Jonathan Wilson / 'Een Palestijnse Affaire'

2004, Amsterdam, Sirene, 319 blz., 18,95 euro, ISBN 90-5831-308-5

(tijd) Een psychologische actieroman over een historische periode hoeft niet per se saai te zijn. Het toneel is Palestina, grofweg het huidige Israël, in het jaar 1924. De Eerste Wereldoorlog is voorbij, de Turkse bezetters zijn vervangen door de Britten en de eerste joodse pioniers stromen toe. De stemming is er een van geweld, zwalkend tussen idealisme, onverschilligheid en zin voor avontuur. Behalve moordpartijen en wapensmokkel raken we ook nog verzeild in liefdesgeschiedenissen. Niet voor niets staat het woord 'affaire' in de titel, hoewel die omschrijving ongetwijfeld ook slaat op de onfrisse handeltjes van Britten met Arabieren en zionisten met Amerikanen.

Er zijn bovendien de meer stille passages, waarin gecontempleerd wordt over zin en doel van het leven en zijn ondraaglijke lichtheid. Niet zelden ademt dit boek een Graham Greene-achtige sfeer, waarbij getob over het katholicisme vervangen is door jodendom en zionisme. De hoofdfiguur is een wat verlopen Britse schilder, jood, niet-zionist, geen antisemiet. Uit nooddruft en om zijn zionistische vrouw te plezieren gaat hij voor de joodse propaganda-afdeling in Jeruzalem werken.

De schrijver, Jonathan Wilson, is zelf een Britse jood die enkele jaren in Israël heeft gewoond voor hij zich in Amerika vestigde. Zijn boek loopt niet over van de verwijzingen naar reëel bestaande personen, die zijn eerder schaars. Maar de toestanden en vooral de mentaliteit die in de jaren twintig van de vorige eeuw het land beheersten, zijn grotendeels aanwezig. 'Wij hebben geen andere keus dan ons te bewapenen, we moeten in staat zijn ons te verdedigen.' Dat gebeurt dan ook, onder meer bij een uitgelokte rel over een partijtje straatvoetbal tussen Arabische en joodse jongetjes. Het antwoord van joodse zijde is een grootscheepse wapentrafiek. Het kanon-en-de-mugsyndroom van Sharon?

Bij het begin van het boek blijkt al dat de kolonisten, toen pioniers genoemd, zich als eigenaars van land en stad beschouwden. Met internationale fondsen worden in oud-Jeruzalem dure restauratiewerken uitgevoerd, onder meer aan de Rotskoepel, werken die niet laten vermoeden dat de opdrachtgevers weer snel weg zullen gaan.

Het is niet over de hele lijn een Greene-boek natuurlijk. Onder meer de ingewikkelde plot en de soms filmische scènes en dialogen vallen wat uit de toon. Maar heeft niet ook Greene avonturenromans en filmscenario's gemaakt? En heeft hij niet de schuld- en boeteroman 'The End of the Affair' geschreven?

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud