Larry Zuckerman - 'De verkrachting van België'

2004, Utrecht/Antwerpen, Het Spectrum/Manteau. 351 blz., 21,95 euro, ISBN 90-712-0608-4

(tijd) België, aan het begin van de 20ste eeuw een van de rijkste landen ter wereld, ondervond al tussen 1914 en 1918 wat de totale oorlog was, slachtpartijen onder de burgers, verwoeste steden, deportaties en plunderingen inbegrepen. De invaller van 1914 - die ook die van 1940 zou zijn - kreeg de boodschap mee dat hij dit ongestraft kon doen, want na 1918 kwam het de grootmachten goed uit om Duitsland niet of nauwelijks te doen opdraaien voor wat het in België had aangericht. Zo luidt de even gewaagde als juiste stelling van de Amerikaanse historicus Larry Zuckerman.

Dat de binnenvallende Duitsers in augustus 1914 een spoor van moord (5.500 burgers), brand, plundering en vernieling door België trokken, van voor Luik tot tegen Mechelen en tot in Dinant, was al bekend. Dat de Duitsers tot in november 1918 een uiterst brutaal bezettingsregime onderhielden, de beste voedselvoorraden en zowat het hele industrie-apparaat naar Duitsland versasten, duizenden jonge mannen dwongen te gaan werken in Duitsland en nog eens ruim 1.000 Belgen terechtstelden, is al veel minder bekend. Er is nochtans geen andere reden waarom het florissante België van 1913, zo bloemrijk opgeroepen door Sophie de Schaepdrijver in haar boek 'De Grote Oorlog', in 1919 een geruïneerde en gekwetste natie was.

Larry Zuckerman (52), een Amerikaanse historicus, heeft nu in een nieuw boek dat oude onderwerp weer opgediept.

Het resultaat is een 300 bladzijden dik boek, vlot geschreven en leesbaar, dat erin slaagt nog een hele reeks nieuwe dingen te vertellen over de Eerste Wereldoorlog in België. Daarbij moet je wel de Amerikaanse gedrevenheid nemen, die niet altijd even fijngevoelig omspringt met alle intellectuele nuances van het oude continent.

Zuckermann leert onder meer dat de slachtpartijen in België niet meteen in Amerika sympathie opleverden. 'De Amerikaanse kranten haalden hun nieuws vooral via het persbureau Reuters, dat als enige bij beide partijen aanwezig was', zegt Zuckerman. 'En zij gaven dus ook de opinie van de Duitse officieren die zeiden dat het allemaal niet waar of overdreven was. Dat sloeg aan in Amerika omdat men er niet kon geloven dat een hoogbeschaafd land als Duitsland tot dergelijke wreedheden kon overgaan. Pas later, toen Amerika zelf geconfronteerd werd met brutale Duitse aanvallen op zijn schepen, begon men de Belgische verhalen ernstig te nemen.'

Zuckerman beschrijft hoe 'tiny little Belgium' eind 1918 maar 9 van zijn 60 vooroorlogse hoogovens meer had, 81 van zijn 3.500 locomotieven, de helft van zijn trams en tramsporen, een derde van zijn paarden, de helft van zijn vee. Nog tijdens hun vlucht in de herfst van 1918 namen de Duitsers zoveel als mogelijk mee en vernielden ze spoorlijnen en fabrieken.

'België was voor de oorlog de vijfde economie van de wereld', zegt de auteur. 'Waarom de Duitsers die economie geplunderd hebben en er niet mee samengewerkt hebben om ze dienstbaar te maken, zoals in 1940, heeft verscheidene oorzaken. De moordpartijen van augustus 1914 lieten waarschijnlijk geen samenwerking meer toe. Het institutioneel uiterst chaotisch bezettingsbestuur belette de ontwikkeling van een uniform bezettingsbeleid. En zeker ook heeft de druk van de Duitse industriëlen meegespeeld om die stevige concurrenten van de kaart te vegen.'

In 1919 diende België een dik dossier in voor schadevergoeding, op de Conferentie van Versailles. Maar voor het kleine land was geen plaats aan de onderhandelingstafel waar de echte beslissingen vielen. 'Het einde van de oorlog werd versneld, doordat de Amerikanen enerzijds en de Britten en Fransen anderzijds elkaars invloed vreesden als de strijd nog verder zou gaan', zegt Zuckerman. 'En dus aanvaardde men het verrassende Duitse voorstel voor een wapenstilstand nog voor Duitsland bezet was. Daar is dan de politiek uit gegroeid om Duitsland niet te vernederen. John Maynard Keynes, de bekende economist, was daar de grote woordvoerder van.'

'In tegenstelling tot wat men vaak beweert, is Duitsland er in Versailles goed van afgekomen. De herstelbetalingen bleven beperkt tot wat Frankrijk eiste, voor zichzelf, want het zat op de eerste rij. België kreeg wat kruimels. En zelfs van dat bedrag is maar een fractie betaald. Onder anderen Keynes minimaliseerde de Belgische schade en noemde de politiek van herstelbetalingen even erg als de Duitse invasie van België.'

'België heeft vier jaar gebloed, maar werd onmiddellijk vergeten nadat het zijn propagandawaarde had verloren omdat de oorlog afgelopen was', besluit Zuckerman. 'Je kan natuurlijk nooit met zekerheid beweren hoe het anders zou zijn gelopen. Maar ik denk dat als men de oorlogsmisdaden in België na 1918 ernstig zou hebben genomen, men naar Duitsland een duidelijk signaal zou hebben gestuurd. Nu heeft men dat nagelaten. En de gevolgen daarvan kennen we.'

Rolf FALTER

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud