Hans Jansen: 'De historische Mohammed. De Mekkaanse verhalen'

(tijd) - De profeet Mohammed neemt in de islam een bijzondere plaats in. Het hevige protest tegen de Deense spotprenten was niet nodig om dat te bewijzen. De islamitische geloofsbelijdenis zegt genoeg: 'Er is geen God dan God en Mohammed is zijn Profeet.' Mohammed wordt door de moslims beschouwd als de laatste en dus ultieme profeet van het monotheïsme, het sluitstuk van de goddelijke openbaring, het zegel op de profetie. Tot daar het geloof. Maar wat is er bekend over de biografische Mohammed? Niet zo heel veel, als we Hans Jansen, arabist en hoogleraar aan de universiteit van Utrecht, mogen geloven. In 'De historische Mohammed' gaat hij op zoek naar wie Mohammed eigenlijk was.

In het eerste deel van zijn onderzoek concentreert Jansen zich op de periode in Mekka. In het tweede deel, dat in de loop van 2006 verschijnt, komt de periode in Medina aan de beurt. Al snel wordt duidelijk dat er buiten de islamitische overlevering geen informatie over Mohammed te vinden is. Wat we over hem weten, weten we uit de koran en de vele korancommentaren. Moderne historici kunnen niet anders dan zeer omzichtig omgaan met deze informatie.

De oudste biografie van Mohammed is die van Ibn Ishaq en dateert van rond 750, meer dan een eeuw na de dood van de profeet. Het zal niemand verbazen dat deze biografie heel wat stichtelijke en legendarische elementen bevat. Van een 'objectieve' en 'verifieerbare' geschiedschrijving is hier geen sprake. Hetzelfde doet zich voor met de Jezus-studie, in die mate zelfs dat er onder historici niet weinig getwijfeld wordt aan zijn historiciteit.

Ook Jansen zet vraagtekens bij veel, zo niet alle overgeleverde kennis over de profeet. Zijn geboorte- en sterfdatum, zijn roeping, zelfs zijn naam. Mohammed zou namelijk ook als adjectief gelezen kunnen worden en betekent dan zoveel als 'geprezen': 'Hyperkritische moderne geleerden vermoeden soms dat de figuur van Mohammed geschapen is uit een verkeerde interpretatie van een oude christelijke pre-islamitische Arabische zegswijze die eigenlijk betekend heeft: 'Geloofd zij de gezant van God' (in plaats van 'Mohammed is de gezant van God').'

Jansen voert die moderne geleerden wel vaker op: soms noemt hij hen (hyper)kritisch, soms sceptisch. Het is jammer dat hij hen zo weinig citeert. Het blijven vage, haast anonieme aanduidingen waarachter ook Jansen vaak schuilgaat. Er wordt heel wat onderuitgehaald in zijn boek, of op zijn minst ernstig ter discussie gesteld. Bijvoorbeeld de 'jaahiliyya', de 'periode van onwetendheid', waaraan de islam volgens de overlevering een einde maakte. Voor Jansen is de 'jaahiliyya' - met zijn overspel, ontucht, zinloos geweld, afgoderij, dronkenschap, moord op pas geboren meisjesbaby's - niet meer of minder dan 'een theologische constructie' die bedoeld is om de verhalen over Mohammed en de komst van de islam beter te laten uitkomen.

Een andere leerstelling van de islam is dat de koran door God in het Arabisch aan Mohammed werd geopenbaard. Zich baserend op linguïstisch onderzoek wijst Jansen erop dat bepaalde namen aan het Syrisch werden ontleend en dat er 'syriasmen' in het Arabisch van de koran zitten.

De mogelijke verklaringen die hij daarvoor geeft, zijn allemaal in strijd met de officiële visie van de islam. Ook de opvatting dat Mekka toen een dichtbevolkt handelscentrum was, trekt Jansen in navolging van andere onderzoekers sterk in twijfel: 'Het beeld dat profane aanwijzingen geven, wijst op een buitengewone arme bevolking die zich in een barre en verschroeide, zeer dunbevolkte woestijn maar net in leven wist te houden.'

Misschien is dat een aanwijzing voor het feit dat veel verhalen over de profeet en het ontstaan van de islam pas in de 8ste en 9de eeuw totstandkwamen en dat de makers ervan hun leefomstandigheden op het verleden projecteerden.

Als dat het geval is - en Jansen suggereert dat meer dan eens - dan is wellicht ook de biografie van Ibn Ishaq geschreven in functie van de koran, en dus geen onafhankelijk daarvan opgetekend verhaal. De koran is in vergelijking met de bijbel en de evangelies een brokkelig en gefragmenteerd boek. Jansen geeft talrijke voorbeelden van bepaalde koranpassages die pas duidelijk worden door de biografie. Daaruit concludeert hij dat de verhalen uit de biografie een context creëren om de koran te duiden en te verhelderen. En dat vaak in functie van de politieke en religieuze debatten van die tijd. Maar dat houdt natuurlijk in dat de biografie geen onafhankelijke en betrouwbare informatie biedt.

Wat we over de historische Mohammed weten, is voorlopig zeer gering. Jansen geeft toe dat er nog veel historisch en archeologisch onderzoek moet gebeuren. Hij waarschuwt daarbij enerzijds voor een teveel aan fantasie bij de onderzoekers, en anderzijds hoopt hij dat moslims vrede kunnen nemen met bepaalde wetenschappelijke inzichten 'die misschien niet alle gevoeligheden van de islamitische orthodoxie zullen ontzien'. De visie die Jansen naar voren schuift, is in elk geval ontnuchterend voor de moslimgelovige en pleit voor een rigoureuze scheiding van wetenschappelijke en religieuze waarheden.

De historische Mohammed. De Mekkaanse verhalen - Hans Jansen - 2005, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij De Arbeiderspers, 136 blz., 17,95 euro, ISBN 90-295-6282-X

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud