en Alain Platel kunnen daar een voortrekkersrol in spelen.'

Thomas PEETERS

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud