Hanif Kureishi: 'Mijn oor aan je hart - het verhaal van mijn vader'

(tijd) In 'Mijn oor aan je hart' verkent de Brits-Pakistaanse auteur Hanif Kureishi opnieuw het grensgebied tussen feit en fictie. Opgehangen aan de ongepubliceerde manuscripten van Kureishi's overleden vader, is dit nieuwe boek tegelijkertijd autobiografie, literatuurkritiek en familiekroniek.

De Nederlandse vertaling van 'Mijn oor aan je hart' verschijnt op een moment dat het genre van de memoire vooral in de VS een zelden geziene vorm van nationale belangstelling beleeft. De reden voor die exclusieve aandacht is de gewraakte drugsverslavingsmemoire 'In duizend stukjes' (Bert Bakker, 2006) van de Amerikaanse auteur James Frey, een boek dat door Oprah Winfrey de hemel werd ingeprezen maar waarvan nu grote delen verzonnen blijken te zijn. Heeft een auteur van memoires de plicht zijn lezers de waarheid en niets dan de waarheid voor te leggen? Of geniet de schrijver in naam van de Muze professionele onschendbaarheid zelfs wanneer hij een loopje met de feiten neemt?

Het zijn vragen die Hanif Kureishi (1954) wellicht niet onbekend in de oren klinken. In 1998 publiceerde hij de novelle 'Intimiteit' over een man die op het punt staat zijn gezin in de steek te laten en zich een laatste keer bezint over een stukgelopen huwelijksrelatie. Hoewel het boek de ondertitel 'roman' meekreeg, zag Kureishi's Londense vriendenkring het vooral als een al te partijdige weergave van de relatie die de auteur kort tevoren verbrak met de moeder van zijn twee kinderen. In Kureishi's nieuwe boek klinken nog verschillende echo's door van die controverse en de toenmalige mediahype errond. 'Net als iedere andere auteur stoort het me', vertelt Kureishi, 'om mijn werk gereduceerd te zien tot autobiografie alsof je gewoon hebt neergeschreven wat er gebeurd is.' Afgezien van dergelijke passages is 'Mijn oor aan je hart' echter in alle opzichten een ander boek dan 'Intimiteit'. Niet alleen ontbreekt het epitheton 'roman' in de ondertitel, Kureishi lijkt er in dit nieuwe boek vooral op uit het onderscheid tussen feit en fictie op de spits te drijven. Keer op keer toont hij aan dat het maken van een strikt onderscheid tussen die twee enkel een veel ontluisterender waarheid tracht toe te dekken, namelijk de fundamentele onmogelijkheid om 'zichzelf in verhalen te vertellen'. 'Schrijven is niet zozeer een weergave van ervaringen', stelt Kureishi, 'maar een substituut ervoor, een 'in plaats van' eerder dan een 'herleven', een soort van dagdromen.' Met die benadering sluit 'Mijn oor aan je hart' erg nauw aan bij andere recente quasi-fictionele autobiografieën zoals Dave Eggers' 'Een hartverscheurend verhaal van een duizelingwekkende genialiteit' of William Gaddis' ziekbedmonoloog 'Agapé agape.' Centraal bij die auteurs staat net als bij Kureishi het postmoderne idee dat ons zelfbeeld steeds cultureel en persoonlijk geconstrueerd is en het aldus weinig zin heeft een absolute scheiding tussen feit en fictie te hanteren.

In het geval van Kureishi komt die visie het sterkst tot uiting in het grillige karakter van 'Mijn oor aan je hart' dat tegelijkertijd autobiografie, literatuurkritiek (de Engelse ondertitel van het boek luidt 'Reading my Father') en familiekroniek wil zijn. 'Ik moet toegeven dat ik niet goed weet wat voor een boek ik aan het maken ben', zo schrijft de auteur, 'Ik weef mijn woorden uit zijn woorden, verhalen uit verhalen. Het voelt meer als een pot waarin ik alles doorheenroer wat in mij opkomt.' De woorden waar Kureishi Ariadnegewijs zijn eigen zinnen mee weeft, zijn die van zijn vader wiens ongepubliceerde manuscripten waaruit hij in 'Mijn oor aan je hart' rijkelijk citeert, en die hij tevens interpreteert en becommentarieert. Kureishi Senior is net als zoonlief een veelschrijver die zijn hele leven lang bleef dromen van een carrière in de letteren en in die tijd verschillende romans bij elkaar pende. Tegen zijn kroost placht hij graag Tsjechov te citeren, de grote Russische auteur die als geen ander de kunst van de subtiele woordkunst verstond. Anders dan zoonlief die in 1991 internationaal succes oogstte met zijn debuutroman 'De Boeddha van de Buitenwijk' worden de verzonden manuscripten van Kureishi senior echter steeds onverrichterzake geretourneerd door de uitgeverijen. Die weigeringen nemen mettertijd de vormen van een klein familiedrama aan. 'Het moet verwarrend zijn geweest voor moeder', stelt Kureishi, 'de poging van deze man om iets te doen waar hij geen succes mee had en toch niet opgeven en nooit aanvaarden dat hij het gewoon voor het plezier deed, maar integendeel blijven geloven dat dit zijn beroep en identiteit zou worden.' Wanneer Kureishi zijn moeder opzoekt aan het einde van het boek stelt deze over de inmiddels overleden Kureishi senior: 'Overal waar jij kijkt, zijn er boeken, in de huizen, bibliotheken, treinstations. Waarom kan geen enkele ervan dat van vader zijn?' Die passages over de tot mislukken gedoemde literaire ambities van Kureishi senior behoren zonder twijfel tot de aangrijpendste scènes uit 'Mijn oor aan je hart' vooral dan omdat het de lezer al heel snel duidelijk is dat vaderlief gewoonweg niet het talent bezit waarover Kureishi junior wel beschikt. Als misantroop die de mensen rondom zich beschouwt als 'irrelevant', ontbreekt het Kureishi senior immers aan een fundamentele eigenschap van iedere rasauteur: empathie. Hoewel zijn verhalen veelal in dezelfde thema's grossieren als die van zoonlief - zoals culturele ontworteling en racisme - komen de personages van Kureishi senior vals en verliest hij zich in al te veel rancune. Als schrijver is hij al te veel Melville en Céline en te weinig Tsjechov.

Onvermijdelijk sluipt met de analyse van de manuscripten ook een groot stuk familiekroniek naar binnen in 'Mijn oor aan je hart.' De Kureishi familie, zo leren we, woonde aanvankelijk in India, waar ze zich onder het alziende oog van Kolonel Murad, Kureishi's grootvader, bekwaamden in cricket en marktonderzoek voor grootvaders zeepfabriek. Na de dekolonisatie en de scheiding van India en Pakistan werd hen plots een andere nationale identiteit aangemeten en begint een familiale diaspora die de verschillende gezinsleden onder meer in Pakistan, de VS, en Groot-Brittannië doet belanden. Terwijl de ooms van Kureishi succesvol carrière maken in de Pakistaanse media en de luchtvaart, schopt zijn vader het nooit verder dan een baan als klerk op de Pakistaanse ambassade in Londen. Waarschijnlijk, bedenkt Kureishi, moet daar de volharding van zijn auteurschap worden gesitueerd, als een poging om zich in extremis met de carrières van zijn broers te meten.

Een van die broers, Omar, is overigens zelf de auteur van een autobiografische trilogie, die Kureishi de kans geeft de manuscripten van zijn vader te vergelijken met Omars versie van de feiten. Net als Kureishi is Omar een scherp observator van de koloniale en postkoloniale werkelijkheid rondom zich en noteert hij ondermeer laconiek dat de Britten eigenlijk doodgewone mensen zijn, maar ergens 'ten oosten van Port Said werden zij plots de architecten van een rijk'.

Kureishi, die behoort tot de tweede generatie Pakistaanse migranten in Londen, voegt daar bij wijze van vervolg aan toe dat de Pakistaanse en Indische immigranten in het Groot-Brittannië van vandaag zich in feite onder het juk van een 'geherconfigureerd kolonialisme' bevinden. Dergelijke spitse analyses zullen Kureishi-fans bekend in de oren klinken en ze maken duidelijk dat 'Mijn oor aan je hart', ondanks zijn ongewone vorm, een erg typisch Kureishi boek blijft met alle bekende ingrediënten uit zijn romans, inclusief zijn vaak hilarische beschrijvingen van de menselijke geslachtsdrift. Wanneer hij bij het lezen van zijn vaders manuscripten aanbelandt bij een bordeelscène stelt Kureishi laconiek: 'Ik moet zeggen dat het ontstellend is om met je vader een bordeel binnen te gaan, vooral het soort plaats dat door Omar wordt beschreven als 'letterlijk een vlooienmarkt.'

Ten slotte is 'Mijn oor aan je hart' ook een boek waarin Kureishi het prille begin van zijn eigen schrijverscarrière herontdekt. Het was zijn vader die hem er na een mislukte secundaire opleiding als beroepsstudent houtbewerking toe aanzette om zijn stappen in de literatuur te wagen, en die hem tevens inwijdde in 'de puzzel die boeken heet, wat ze bewerkstelligden en het genot dat ze bezorgden'. Terwijl Kureishi senior er nooit echt in slaagde de puzzel van zijn eigen werk in elkaar te passen, is het zijn zoon die er in 'Mijn oor aan je hart' voor zorgt dat de puzzelstukjes alvast niet in de doos blijven opgeborgen.

Mijn oor aan je hart, het verhaal van mijn vader - Hanif Kureishi2006, Amsterdam, De Bezige Bij, 240 blz., 18,9 euro, ISBN 90-234-1913-8

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud