Monika van Paemel / 'Celestien. De gebenedijde moeders'

2004, Amsterdam, Meulenhoff, 543 bladzijden, 22,50 euro, ISBN 90-290-7308-X

(tijd) Monika van Paemel schrijft geen literatuur die onberoerd laat. Met 'De vermaledijde vaders' van 1985 wist ze een ruim lezerspubliek te veroveren. Sinds ze zich als geëngageerd schrijfster profileert, is het bon ton om alle nieuwe titels van haar hand als magertjes te bestempelen in vergelijking met het zelfverklaarde meesterwerk van 1985. Door haar onlangs verschenen boek 'Celestien' als het eerste deel van 'De gebenedijde moeders' te benoemen, schrikt Van Paemel er niet voor terug om de roman nu zelf expliciet in de lijn van dat boek te plaatsen.

'De vermaledijde vaders' bestond uit de memoires van het hoofdpersonage Pamela. Aan de ene kant deed Pam het relaas van haar eerste levensjaren als ongewenst kind, tot aan haar ballingschap als bejaarde schrijfster in een niet nader gespecificeerd land. Dat verhaal bleef niet beperkt tot een individuele geschiedenis, maar nam geleidelijk de gedaante aan van een generatieroman, waarin de neergang van een geslacht werd geïllustreerd. Daartoe werden versnipperde biografieën van familieleden, vooral van grootmoeders en 'stief'-moeders (ook toen al 'gebenedijde' moeders), geïntegreerd. Aan de andere kant werd het levensverhaal zodanig verbreed dat 'De vermaledijde vaders' het karakter kreeg van een historische roman over de geschiedenis van Vlaanderen en in het bijzonder over de betekenis van de twee wereldoorlogen. Daarbij maakte de hoofdfiguur het officiële oorlogsverhaal ondergeschikt aan de formulering van de weggezuiverde verhalen van de kleine levens. Pamela reconstrueerde de niet-geautoriseerde geschiedenis van de slachtoffers, waardoor de minder fraaie kanten van het triomfantelijke krijgsverhaal aan de oppervlakte kwamen. Het schrijven van Pam kan getypeerd worden met de woorden verraad en legaat. Pam schreef zich namelijk af van de erfenis van geweld die haar collaborerende vader haar had nagelaten. Tegelijkertijd legde ze haar waarheid vast in een testament van woorden voor een volgende generatie om de oorlog af te wenden.

Mon repos

Van Paemels nieuwste roman beslaat eveneens een zogenaamd klein leven. Het hoofdpersonage Celestien heeft haar bestaan ten dienste gesteld van de familie Van Puynbroeckx. Nu 'mevrouw', van wie ze de rechterhand was, gestorven is, hebben de nakomelingen en de heer des huizes de dienstmeid geparkeerd in het rusthuis Welverdiend. Welverdiend is de nieuwe naam van Celestiens geliefde, voormalige landhuis Mon Repos, waar ze steeds gediend heeft vooraleer het gezin naar de stad vertrok. Van de zolderkamer is ze op haar oude dag plots naar het salon gepromoveerd. Daar besluit ze haar levensverhaal te doen. Het kan op zijn beurt als een verraad en legaat in woorden gelezen worden. Nu ze verbitterd is achtergelaten, wil Celestien immers voor het eerst haar stem doen klinken; de overgebleven Van Puynbroeckxen confronteren met haar versie van hun familiegeschiedenis. Ook die familiegeschiedenis is er een van degeneratie, omdat de grandeur van de ouders amper op de kinderen is overgezet en de oorlog tweedracht heeft gezaaid.

Talrijke verhaalelementen van 'De vermaledijde vaders' keren terug in Celestiens verhaal. Zo herkent de lezer in Bertje, die na de oorlog zijn ingewanden heeft verbrand door het drinken van vitriool, onmiskenbaar Pamela's vader. Maar die overeenkomsten doen weinig terzake. Van Paemel put steeds uit een (gedeeltelijk autobiografisch) oerverhaal waarop ze met verve blijft variëren. Waar het in deze roman om draait, is Celestiens vermogen om boven de rol van dienster uit te stijgen en met haar testament van woorden de Puynbroeckxen te dwingen haar in hun persoonlijke herinneringen op te nemen. Haar relaas dient om uit haar isolement te verrijzen als een persoonlijkheid met wie men rekening zal moeten houden. Met de formulering van haar verhaal zal zij de dood definitief een loer draaien, want je bent pas dood wanneer je vergeten bent. In dat streven naar overleven schaart ze zich achter haar 'mevrouw' zaliger die ze met leven geven associeert, terwijl ze de heren van de familie met vernietiging verbindt - een dualiteit die steeds terugkeert in Van Paemels werk. Maar slaagt Celestien erin om vanuit het verleden een bevredigend heden te creëren, waarmee ze onbevreesd in de toekomst kan kijken?

Celestiens geschiedenis is een typisch ontwikkelingsverhaal van een hoofdpersonage op leeftijd. In het licht van de naderende dood schakelt zij haar herinneringen in om tot een antwoord te komen op de vraag wie ze nu feitelijk geworden is. Daarbij drijft ze haar geheugen tot het uiterste om haar bestaan als dienster nauwgezet te reconstrueren. Dat bestaan blijkt onmiskenbaar op meeleven, maar niet op beleven gestoeld te zijn. Celestien kent de gezinsleden Van Puynbroeckx beter dan zij zichzelf kent, maar ze heeft haar leven stilgezet om het hunne te vergemakkelijken. Haar herinneringsproces bestaat als het ware uit het bijten door zoet en zuur heen om eindelijk te worden tot wie ze is. Aandacht voor haar hoge leeftijd en de rol van reminiscentie is dan ook van cruciaal belang voor een goed begrip van deze roman.

Celestien vertelt een gefragmenteerd relaas en komt steeds op dezelfde feiten terug. Ze maant zichzelf aan om haar hoofd erbij te houden, maar ze komt niet tot een coherent en afgerond verhaal. De herinneringen malen door haar hoofd en beurtelings neemt ze de Van Puynbroeckxen en zichzelf op de korrel. De herhalingen zijn hier dus een uitgekiend vertelprocédé en stellen de lezer bij wijlen danig op de proef, niet het minst door haar aandacht voor de banaliteiten van de ouderdom (de tanden, de haren, de blaas, de rimpels). Celestien erkent dat ze steeds haar identiteit als dienstmaagd de bovenhand liet halen uit naïeve adoratie voor de heer des huizes. Ze heeft het motto 'horen, zien en zwijgen' laten primeren op haar stem. Nu ze in het rusthuis wacht op de levering van de meubels die haar zijn beloofd (maar natuurlijk in de eerste plaats op haar levenseinde), wil ze het wachten tot heilstaat verheffen. Ze weigert nog langer voor anderen te lopen, maar neemt zich voor zich te laten bedienen.

Hier schuilt de tristesse van de roman. Als senior, opgeborgen in een rusthuis, behoort Celestien tot de vergetenen van onze maatschappij. Ze leeft niet in de zichtbaarheid die vereist is om bediend te kunnen worden. Haar rest enkel de noodzakelijke verzorging. Uiteindelijk is háár tijd dan aangebroken, maar het is een levensfase die maatschappelijk het minst weegt. Celestien heeft als 'schaduwmoeder' haar vruchtbare periode laten verlopen en blijft alleen achter. Van het heden in het rusthuis dringt amper iets in haar verhaal door. De sporadische keren dat ze verwijst naar de tussenkomst van bejaardenhelpsters in haar salon, springt de non-communicatie in het oog. Celestiens stem klinkt in het lege. Zij blijft de niemand die ze steeds - tot haar frustratie - geweest is. Haar voornemen om haar plaats op te eisen, krijgt dan ook een pijnlijk groteske dimensie. Niemand in het boek verwelkomt haar verhaal. Die moeilijke taak is voor de geduldige lezer weggelegd. Deze lezer moet de meeslepende fragmenten van Celestien doorstaan als een eindeloze reeks bezoeken aan een ver familielid dat genadeloos herinneringen ophaalt.

In die herinneringen blijft de twijfel over haar vergooide leven steeds de boventoon voeren. Zij wordt verteerd door angst, de reële angst van het vergooide leven en de fysieke aftakeling. Hier dient een terugkoppeling naar 'De vermaledijde vaders' zich aan. Waar Pamela als bejaarde schrijfster zich in het laatste deel van de roman kon losschrijven van de onzichtbaarheid die haar ouderdom haar opdrong, blijft Celestien een meid met een beperkte verbeeldingskracht. Waar Pam erin slaagde zichzelf in de toekomst te katapulteren door middel van het contact met de tienerjongen Jes en haar kleindochter Alex-Sandra, eindigt Celestiens verhaal met een sukkeldrafje naar het hoogstgelegen punt van het rusthuis. Ze ontvlucht haar kamer en zoekt door het glas van het roosvenster de hemel op die even oneindig is als het malen van haar herinneringen. Daar schuilt de enige vrijheid die haar nog rest, de enige vorm van verzoening met zichzelf. Enkel die stilte die daarop volgt, verdient het etiket 'gebenedijd'.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud