Patrick Nefors / 'Breendonk 1940-1945. De geschiedenis'

- 2004, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 400 blz., 21,95 euro, ISBN 90-02-21438-3

(tijd) Het was lang wachten, maar eindelijk is er een betrouwbaar geschiedkundig overzichtswerk over Breendonk, het Auffang- of Anhaltelager waarin tijdens de Tweede Wereldoorlog zo'n 3.600 mensen werden opgesloten en geterroriseerd. Rekening houdend met het feit dat de SS, toen hij in september 1944 zijn biezen pakte, het archief van het kamp vernietigd heeft, is dit werk van historicus Patrick Nefors een krachttoer.

Nefors heeft veel onderzocht en zorgvuldig opgetekend (al kon de eindredactie een stuk beter). Een verdienstelijk werk, maar geen goed boek. De kruising tussen een vulgariserend en wetenschappelijk werk, altijd al een moeilijke evenwichtsoefening, is mislukt. Aangezien enkele maanden geleden een vlot leesbaar, vulgariserend werk over Breendonk is verschenen (het boek van Jos Vander Velpen, waar geschiedkundig nogal wat op aan te merken valt), kan betreurd worden dat Nefors zich niet heeft kunnen toeleggen op een wetenschappelijk werk, mét duidelijke bronverwijzingen, verhelderende noten, methodologische uitweidingen en aanwijzingen voor voortgezet onderzoek.

Het fort van Breendonk werd rond 1910 gebouwd als een van de onneembare vestingen in de verdedigingsgordel rond Antwerpen. Niet dat het veel uithaalde, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog waren de muren al niet meer bestand tegen de nieuwe mortieren. In het begin van de Tweede Wereldoorlog deed het fort dienst als militair hoofdkwartier, maar ook dat duurde maar even.

SS-Sturmbahnführer (majoor) Philipp Schmitt kreeg de opdracht er een kamp van te maken. Hij werd daarin bijgestaan door een achttal SS'ers. Eind 1940 waren er 60 tot 70 gedetineerden, Belgen met 'staatsvijandelijke' opvattingen of daden, en joden. De gevangenen moesten beulenwerk verrichten: de enorme aardlaag (250 tot 300.000 m2) afgraven die de verdedigingswerken van het fort bedekte.

Met de inval in de Sovjet-Unie (juni 1941) veranderde de samenstelling van de kampbevolking ingrijpend. Tot dan had de bezetter, gezien het niet-aanvalspact met de Sovjet-Unie, de communisten in bezet gebied zoveel mogelijk met rust gelaten. Maar nu was het hek van de dam. Meer dan 300 communisten en extreem linkse militanten stroomden binnen en Breendonk werd door ondervoeding, dwangarbeid en mishandeling het kamp van de sluipende dood.

Toen Breendonk in september 1941 overbevolkt raakte, vertrok een eerste konvooi richting Duitse concentratiekampen. Ondertussen baarden de vele geruchten over gruweldaden in Breendonk de 'Militärverwaltung' grote zorgen. Met het oog op de economische uitbuiting van België wou het militaire bestuur zoveel mogelijk orde en rust bewaren. Er kwam een inspectie, en de voedselvoorziening en medische zorg verbeterden tijdelijk. Nog in september 1941 arriveerde het eerste contingent Vlaamse SS'ers; ze zouden voor meer tucht en discipline zorgen, met nog meer brutaliteit en terreur tot gevolg.

Voor het toenemende aantal gearresteerde verzetslui werden cellenblokken en isoleercellen gebouwd. Een oud kruitmagazijn werd omgetoverd in een folterkamer en er kwam een executieterrein. In de winter van 1942-43 kwam een 40-tal gevangenen om het leven, de helft van het totale aantal doden dat tijdens de bezetting in Breendonk viel (er werden ook nog eens 164 gijzelaars gefusilleerd).

Patrick Nefors gaat - tactvol maar beslist - in tegen overdrijving en demonisering. Dat een gevangene die bij nacht en ontij in Breendonk arriveerde daarin een complot zag om nieuwkomers extra te intimideren, is begrijpelijk, maar het gros van de nieuwkomers arriveerde overdag. 'Het is', schrijft Nefors, 'een menselijke reflex om systematiek te willen ontdekken in de willekeurige chaos van vervolging en lijden waarin men beland is.' Daar viel meer over te zeggen, bijvoorbeeld dat dergelijke complottheorieën in alle kampen (én andere langdurige extreme situaties) circuleerden en dat geloven in zo'n complot een positief effect kon hebben ('geen zotte dingen doen, er valt toch niets te beginnen tegen de demonische SS'), deculpabiliserend werkte ('niet ik overtreed normen, de normovertreding is gepland'), de overlevingswil kon sterken (overleven als verzet, je niet laten dehumaniseren, een minimum aan waardigheid behouden, je ondanks de vrieskou wassen).

Ondanks zijn kritische houding neemt Nefors toch enkele complottheorieën over. Bijvoorbeeld de stelling van de 'bekende psycholoog Bruno Bettelheim' dat de SS de gevangenen doelbewust wou breken om er een gedweeë massa van te maken en bij de rest van de bevolking terreur te zaaien. Dat is een nogal simpele weergave van de betwistbare én weerlegde psychoanalytische interpretaties en extrapolaties van de controversiële 'psycholoog' die Bettelheim was. De door hem beschreven en door Nefors overgenomen psychische effecten zijn minder het gevolg van demonisch opzet dan wel van het feit dat concentratiekampen totale instituties zijn (zoals gevangenissen, kazernes, kloosters, ziekenhuizen), instellingen waar men vrijwel automatisch beroofd wordt van zijn eigenheid en (een stuk) menselijkheid.

Het afgraven van de aardlaag in Breendonk had volgens Nefors maar één doel: gevangenen afbeulen en breken. Zeker, dat was een van de effecten, maar daarom nog geen bewust doel. Toch wel, meent Nefors, want 'het werk had niet het minste economische nut'. Klopt, maar er is meer dan economie. Wou men het fort als gevangenis gebruiken, dan moest de aarde die de binnenplaatsen bedekte, worden verwijderd. Overigens werd de aarde ook, zoals Nefors elders aangeeft, gebruikt om 'een grote dijk op te werpen, zodat het hele kamp aan het oog werd onttrokken'. Waar is in elk geval, dat nogal wat (Vlaamse) SS'ers de gelegenheid te baat namen om gevangenen extra te kwellen.

Veel blijft onopgehelderd. Waarom droegen de gevangenencategorieën in Breendonk geen omgekeerde driehoeken maar afwijkende kentekens? Hoe ging het er in andere Auffanglager aan toe? Ook bij de reportage die Otto Kropf, een Duitse fotograaf in een Propagandakompanie, op een junidag in 1941 over Breendonk maakte, had een woordje uitleg gemogen over dergelijke propaganda-eenheden en de reden van de fotoreportage, desnoods hypothetisch. Welke inspanningen heeft Nefors zich getroost om dat te achterhalen, welke wegen werden bewandeld, welke kunnen nog gevolgd worden? Kropf belicht, stelt Nefors, het repressieve karakter van het kamp, maar versluiert de hardste aspecten van het kampleven. En dat doet hij omdat hij als lid van een Propagandakompanie 'uiteraard geen brutale scènes' vastlegde. Mogelijk waar voor Kropfs reportage, maar niet de regel in propaganda-eenheden. De fotografen legden wel degelijk wrede scènes vast, bijvoorbeeld bij de meedogenloze liquidatie van de opstand in het getto van Warschau.

Nefors belicht het dagelijks leven in het kamp, het kamppersoneel, handlangers en collaborateurs, Vlaamse SS'ers. In Duitse archieven trok hij na wat de Duitse SS'ers van Breendonk voor, tijdens en na de oorlog uitrichtten. Dat leverde helaas geen dieper inzicht op. Sommige SS'ers waren voor de oorlog lid van rechts-radicale groeperingen waarin vechtlust en brutaliteit werden verheerlijkt, de meeste waren van lagere komaf en opleiding, velen gedroegen zich corrupt. Eén en ander had getoetst mogen worden aan Tom Segevs onderzoek naar persoonlijkheid en gewoontes van kampcommandanten ('Soldiers of evil', 1988). Segev typeert de doorsneecommandant als een idealistische, beginselvaste en plichtsbewuste politieke soldaat; zeer verschillend dus van de SS-officieren in Breendonk.

Nefors' beschrijving van de evolutie in de belangstelling voor nazi-kampen en jodenuitroeiing is nogal kort door de bocht. Anders dan hij beweert, heeft de joodse gemeenschap er niet van bij het begin 'alles aan gedaan om de herinnering aan Auschwitz niet te laten vervagen'. Dat de toegenomen belangstelling voor de jodenvervolging alleen maar een legitiem inhaalmanoeuvre is, durf ik te betwijfelen. Gemeten aan de geringe aandacht voor andere genociden, ook hedendaagse, mag de almaar toenemende aandacht voor de holocaust gerust overdreven genoemd worden.

Nefors belicht ook de gebeurtenissen in Breendonk na de bevrijding, toen plaatselijke verzetslui er echte en vermeende 'zwarten' in opsloten en terroriseerden. Sommigen gingen zich aan beestachtigheden te buiten. Menschlich, alzu Menschlich.

In het kader van een Duits gerechtelijk onderzoek, goed 25 jaar na de feiten, verklaarden enkele gewezen SS'ers van Breendonk op bevel gehandeld te hebben en dat alles volgens het boekje gebeurde, ze zijn zich nog steeds van geen schuld bewust, konden er als kleine mens niets tegen beginnen, hadden niet deelgenomen aan executies en konden zich geen andere details meer herinneren.

Sociaal-psychologisch onderzoek (Stanley Milgram, Philip Zimbardo) leert dat meedogenloos, wreedaardig gedrag in hoge mate bepaald wordt door de omstandigheden en structuren waarin dat gedrag tot uiting komt. In extreme situaties, als geweld gelegitimeerd wordt door een erkende autoriteit (leider, ideologie...) en de slachtoffers ontmenselijkt zijn door ideologie en/of situatie, gedragen de meeste mensen zich extreem. Zou het kunnen dat, zoals weinigen voorbestemd zijn om slachtoffer te worden, ook weinigen voor dader in de wieg gelegd zijn? Ook de gelegenheid maakt de dader. Wie iets wil voorkomen, zou dus beter meer aandacht besteden aan gelegenheden, structuren en instellingen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud