Philippe Decouflé maakt twintig solodansers van zichzelf V

(tijd) - Philippe Decouflé is na jaren afwezigheid opnieuw te gast in deSingel. De choreograaf, die bekendstaat om zijn grote spektakels, staat er deze keer echter alleen voor. Hoewel, met technische hulpmiddelen bereik je veel.

Decouflé is allerminst een purist. Al vanaf zijn 13de danst hij, maar hij ging ook in de leer bij mimespelers en circusartiesten. Dans verbleekte voor hem bij de scherpe geur van het levende spektakel. Ook zijn latere werk is een bonte mengvorm van genres en stijlen. 'Ik breng vermaak, maar wel met goede smaak', zegt hij zelf. Als je doorvraagt, blijkt 'goede smaak' echter een vlag die een ongewoon grote lading dekt. 'Onlangs werd ik gevraagd als regisseur voor een groots spektakel in Las Vegas. Het thema was erotiek en verlangen. Ik was er weg van, ik wil dat onderwerp al zo lang aanraken. Na negen maanden bedankte men mij helaas voor mijn diensten. De Amerikanen dachten dat ik iemand anders was_ In de VS is de ultieme rechtvaardiging van een theatrale actie dat de mensen het gewoon moeten zijn. Opper je een ongewoon idee, zijn de kostuums te bizar of klinkt de muziek niet vlot in de oren, dan lust men er geen pap van. Ik denk net dat mensen niet voor het gewone komen. Een voorstelling is een droomwereld. Veel van mijn stukken zijn ontstaan uit droombeelden. Achteraf kijk ik er wel voor uit dat het niet te drammerig of te eenduidig wordt. Er moet voldoende variatie zijn zodat iedereen een aanknopingspunt kan vinden. De meeste van mijn werken hebben ook een droomstructuur. De ene gebeurtenis vloeit er als in een droom organisch uit de andere voort.'

Decouflé oogstte met zijn veelkleurige spektakels in de jaren 80 zoveel succes dat hij bedacht werd met prestigieuze opdrachten, zoals de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen in Albertville in 1992. Toch bleef hij een einzelgänger. Hij schakelde zich bijvoorbeeld nooit in in het Franse systeem van de 'Centres Choréographiques', waar de generatie choreografen van de jaren 80 al sinds jaren met royale middelen het beeld van de Franse dans bepaalt.

'Dans moet bewegen, niet stilzitten op één plaats. Het systeem belet jongeren door te stoten, en de gevestigde waarden worden lui door al die overheidssteun; ze beseffen niet meer dat je moet vechten voor je werk. Zo ontstaat een diepe kloof tussen saaie, moeilijk te begrijpen, maar gesubsidieerde voorstellingen en commercieel werk dat het publiek naar de mond praat. Dat is pervers.'

Decouflé betaalt ook een prijs voor die vrijheid: 'Toen het project in de VS afsprong, was ik intriest. Ik vroeg mij af wat ik nog kon doen. Om uit die impasse te raken, nam ik mij voor iets totaal nieuws te proberen. Dus geen grote groep leiden, maar zelf dansen. Nochtans, ik heb al jaren niet meer gedanst, en ik vind de solo een problematische vorm. Uit de aard van de zaak zelf is die autobiografisch en narcistisch. Hoe kun je de mensen daar mee amuseren?'

En toch, zodra Decouflé met Patrice Besombes, zijn vaste lichttechnicus, en Olivier Simola, video, aan de slag ging, schepten ze onnoemelijk veel plezier in het ontwikkelen van ideeën en vormen. 'Na twee maanden had ik het gevoel dat ik dat navelstaarderige van de solo aankan, dat ik met vreugde met het publiek kan delen wat in mij omgaat. Ik begin de voorstelling zelfs met een verhaal over mezelf en mijn familie. Daarna dans ik. Het begint met simpele figuren, daarna wordt het complexer. Om de zaak te verlevendigen, brachten we een hele batterij camera's en projectoren in stelling. Op de duur staat niet één, maar twintig dansers op het podium. Dat bevredigt zelfs mijn zucht naar perfectie: zo simultaan kan een groep dansers nooit dansen. Hier gaat dat als vanzelf en je kunt nog improviseren ook. Zo merk je maar hoe efficiënt een solo op deze manier kan zijn: voor het eerst moet ik geen moeite doen om mijn gedachten over te brengen op dansers. Ik moet alleen mezelf begrijpen. Al heb ik het er moeilijk mee om de beelden in mijn hoofd ook in daden om te zetten. Vijf sprongen in de lucht, dat lukt niet zo best meer.'

De voorstelling heet 'Le doute m'habite', een onvertaalbare woordspeling. Ze betekent 'Twijfel huist in mij', maar klinkt ook als 'Mijn lul heeft zijn twijfels'. Decouflé is ook een twijfelaar, die zelfs twee personages nodig heeft om zichzelf op een podium te portretteren. De ene is een oprechte figuur, bescheiden, kwetsbaar. De andere is net het tegendeel: een onuitstaanbare schmierder, een showbeest. Maar één ding weet hij zeker: deze solo is niet af, en zal dat nooit zijn. 'Dit is een luchtbel voor mij, een moment van bezinning. Ik werk hier nog minstens tien jaar aan.' Het voorlopige resultaat mag er echter wel zijn: bij een try-out in Cannes brak het publiek de zaal bijna af van enthousiasme.

'Le doute m'Habite' van Philippe Decouflé staat in deSingel op vr. 16, za. 17 en zo. 18 jan. om 20u. Zondag is er ook een matinée om 15u. Inlichtingen: 03/248.28.28 of www.desingel.be

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud