Advertentie

Hannah Arendt: 'Totalitarisme'

(tijd) We vieren dit jaar de honderdste verjaardag van de geboorte van Hannah Arendt (1906-1975). De grote 20ste-eeuwse politiek filosofe blijft dus in de aandacht. Vorig jaar verscheen al een waaier aan teksten over Arendt, die toen dertig jaar dood was. Maar belangrijker dan al die verjaardagen is de blijvende relevantie van haar geschriften. Zo is haar boek 'Totalitarisme' nog altijd actueel.

Remi Peeters en Dirk De Schutter verzorgden de nieuwe Nederlandstalige uitgave van 'Totalitarisme'. In hun lange inleiding winden ze er geen doekjes om: de alom aanwezige almachtswaan, gevoed door de hedendaagse wetenschap en techniek, de consumptiemaatschappij die de mens inperkt tot een vervangbaar radertje op de markt en zo een ervaring van overbodigheid creëert, de bureaucratie die de burger degradeert tot een hoeveelheid data die even vlot kunnen worden 'gedeletet' als opgeroepen, enzovoort, maken allemaal deel uit van het verhaal dat Hannah Arendt vertelt.

'Totalitarisme', het derde en meest actuele deel van Arendts standaardwerk 'The Origins of Totalitarianism', is opgebouwd uit vier hoofdstukken, ieder door de vertalers voorzien van noten. Verder is er ook een lijst met geraadpleegde literatuur, een zeer zorgvuldig opgesteld glossarium en een register.

Het eerste hoofdstuk staat stil bij de basispremissen voor het ontstaan van totalitaire regimes. Arendt schetst de tijdgeest waarin de grote totalitaire bewegingen in Duitsland en Rusland konden opkomen. Door de instorting van de klassenmaatschappij ontstaat een grote structuurloze massa ontheemde en geïsoleerde individuen met een sterk gevoel van overbodigheid. Vanuit die negatieve atmosfeer van woede en isolement kan een nieuwe, schrikbarende solidariteit opkomen, stoelend op een eigenaardig verlangen naar anonimiteit, zelfloosheid en destructie. Omdat zowel de elite als de avantgarde ondertussen geenszins tot een kritische distantie in staat blijkt, krijgen opkomende totalitaire denkvormen vrij spel.

In het tweede hoofdstuk onderzoekt Arendt hoe de totalitaire beweging vervolgens haar macht consolideert door een coherent maar fictief wereldbeeld te creëren, dat niet in twijfel getrokken kan en mag worden. Dat gebeurt door middel van propaganda, indoctrinatie en willekeurige terreur.

Ideologieën worden gepresenteerd als onfeilbare wetenschappelijkheden, burgers worden afgeschermd van de niet-totalitaire werkelijkheid, er wordt een dichotomie gecreëerd tussen 'wij' en 'de anderen'. Het resultaat is een consistente leugen, een schijnwereld die alle nuance verloren heeft en die net vanwege haar gebrek aan onvolledigheid - zelfs als men weet dat ze een leugen is - als werkelijkheid aanvaard wordt.

Het derde hoofdstuk behandelt het moment waarop de organisatie de macht grijpt. De ontworpen fictieve wereld waarin de massa leeft, moet - teneinde niet te verstenen - voortdurend in beweging blijven. Een permanente instabiliteit lijkt de basisvoorwaarde voor het voortbestaan van een totalitaire staat. Willekeur, terreur, een destructief gebrek aan logica, een vermenigvuldiging van diensten en een verregaande vormloosheid maken dat de spontaniteit en de vrijheid van de individuele burgers verdwijnen. Zij verworden tot radertjes in een onvoorspelbare, los van elke nutoverweging opererende, destructieve machine. 'Objectieve vijanden' hebben niets misdaan en 'mogelijke misdaden' slaan op een potentieel, maar nergens concreet vergrijp. De totalitaire politie heeft niet de taak misdaden op te helderen, maar beschikbaar te zijn om bepaalde bevolkingscategorieën te arresteren (en te elimineren). Uiterste consequentie zijn de concentratiekampen, die er niet enkel naar streven gevangenen te doden, maar veeleer hen te ontmenselijken, te laten verdwijnen in een vorm van georganiseerde vergetelheid, 'alsof ze nooit geboren waren'.

Ten slotte gaat Arendt op zoek of er zoiets is als de 'natuur' van het totalitaire denken. Arendt legt een erg actuele link tussen ideologie en terreur. Alle ideologieën, beweert de filosofe, bevatten door hun streven naar totaalverklaringen een aanzet tot totalitarisme. Zodra de individuele mens zijn betekenis verliest voor een boven hem staande wet, een ideaal of een -isme, is de basis voor totalitair denken gelegd. De fictie van een andere werkelijkheid wordt belangrijker dan de werkelijkheid waarin hij leeft en de pluraliteit van het menselijke handelen wordt opgegeven ter wille van een groter, niet ter discussie staand, voor iedereen geldend geheel. Het uiteindelijke resultaat is de complete overbodigheid van de individuele mens.

Een en ander heeft te maken met de menselijke natuur. We zijn nu eenmaal geboren als beperkte, onaffe, kleine wezens in een wereld waarvan 'de voornaamste handicap ligt in een gebrek aan logica, consistentie en organisatie'.

De hang naar transcendentie is eigen aan de mens, het enige dier dat in staat is zich een andere, logische, eventueel betere werkelijkheid te fantaseren, en komt voort uit een soort gemis. We voelen in ons een gebrek aan volledigheid, zeg maar aan totaliteit. De enige manier die totaliteit te vinden is in fictie in de ruimste zin van het woord: verhalen, religie, zingeving, ideologie. De typisch menselijke, maar zeer 'onnatuurlijke' neiging een systeem op de werkelijkheid te plakken, lijdt echter voortdurend het gevaar een 'systeemdenken' te worden. Elk -isme kan totalitair worden zodra de complexe, in hoge mate onbegrijpelijke werkelijkheid ingeruild wordt voor een consistente, ultieme, eventueel utopische idee.

Enige tijd geleden schreef de bekende publicist Timothy Garton Ash in de Engelse krant The Guardian een artikel met als titel: 'Why still read George Orwell'. De redenen die hij geeft, gelden evenzeer voor Arendt als voor Orwell. Een eerste, voor de hand liggende reden is de historische factor: beide auteurs schreven tijdens en na de Tweede Wereldoorlog krachtige analyses van essentiële politieke structuren van de periode waarin totalitaire staten belangrijke spelers waren in het internationale politieke veld. Ze probeerden, zoals Arendt zelf in de hier opgenomen voorwoorden aangeeft, de gebeurtenissen te vertellen en te begrijpen en er denkend en oordelend mee in het reine te komen. Aan het begin van de 21ste eeuw is die historische periode van totalitaire staten op enkele uitzonderingen na ten einde, maar uiteraard blijft de studie van een belangrijke, donkere periode in de wereldgeschiedenis noodzakelijk.

Een andere, even belangrijke of misschien zelfs belangrijkere reden is dat zowel Orwell als Arendt de basis blootlegt van wat het is mens te zijn. Totalitair denken is niet iets wat tot het verleden behoort, niet een donkere maar ondertussen gepasseerde periode in de geschiedenis, maar een mogelijkheid die in ieder van ons aanwezig is. Wanneer je '1984' leest, herken je niet enkel stalinistische structuren, maar verdwaal je in het labyrint van de menselijke geest. Het omgekeerde geldt ook: 'Het proces' van Kafka is niet enkel een onderzoek naar existentiële angsten in ieder van ons, maar evenzeer naar een totalitaire politiestaat. Op vergelijkbare manier zijn in Hannah Arendts tijdloze meesterwerk Stalin en Hitler niet meer dan de exemplarische hoofdfiguren in een schokkend verhaal dat erom roept telkens opnieuw verteld te worden. Liefst gebeurt dat niet enkel in colleges voor studenten wijsbegeerte maar als een standaardwerk binnen een brede waaier aan opleidingen. Deze prachtige uitgave leent zich daar perfect toe.

Hannah Arendt - Totalitarisme. Inleiding, vertaling en glossarium door Remi Peeters en Dirk De Schutter - 2005, Amsterdam, Uitgeverij Boom, 440 blz., 41,9 euro, ISBN 90-8506-878-4

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.