Kitty Kelly / 'De familie Bush, portret van de machtigste familie ter wereld'

2004, Amsterdam, Uitgeverij Sijthoff, 736 blz., 24,95 euro, ISBN 90-245-5284-2

(tijd) 'Vuilnis', schold het Witte Huis nog voor Kitty Kelley's boek over de familie Bush in de winkel lag. De koningin van de celebrity-biografen heeft een controversiële reputatie, maar haar turf over de Bush-dynastie getuigt van vakmanschap. Hoewel de ophef anders doet vermoeden, is het een evenwichtig en helder werkstuk.

De Amerikaanse Kitty Kelley scoorde eerder wereldwijde bestsellers met haar biografieën over Jackie Kennedy (Onassis), Nancy Reagan en de Britse koninklijke familie. De onthullingen waarmee ze kwam aanzetten, de ene al geloofwaardiger dan de andere, verzekerden haar telkens van lucratieve persaandacht. Met 'De Familie Bush, portret van de machtigste familie ter wereld' is dat niet anders. Kranten sprongen op de bewering dat George W. Bush meer dan eens cocaïne snoof in het presidentiële verblijf Camp David, in de periode dat zijn vader aan de macht was. Toen had 'Dubya' zogezegd zijn leven al gebeterd. Het is geweten dat de huidige president er tot zijn veertigste een liederlijk leven op nahield. Volgens de mythe veranderde dat eensklaps toen 'Jezus in zijn leven kwam' en hij een wedergeboren christen werd. Tijdens zijn verkiezingscampagne in 1999 beantwoordde Bush vragen omtrent vroeger drank- en drugsgebruik met: 'Ik heb het Amerikaanse volk gezegd dat ik jaren geleden enkele vergissingen heb begaan. Ik heb van mijn fouten geleerd en als ik het geluk heb om president te worden, zal ik het ambt waardigheid en eer verlenen.'

Volgens Kelley dronk George W. zich als verlegen scholier moed in. Aan de Yale universiteit, waar hij werd aanvaard om zijn naam en niet op basis van zijn resultaten, was hij vaak bezopen en hij snoof er ook coke. Een medestudent, Torbery George, zegt in het boek: 'Arme George. Als hij niet gedronken had, kon hij geen contact leggen met meisjes.'

Kelley interviewde nog andere medestudenten, zoals Tom Wilner, die opmerkt dat niet Bush' druggebruik hem zorgen baart, 'maar zijn gebrek aan inhoud'. 'Dat hij meesurfte op zijn familienaam is te begrijpen. (...) Maar Georgie, zoals we hem noemden, heeft absoluut geen enkele intellectuele belangstelling voor wat dan ook. (...) Hoe iemand ooit Yale heeft kunnen doorlopen zonder enige belangstelling te krijgen voor iets anders dan zuipen en sport, ontgaat me.' Bijna vijfhonderd pagina's verder meent Ron Reagan jr. te weten waarom die man dan toch de steun van de Republikeinen kreeg voor het presidentschap: 'In W. vonden ze het volmaakte lege vat. Hij waait met alle winden mee. (...) Dat wil niet zeggen dat hij dom is. (...) Maar hij is zonder meer bereid een ideologie te gebruiken als hij er zelf beter van wordt.'

De bladen pikten nog een andere onthulling in verband met druggebruik op uit Kelley's breedvoerige saga. De first lady, Laura Bush, zou in haar jeugd marihuana gebruikt en verkocht hebben. En ook het gerucht dat Bush als ongetrouwde wildebras een abortus regelde voor een meisje dat hij bezwangerd had, werd naar voren gehaald. Als het klopt, is het relevant omdat het vloekt met de rabiate anti-abortuspolitiek van de Amerikaanse president. Maar dat het een bewezen feit is, beweert Kelley niet. De bron is Harry Flynt, de uitgever van het seksblad Hustler, die het verhaal al eerder in het CNN-programma Crossfire mocht vertellen. De gerespecteerde bladen lieten het verhaal toen links liggen omdat de dame in kwestie niet wilde getuigen en er alleen 'indirect bewijs' was. Later heeft de vrouw in The National Enquirer toegegeven zes maanden verkering te hebben gehad met Bush, maar het contact zou niet van die aard geweest zijn dat het tot zwangerschap kon leiden.

Misschien had Kelley aan dit gerucht geen aandacht moeten besteden als ze geen nieuwe aanwijzingen over de betrouwbaarheid heeft. Toch kan men haar niet verwijten dat ze zich bezondigt aan een eenzijdige voorstelling van zaken. Haar boek is geen pamflet, maar het resultaat van indrukwekkend opzoekingswerk, waaraan de familie Bush weigerde mee te werken. Choquerend zijn niet de hier aangehaalde schandaaltjes, maar wel de kastementaliteit die in de familie van generatie op generatie wordt doorgegeven, de vanzelfsprekende veronderstelling door zijn afkomst recht te hebben op macht, geld en succes en de aanmoediging van blinde geldzucht in de familie zelfs als het via dubieuze affaires gaat.

Dat intellectuelen bij voorbaat hun neus ophalen voor dit boek is onterecht. Ondanks alles wat over het onderwerp al is verschenen, brengt het vakkundig vertelde epos nog wat bij. Dat komt omdat het bewust niet op het politieke bedrijf focust en doordat het perspectief vier generaties overschouwt.

De biografe begint bij de overgrootouders van de huidige president. Het lijstje met de bruidsmeisjes en bruidsjonkers bij het huwelijk van grootvader Prescott Sheldon Bush en Dorothy Walker op pagina 61, doet de lezer even vrezen in onbenullige meligheid te verzanden maar gaandeweg krijgt het boek vaart. De beschrijving van het voorvaderlijke milieu werpt ook een ander licht op de karaktertrekken van de hoofdrolspelers van vandaag.

Volgens Herman Wolf, medewerker in de jaren vijftig van Abe Ribicoff, de gouverneur van Connecticut, werd 'na senator Prescott Bush het bloed in de familielijn steeds dunner'. Wolf herinnert zich Prescott Bush als 'een eersteklas gentleman'. 'Zijn zoon, Georges Herbert Walker Bush, was niet iemand om tegenop te kijken, en daarna, God sta ons bij, kregen we Georges zoon, George Walker Bush.'

We zijn het misschien al vergeten, maar de Bush die in 1991 de eerste golfoorlog begon, blonk evenmin uit door visie en ideologische rechtlijnigheid. George H. W. Bush was volgens sommigen bijna een even groot leeghoofd als zijn nu regerende zoon. Hij was een knappe man met de gave om aardig en beleefd over te komen. Als ambassadeur, baas van de inlichtingendienst CIA en vice-president was hij gezagsgetrouw, bij momenten zelfs een uitslover. Maar vooral was hij een winnaar, tot elke prijs. Dat had zijn sportieve, competitieve moeder al haar kinderen bijgebracht. In zijn drang om de eerste te worden, liet George. H. W. zich in tegenstelling tot zijn strenge vader niet hinderen door principes.

Kreeg George H. W. Bush nog een verfijnde aristocratische opvoeding, dan kan dat allerminst gezegd worden van zijn vijf kinderen. De kleine kinderen werden bijna aan hun lot overgelaten en voortdurend bij buren of vrienden gedropt. Het is ontluisterend, zeker omdat Barbara 'Silverfox' Bush de gewoonte had vrouwen erop aan te spreken als ze kinderloos waren en de Bushes graag uitpakten met hun 'family values'.

Bush, die na zijn studies in Texas vergeefs naar olie ging boren, cultiveerde de plaatselijke gewoonten. Zijn cowboylaarzen, ruw taalgebruik, tabakspruim en veelvuldig drinken, beletten hem niet de financiële elite voor zich te winnen dankzij zijn toegang tot het Witte Huis. Terwijl in geen enkele familie de verstrengeling tussen politieke en private belangen zo groot is geweest, deden de meeste Bush-telgen zich voor als selfmademen. Maar ondanks hun fortuin waren ze ook allemaal krenterig. Toen Barbara Bush na de verkiezingen van 1992 plaats moest maken voor Hillary Clinton als nieuwe first lady, verkocht ze sommige van haar baljurken aan het personeel, tegen prijzen die hoger lager dan wat ze er zelf voor had betaald.

Een ander gemeenschappelijk kenmerk van drie generaties Bush lijkt hun drankmisbruik te zijn; Kelley heeft het over een erfelijke aanleg voor alcoholisme. Maar dat en andere problemen hebben de Bushes altijd verborgen proberen te houden. Ook de zwarte schapen werden uit het gezichtsveld gehouden, zoals de oom met wie George H.W. Bush niet geassocieerd wilde worden. Na drie scheidingen, vertrok Jim Bush met een verduisterde som geld naar de Filipijnen, waar hij stierf als een eenzame en berooide alcoholist.

Om geheimhouding in de hand te houden heeft George Bush jr. er zelfs voor gezorgd dat de documenten van de president niet meer automatisch openbaar worden na twaalf jaar. Zo dreigen onder andere de bewijzen van de betrokkenheid van zijn vader als vice-president bij het Iran-Contraschandaal in de doofpot te belanden. Vele andere documenten die openbaar zouden moeten zijn, bleken volgens Kelley op onverklaarbare wijze uit de archieven te zijn verdwenen. Toch slaagde ze erin een gedegen portret van een machtige familie te maken, al mocht het hier en daar wat kernachtiger zijn.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud