Curtis White/ Het doorsneedenken

(tijd) - De Amerikaanse hoogleraar, romancier en essayist Curtis White is vooral in zijn laatstgenoemde functie een omstreden figuur. In elk geval neemt hij met succes de (Amerikaanse) cultuur onder vuur, met een felheid die aan Michael Moore doet denken.

Sommigen noemen hem een overjaarse hippie, een producent van gescheurdejeansproza. Anderen zien in hem de laatste doemdenker, altijd bezig met de Ondergang van het Avondland, of ten minste van het Nieuwe Continent. Het is waar dat hij schwärmt met de oude drugsgoeroe Timothy Leary en de nog oudere marxiserende filosoof Herbert Marcuse. Maar soms, geregeld, stelt hij de goede vragen: 'Wanneer hebben we precies besloten dat alle winkelstraten in de VS er exact hetzelfde uit moesten zien, met identieke Wal-Marts en Best-Buys en altijd dezelfde eetgelegenheden, steeds omringd door een gebied van ononderbroken autobedrijvigheid.' Ja, wanneer dus? En vooral, door wie? Door het kapitalisme, stupid.

De Amerikaanse titel is veelzeggender dan de Nederlandse: 'The Middle Mind: why Americans don't think for themselves'. 'Middle Mind' is eigenlijk te vertalen met 'middelmatigheid'. En niet-denken staat voor een gebrek aan verbeelding. De drie grote vijanden van de verbeelding zijn volgens White: entertainment, academische orthodoxie en politieke ideologie. Daar hakt hij dan ook met talloze voorbeelden op in. Maar het 'why', waarom het zo is, wordt ons niet onthuld. Middelmatigheid lijkt een zelfgenererende kracht, een soort Fatum.

De pessimist wenst niettemin positief te zijn, hij wil nadenken over iets wat hij het 'sublieme' noemt en wat het verstikkende entertainment etcetera overstijgt. 'Het sublieme is dat onduidelijke maar noodzakelijke iets dat de 'necessary angel', de noodzakelijke engel wordt genoemd. Het heeft ons iets heel eenvoudigs maar wonderlijk ver wegs te vertellen, namelijk dat verandering echt is en de wereld anders kan zijn dan hij is.' Het begint erop te lijken dat deze schrijver bijwijlen iets te veel van Timothy's producten heeft ingenomen. Maar gelukkig wordt hij gered door een song van de Talking Heads, die eindigt met: If your work isn't what you love, then something isn't right - Als je werk niet dat is waar je gek op bent, dan klopt er iets niet. Zeer waar, maar wat mager als uitgangspunt voor een nieuwe cultuurfilosofie.

Wie toch al niet van intellectuelen houdt, zal in de kritiek van deze intellectueel op de eigentijdse cultuur een gemakkelijke bevestiging van zijn vooroordeel vinden. De Amerikaanse soixante-huitard verwart zijn moralisme weleens met sociaal engagement. Je zou hem een slome denker kunnen noemen. Hij paart onbestemd radicalisme aan een vleugje New Age, een schep Amerikaans sentimentalisme en een hoop bekende namen. Wie voorbij hoofdstuk 4 is geraakt, 'De snelweg van de wanhoop leidt naar een verliefde wereld', heeft het ergste achter de rug - en helemaal na 'Aantekeningen voor het volgende Amerikaanse sublieme', geïnspireerd door een tekst van Wallace Stevens. Ook Kant, Lyotard, Derrida, Adorno en vele anderen moeten door de mallemolen van de zelfingenomen academicus, wiens sterkste troef de semantiek is. Soms valt er ook wel te lachen met een spitse formulering. 'Schat, denk je eraan je creativiteit te onderdrukken voordat je naar bed gaat? En vergeet niet de kinderen even te verdwazen?' Die vondst had van Michael Moore zelf kunnen zijn.

Curtis White - Het doorsneedenken/Een cultuurkritiek - 2005, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 239 blz., 17,95 euro, ISBN 90-295-5676-5

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud