Inge Ghijs / 'Vernederd, verkracht, verborgen. Huisslaven in België'

2004, Antwerpen, Uitgeverij Manteau, 256 blz., 17,95 euro, ISBN 90-223-1797-8

(tijd) Achter de gevels van Belgische huizen worden inwonende buitenlanders uitgebuit als huisslaven. Dat openbaart Inge Ghijs in 'Vernederd, verkracht, verborgen, Huisslaven in België'. Uit haar koppig volgehouden onderzoek blijkt dat het misbruik niet beperkt blijft tot een paar Afrikaanse of Aziatische diplomaten.

Zou dat in België ook bestaan? De vraag bleef journaliste Inge Ghijs door het hoofd spoken toen ze voor de krant De Standaard in Parijs Henriëtte Akofa had geïnterviewd. Het Togolese meisje had net een boek geschreven over haar bittere ervaringen als inwonende huismeid bij een ver familielid. Akofa werkte zich in Parijs uit de naad, maar werd slagen en vernederd. Vluchten durfde het vijftienjarige meisje niet aangezien ze haar officiële documenten had afgegeven.

Toen Inge Ghijs in ons land bij politie, inspectiediensten en hulpverleners navraag deed, kreeg ze te horen dat het probleem van de huisslavernij hier niet bestaat. Het zou zich misschien hooguit bij een aantal diplomaten voordoen, maar daar had men geen zicht op. Toch vond de journaliste na enige tijd enkele vrouwen uit de Filipijnse en Braziliaanse gemeenschap in Brussel die bereid waren om te praten over hun tewerkstelling als inwonend huispersoneel bij Belgische en buitenlandse gezinnen.

'Migrantenvrouwen doen het werk dat geen Belg wil doen', zegt de Braziliaanse Maria. 'Ze vertrouwen ons hun hoogste goed toe, hun kinderen, maar hebben niets voor ons over. Hard werk vind ik niet erg, maar waarom moeten ze ons als een hond behandelen?'

Dat zal vaak terugkeren in de getuigenissen die Ghijs optekende: het gebrek aan respect valt zwaarder dan het uitputtende werk van soms 17 uur per dag. Verwende kinderen schoppen en slaan het inwonende personeelslid en de vrouw des huizes drijft de vernederingen en het getreiter vaak ten top. Mannen zijn over het algemeen wat afstandelijker, al komen in het boek ook enkele vrouwen aan het woord die door hun baas werden misbruikt.

Een groot deel van het inwonend personeel heeft in eigen land een hoger diploma behaald. Soms laten ze een slecht betaalde job staan om naar Europa te komen. Ze willen hier vooral snel geld verdienen zodat hun thuis achtergelaten kinderen zouden kunnen studeren en een beter leven hebben dan zij.

Hier verblijfsdocumenten in handen krijgen, is dan ook niet hun belangrijkste zorg. Ze willen liever anoniem zwart werken. Maar dikwijls krijgen ze het beloofde loon niet volledig uitbetaald en moeten ze leven van de restjes die na de maaltijd overblijven of van wat droog brood of spaghetti zonder saus. Ze mogen hoogstens in het weekend eens naar buiten en worden voortdurend gewaarschuwd voor de politie die hen zou kunnen terugsturen naar hun land van herkomst. Ze bereiden het ontbijt, maken de kinderen gereed voor de school, maken eten, doen de schoonmaak, wassen en strijken en spelen 's avonds kinderoppas. Omdat ze hun persoonlijke documenten hebben moeten afgeven, kunnen ze niet weg en moeten ze zich alles laten welgevallen.

Voor hun Belgische werkgevers, vaak tweeverdieners met een druk leven, dokters en notarissen die aan de rand van Brussel wonen, is het een veel goedkopere en gemakkelijkere oplossing dan kinderopvang betalen. Met veel moeite slaagde Ghijs erin een Belgisch echtpaar met een inwonende meid te interviewen. Het paar respecteert de inwonende migrante. Ze beelden zich zelfs in dat ze aan ontwikkelingswerk doen. 'Het is volgens mij een win-winsituatie: wij zijn met een buitenlandse die als inwonende huismeid wil werken geholpen, maar wij helpen hen op deze manier ook.'

Maar de situatie is niet zwart-wit, achterhaalde de auteur. Het is niet altijd rijke belg of rijke diplomaat versus arme migrant. De uitbuiters zijn ook wel eens landgenoten van de huisslaven. In de Ecuadorese gemeenschap laten vroegere huisslaven zelfs nichtjes en kennissen overvliegen. Daarbij laten ze zich betalen voor een uitnodiging en om de nieuwe immigranten te komen ophalen in de luchthaven zodat ze zonder veel problemen worden binnengelaten. Sommigen van hen spelen daarna 'koppelbaas' en helpen de nieuwelingen aan een plaats als inwonend huispersoneel. Daarbij romen ze een goed deel van het loon af zonder dat het gezin dat betaalt daarvan op de hoogte is.

De misbruiken zijn moeilijk op te sporen omdat alles zich tussen de muren van een private woning afspeelt. Bij ambassadeurs wordt optreden tegen wantoestanden bovendien bemoeilijkt door de immuniteit die ze volgens de Conventie van Wenen ('61) genieten. Hoe ruim dit geïnterpreteerd wordt door de rechters maakt de zaak rond de huidige vice-president van Congo, Jean-Pierre Bemba, op een pijnlijke wijze duidelijk.

Als Laurent-Désiré Kabila in 1997 de macht grijpt, vlucht Bemba met zijn vrouw en twee huisbedienden naar België. Bemba neemt de bedienden hun paspoort af en verbiedt hen het huis te verlaten. Van acht uur 's morgens tot middernacht zijn ze constant in de weer met wassen, strijken, het huis schoonmaken en koken. Soms moeten ze het gazon met een schaar knippen. Ze slapen op een matras in de kelder en krijgen nauwelijks wat betaald. Door de tussenkomst van een bezoeker slagen ze erin te ontsnappen en ze dienen een klacht in.

De correctionele rechtbank veroordeelt Bemba en zijn vrouw bij verstek. Bemba die weer in Congo zit, tekent verzet aan en zijn advocaten weten de zaak te rekken tot hij vice-president van zijn land wordt. Hoewel immuniteit strikt genomen op het staatshoofd en de diplomaten van toepassing is, zal het openbaar ministerie de zaak stoppen wegens de onschendbaarheid van Bemba.

Vele getuigenissen in 'Vernederd, verkracht, vermoord' zijn meeslepend. Inge Ghijs heeft ze opgeschreven in een passende, sobere stijl. In het laatste hoofdstukje is de vaart er wel een beetje uit en valt de auteur wel eens in herhaling. Vanuit haar oprechte verontwaardiging probeert de journaliste ook aanbevelingen te doen. Om de inwonende dienstbodes uit de illegaliteit en de anonimiteit te halen, pleit ze voor werk- en verblijfsvergunningen voor migranten van buiten de Europese Unie die als inwonend huispersoneel willen werken. Op het kabinet van de minister van Arbeid kreeg de journaliste te horen dat een dergelijke maatregel onbespreekbaar is. Misschien gaat het voor het beleid wat te snel. De politici moeten nog wennen aan het idee dat ook in België vele honderden huisslaven overgeleverd zijn aan de willekeur van hun bazen. Dankzij het boek van Inge Ghijs hebben anonieme Filippino's, Zuid-Amerikanen, Oost-Europeanen en Afrikanen een stem gekregen.

Eric BRACKE

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud