Jeffrey Sachs: 'Het einde van de armoede. Hoe we binnen 20 jaar dit doel kunnen bereiken'

(tijd) - Een wereld zonder extreme armoede is volgens de Amerikaanse ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs geen utopie. De raadgever van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, zet in zijn boek 'Het einde van de armoede' een stappenplan uiteen om over twintig jaar tot een betere wereld te komen. Boeiender leesvoer vormt Sachs verslag van zijn crisisinterventies in Bolivia, Polen, Rusland en zijn ervaringen in ontwikkelingslanden.

Jeffrey Sachs is een wereldverbeteraar, maar zijn bevlogen engagement steunt niet op onervarenheid, wel integendeel. Zijn schijnbaar naïeve plannen komen niet tot stand achter zijn bureau in het Earth Institute aan de Columbia University in de VS, waarvan hij directeur is. Sachs heeft de ellende in de Afrikaanse landen beneden de Sahara met eigen ogen gezien. Hij weet hoe de aids-epidemie er huishoudt onder de actieve bevolking en hoe de uitgeputte grond de boeren geen surplus meer oplevert om te investeren. Sachs heeft gezien hoe kinderen blijven sterven aan malaria, wat ouders ertoe aanzet veel nakomelingen op de wereld te zetten. De twintigduizend mensen die dagelijks sterven omdat ze geen geld hebben voor medicijnen, muskietennetten of veilig drinkwater, zijn voor Sachs geen abstract cijfer. Weinig intellectuelen weten beter hoe de armoedefuik werkt.

Sachs ontkent niet dat vele staten in de tang zitten van corruptie, burgeroorlog en wanbeheer, al vindt hij dat de publieke opinie daar een vertekend beeld van heeft. In sommige landen, en dan heeft hij het vooral over Ghana, Burkina Faso, Senegal, Kenia, Ethiopië en Malawi, vechten politici met de moed der wanhoop wel voor verbetering. Maar het ontbreekt hun aan voldoende steun om hun voet op de eerste trede van de trap naar de ontwikkeling te krijgen. Ze maken realistische plannen, maar die worden keer op keer uitgekleed door betweterige donoren. Daardoor zijn de uiteindelijke budgetten ontoereikend om wat te bereiken.

Toch wanhoopt Sachs niet. De situatie is volgens hem nog nooit zo gunstig geweest voor de mensheid. Hoewel de kloof tussen rijk en arm heel groot is, stelt hij vast dat het deel van de bevolking dat in extreme armoede leeft, is afgenomen. Het gaat nog over een zesde van de wereldbevolking of 1,1 miljard mensen. Maar omdat de wereld nog nooit zo rijk is geweest, kunnen de rijke landen als ze dat willen de armoedefuiken openbreken. Daarvoor moeten ze alleen hun vroegere beloften nakomen om 0,7 procent van hun bruto binnenlands product te besteden aan ontwikkelingshulp. Liefst gebeurt dat beter gecoördineerd dan nu, en passen de uitgaven in de Millenniumdoelstellingen. Die werden eind 2000 in New York door 189 staatshoofden en regeringsleiders goedgekeurd. Ze beogen tegen 2015 de extreme armoede in de wereld te halveren.

Maar hoe goed Sachs alles ook heeft berekend en hoe overtuigend hij de scepsis tegen hulp aan de armsten weerlegt, het stappenplan aan het einde van zijn boek lijkt er niet op. Het zijn vrome wensen over een drastische kentering in plaats van stappen. Het gaat om complexe processen waarvan je niet goed weet hoe je ze in gang kan zetten. Zo schrijft Sachs in stap 4: 'Politieke actie in de Verenigde Staten en daarbuiten zal nodig zijn om het land opnieuw zijn rol te laten vervullen op de weg naar mondiale vrede en gerechtigheid.' Hoe overtuig je de regerende neoliberalen, die menen dat ze de wereld alleen veiliger kunnen maken met militair machtsvertoon, dat ze niet goed bezig zijn? Daarvoor moet je eerst de meerderheid van de Amerikaanse kiezers weten te overtuigen.

En hoe red je het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank (stap 5)? Die instellingen treden nu op als agentschappen van de crediteurlanden, in plaats van als internationale instellingen de belangen te behartigen van alle lidstaten. Kan je ze redden door te betogen op de bijeenkomsten van de G8, de groep van de belangrijkste industrielanden?

Sachs verwijst aan het einde van zijn boek naar de historische antislavernijbeweging. Toen Thomas Clarkson met zijn Quaker-vrienden voor het eerst in Londen bijeenkwam, geloofde geen kat dat ze er ooit in zouden slagen een einde te maken aan de slavernij. Dat is waar, maar het heeft ze veel meer dan 25 jaar gekost om dat te bereiken. Maar dat is natuurlijk geen excuus om vandaag niets te doen

Sachs heeft sympathie voor de antiglobalisten die de hypocrisie van de rijke landen aan de kaak stellen, maar hij is wel een fervente voorstander van open economieën die zich op de wereldhandel richten. Bangladesh werd bij zijn onafhankelijkheid in 1971 afgedaan als een hopeloos geval. De kledingfabrieken in dat land ziet Sachs echter als een eerste stap op de ontwikkelingsladder. 'De slavenbanen zijn vaak het mikpunt van publiek protest in de ontwikkelde landen; die protesten hebben geholpen de veiligheid en de werkomstandigheden te verbeteren. Maar diegenen die in het rijke Westen protesteren, zouden zich moeten inzetten voor meer van dat soort banen, zij het onder betere werkomstandigheden. Dat kunnen ze doen door zich te keren tegen het handelsprotectionisme in hun eigen landen, dat de import van kleding uit landen als Bangladesh verhindert.'

De analfabete, ongeschoolde vrouwen die van het platteland zijn gekomen om te werken in de kledingfabrieken bleken na een tijd wat gespaard te hebben en een grotere sociale autonomie te hebben verworven. Ingaand tegen de traditie van de patriarchale samenleving waaruit ze stammen, bepalen ze zelf met wie ze omgaan en met wie ze trouwen. Ze doen aan geboorteplanning en sommigen volgen opleidingen. Eenzelfde ontwikkeling maken vrouwen in de dorpen mee die dankzij de groepsleningen van de Grameen Bank waarmee ze kleinschalige bedrijfjes kunnen opzetten. Ook de meesten van die vrouwen beperken hun kindertal tot twee. Daardoor steekt het gezin meer geld in gezondheid en scholing. Zo legt het de basis voor een hogere levensstandaard in Bangladesh.

'Het einde van de armoede' vormt met zijn 18 hoofdstukken eigenlijk meer dan één boek. Behalve cases die de verschillende ontwikkelingsstadia illustreren en het stappenplan om aan de armoedefuik te ontsnappen, beschrijft de auteur ook zijn belevenissen als monetair expert.

Hoewel het om redelijk technische aangelegenheden gaat, zoals de bestrijding van hyperinflatie in een land dat economisch aan de afgrond staat, leveren de verhalen van zijn vermaarde interventies als adviseur in Bolivia, Polen, Rusland, India en China heel boeiende lectuur op. Dat komt omdat Sachs ons deelgenoot maakt van zijn metamorfose van een uitstekend theoretisch expert tot een ontwikkelingseconoom die beseft dat zijn theoretische modellen geen rekening houden met plaatselijke karakteristieken.

Dat is meteen ook een sneer naar de in het Westen opgeleide economen die werken voor het IMF en de Wereldbank. 'Deze economen zijn intelligent en gemotiveerd. Ik weet het. Velen heb ik zelf opgeleid. Maar hebben de instellingen waar ze werken een juist inzicht in de problemen van die landen? Het antwoord is nee. De ontwikkelingseconomie moet drastisch veranderen en zich net als de moderne geneeskunde veel meer richten op nauwkeurige diagnose en praktisch handelen.'

Sachs vergelijkt de ontwikkelingseconomie zoals die meestal beoefend wordt met de achttiende-eeuwse geneeskunde, 'toen dokters bloedzuigers gebruikten op hun patiënten, vaak met de dood als gevolg'. Een economie in crisis moet volgens hem op dezelfde manier behandeld worden als een patiënt. Net als het lichaam is het een complex systeem dat een differentiaaldiagnose vereist. En de toegediende zorgen en remedies moeten rekening houden met de omgeving en vergen evaluatie.

Om de hele wereld te bevrijden van extreme armoede heb je echter niet alleen economische dokters nodig. Er moet vooral een gezaghebbend supranationaal orgaan of een leidende mogendheid zijn die, aan de kop van de rijke landen, vastbesloten marcheert in de richting van de Millenniumdoelstellingen. Die leidende mogendheid laat het nu niet alleen afweten, maar ze wil ook de verdragsorganisaties naar haar hand zetten.

'Het einde van de armoede. Hoe we binnen twintig jaar dit doel kunnen bereiken.'

Jeffrey Sachs 2005, Rotterdam, Uitgeverij Lemniscaat/Rotterdam, 412 blz., 22,5 euro, ISBN 90-5637-765-5

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect