Nicholas Fearn / 'Filosofen van nu. Nieuwe antwoorden op oude vragen'

Uitgeverij Anthos

(tijd) In 'Filosofen van nu' maakt Nicholas Fearn een staat op van de westerse wijsbegeerte. Welke nieuwe antwoorden zijn er op de oude vragen? Om dat te vernemen, klopte de Britse auteur aan bij een dertigtal vooraanstaande filosofen.

De ontvangst bij de filosofen was aanvankelijk een beetje ontmoedigend. Ze voorspelden Fearn dat het een dun boek dreigde te worden. Tijdens hun leven was er helaas weinig vooruitgang geboekt in de filosofie. 'Daarna volgde een lange uiteenzetting waaruit precies het tegendeel bleek', zegt de enthousiaste auteur. 'Nadat ze de verwezenlijkingen van de jongste tijd hadden opgesomd, deden ze hun eigen bijdrage uit de doeken. Bescheiden mensen, die filosofen.'

Het lijkt alsof er in de filosofie vooral onenigheid bestaat, maar volgens Fearn is er meer overeenkomst en consensus dan men vermoedt. 'Bijvoorbeeld over de vraag 'Wat is kennis?' Ook over de kwestie van de vrije wil zijn de zienswijzen naar elkaar toe gegroeid.'

Er is dus beweging in de wijsbegeerte, maar zijn de methoden veranderd in 2.000 jaar?

Nicholas Fearn: 'Natuurlijk. Het is een wijdverbreide misvatting dat de filosofie een democratische discipline is. Iedereen zou op elk moment in de tijd antwoorden kunnen vinden op de diepzinnige vragen die de mens zich stelt. Dat is een illusie. Soms heb je lange ladders nodig om de vruchten der wijsheid te plukken.'

'Een genie dat 500 jaar geleden leefde, had geen kans de antwoorden op bepaalde vragen te vinden omdat het instrumentarium ontbrak. Dat kon een specifieke logische argumentatie zijn of een voorwerp zoals een telescoop. Zonder de telescoop was het onmogelijk inzicht te krijgen in sterren en planeten. Ook vandaag zijn sommige problemen onoplosbaar omdat we niet beschikken over de juiste instrumenten. Ook in de filosofie hangt de vooruitgang dus samen met de vernieuwing van de technologie.'

Waarom houden filosofen vast aan die merkwaardige gedachte-experimenten?

Fearn: 'Vergis je niet, gedachte-experimenten construeren is moeilijk. Ze zijn niet altijd nuttig, maar er zijn voorbeelden genoeg van wetenschappers die via gedachte-experimenten tot revolutionaire theorieën zijn gekomen.'

'En als een gedachte-experiment steek houdt, hebben we vaak de indruk dat de uitkomst voor zich spreekt. Het is even misleidend als de indruk dat de filosofie nooit iets presteert. Als filosofen vooruitgang maken in het oplossen van problemen, hoort het onderwerp niet langer tot hun vak. Isaac Newton wordt niet herinnerd als filosoof maar als natuurkundige. Adam Smith schreef zijn 'The Wealth of Nations' als filosoof maar leeft verder als econoom. Hetzelfde staat de filosoof-linguïst Noam Chomsky te wachten: op zekere dag zal alleen naar hem verwezen worden als de grondlegger van de generatieve grammatica.'

'Bertrand Russel heeft dat proces getypeerd door de filosofie te vergelijken met het mapje met het label 'weten we niet' in de archiefkast van de wetenschappen. Zodra men een onderwerp op een systematische manier kan benaderen, wordt het naar een map met een ander opschrift overgebracht.'

Bij het opmaken van de balans blijkt u de Franse filosofen geen warm hart toe te dragen.

Fearn: 'In Engeland en Amerika houden filosofiedocenten je voor dat als je iets niet begrijpt, hoewel je hard je best doet, het heel waarschijnlijk fout is. Het advies is: verspil je tijd niet langer, want het ligt wellicht niet aan jou dat je het niet begrijpt. Waarom kan je Plato of David Hume wel begrijpen en postmoderne Franse filosofen niet? Graven ze zoveel dieper? Ik betwijfel het. Het is dus geen doodzonde om deze beproeving aan je voorbij te laten gaan.'

'André Conte-Sponville, een van de helderste en geestigste Franse denkers, heeft geschreven: 'Ondiepe wateren kunnen alleen diep lijken als ze troebel zijn.' Het leven is ook te kort om de straf van de vreselijke geschriften van Jean-François Lyotard te ondergaan. Jacques Derrida had wel wat te vertellen, al kan niemand zeggen wat 'deconstructie' nu precies inhoudt. Ik zou hem interviewen, maar hij heeft afgebeld.'

Martin Heidegger zult u dan ook wel niet aanbevelen?

Fearn: 'Ik wil het niet op mijn geweten hebben. Hij is inderdaad populair bij artiesten, net als Lyotard en Jacques Lacan. Blijkbaar houdt een bepaald slag mensen van ondoorgrondelijk, vaag proza. Toen Alan Sokal bewust een onzin-artikel instuurde naar Social Text, publiceerde het gerenommeerde blad de absurde woordenbrij zonder enige argwaan. Hilarisch, toch?'

'De belangstelling voor originele filosofische ideeën heeft ook met leeftijd te maken. Zowat iedere westerse student onder 25 is een aanhanger van de doctrine van het relativisme. De ideeën van het relativisme kan je gemakkelijk een plaats geven in je eigen leven en je visie op je omgeving. Dat is de aantrekkingskracht.'

Is het ook niet een kwestie van traditie? Zijn de Engelse filosofen al niet sinds Francis Bacon empirischer dan hun collega's op het continent?

Fearn: 'Empirisch of niet is niet het punt. Je kan intelligente beweringen doen zonder empirisch te zijn. Het verschil in traditie speelt wel een rol in de zin dat de filosofie op het continent vaak een andere missie krijgt. In plaats van te zoeken naar de grond van de zaak, wordt filosofie er teruggebracht tot een politieke kwestie. Vraag een Franse filosoof of hij gelooft in de vrije wil, en hij zal zich afvragen in wiens belang het is daar al dan niet in te geloven. Voor de Engelse filosofische traditie is dat geen relevant antwoord. Het antwoord op filosofische vragen is bij veel Franse en Duitse denkers bijna altijd: Karl Marx.' (grijnst)

De belangrijkste filosofen leven in de Verenigde Staten. Is het niet vreemd dat het kapitalistische land bij uitstek zoveel beoefenaars aantrekt van een discipline die geen commerciële spin-off kan produceren?

Fearn: 'Filosofie kan ook winst opleveren. Sommige filosofen verdienen behoorlijk wat geld met advies aan bedrijven. Filosofie is ook een nuttige vaardigheid om fenomenen te analyseren en te leren om door onzin heen te kijken.'

'De reden waarom de beste filosofen in Amerika zitten, is dat ze daar het best betaald krijgen. En natuurlijk ook wel omdat Amerika nu eenmaal de wereldleider is op vele gebieden. Filosofen willen vandaag dicht bij de plaatsen zijn waar er wetenschappelijk wat beweegt.'

Filosofie kan moeilijk om Darwin heen. Toch lijkt de relevantie van zijn ideeën slechts met grote vertraging te zijn doorgebroken.

Fearn: 'Darwin heeft ongetwijfeld een impact gehad op de filosofen uit zijn tijd. Maar velen in de Anglo-Amerikaanse filosofie zijn inderdaad een hele tijd blind geweest voor het belang van Darwin. Nu zijn ze evenwel met een schok ontwaakt. En hoe. Ze kunnen er niet genoeg van krijgen, Darwin is een obsessie. Iedere filosoof wil een groter Darwin-gehalte hebben dan zijn collega. 'Darwin zou je opvattingen niet genegen zijn', is een vernietigende kritiek. Soms krijg je debatten tussen rivaliserende filosofen zoals Daniel Dennett en John Searle die toch beiden claimen de behoeders van het darwinistisch gedachtegoed te zijn.'

Is de Amerikaan Daniel C. Dennett de meest geciteerde filosoof in academische kringen?

Fearn: 'Hij heeft een sterk profiel, maar hij is niet de nummer één in de academische wereld, als je dat bedoelt. Men neemt zijn ideeën gretig op de korrel. Ik denk dat veel collega's een beetje jaloers op hem zijn.'

'Hij is een verbazingwekkend denker, een van de beste die ik heb geïnterviewd. Zijn no-nonsense-aanpak was verfrissend. Hij wil echt antwoorden op vragen geven, zonder veel nuanceringen en voorbehoud. En hij voegt er graag bulderend aan toe: 'Als je me niet gelooft, heb je geestelijke hulp nodig.' Het maakt hem grappig, al heb ik hem nooit zien lachen.'

'Ik denk dat hij op een aantal punten wel gelijk heeft, zoals over de 'onvrije wil'. Zijn boek Elbow Room is wat dat betreft uitstekend.'

'Onder de levende filosofen in Engeland is Michael Dummett een van de meest gerespecteerde denkers. In Amerika is dat wellicht Hilary Putnam, die terecht gezien wordt als de sleutelfiguur wat betreft de filosofie van de geest.'

Is Peter Singer de levende filosoof die de maatschappij het meest heeft beïnvloed?

Fearn: 'Zonder twijfel. Hij heeft een hele beweging op de been gebracht. Zonder hem bestonden geen consistente gedachten over dierenrechten en vegetarisme. Van sommige collega's krijgt hij er flink van langs, vooral omdat hij de fundamenten van zijn denken nooit heeft uitgewerkt. Maar hij heeft ook veel filosofen beïnvloed. Ik vroeg de gezaghebbende Amerikaanse moraalfilosofe Christine Korsgaard of ze vond dat de studie van de ethiek van haar en haar collega's betere mensen maakte. Ze dacht diep na en zei: 'Wel, de meesten van ons zijn vegetariër geworden.' Singer had hen dus ook overtuigd, net als mij trouwens. Nadat ik hem had ontmoet, ben ik gestopt met kalfsvlees te eten.'

In uw boek noemen sommige filosofen de visie van Singer 'gevaarlijk'. Bent u het daar mee eens?

Fearn: 'Niet geloven in de visie van Peter Singer is gevaarlijk. De geschiedenis zal hem gelijk geven. Over 100 of 200 jaar zullen ze de manier waarop we nu dieren kweken en slachten veroordelen als de uitwassen van een verdorven maatschappij.'

'Ik hou van Singers consequente, rationele manier van denken. Als iets ergens uit volgt, dan moet je het ook onder ogen durven te zien. Sommigen nemen het niet dat hij dieren en mensen een gelijke status toekent. Maar volgens Singer behoort niemand een speciale waarde te hebben.'

'Kwaad heeft volgens hem te maken met instinctieve voorkeuren, terwijl goed met rationaliteit van doen heeft. Dat we met bepaalde individuen in een speciale morele relatie staan, zoals met familie en vrienden, maakt op Singer weinig indruk als verrechtvaardiging van een andere behandeling. Hij verwijst dan graag naar het nazi-kopstuk Herman Göring die zei: 'Ik denk met mijn bloed'.'

Richard Rorty, die met zijn boeken een groot publiek bekoort, scheen u wat teleur te stellen.

Fearn: 'Hij is een geestige, sprankelende auteur, maar in Stanford hing hij lusteloos met een armezondaarsgezicht in zijn zetel. Af en toe was hij wel grappig. Frustrerend was dat hij je voortdurend het gevoel geeft dat je over een andere onderwerp praat. Hij gelooft zelf niet in de waarheid met een grote W. Als je hem dan vraagt of het waar is dat je dood bent als je van de negende verdieping op het beton valt, dan zal hij zeggen: 'Wel, voor mijn part mag je zeggen dat het waar is als je dat graag hebt.' Maar toegeven dat het waar is, vertikt hij.'

Heeft hij geen punt als hij zegt dat we onze tijd niet moeten verdoen met de Waarheid, maar op een pragmatische manier dingen moeten verbeteren?

Fearn: 'Het zoeken naar de waarheid staat dat niet in de weg. Integendeel, meestal is iets nuttig omdat het ook waar is. Dat spreekt elkaar heel zelden tegen.'

Fearn: 'Behalve Peter Singer vond ik Jerry Fodor heel inspirerend. Fodor, lange tijd een collega van Chomsky geweest, gaat ervan uit dat er een innerlijke denktaal bestaat naar analogie met computertalen. Achter de codes waarmee programmeurs werken zit de echte taal van de machine, namelijk een reeks eentjes en nulletjes. Fodor gelooft dat onze spreektaal ook niet identiek is aan de denktaal in onze hersenen. Dat zou bijvoorbeeld verklaren waarom we het gevoel hebben dat iets op het puntje van onze tong ligt terwijl we het woord niet kunnen vinden. De omzetting van denktaal naar spreektaal wil dan niet lukken.'

'Fodor is aan de Rutgers-universiteit in New York een soort goeroe, ook al pretendeert de Anglo-Amerikaanse filosofie geen goeroes te kennen. Maar deze man heeft zeker volgelingen. Op mij maakte hij een grote indruk door zijn ongelooflijk origineel idee. Als hij het bij het rechte eind heeft, dan is het niet mogelijk het denken te beïnvloeden door de introductie van Nieuwspraak zoals in George Orwells roman '1984'. Ook het idee dat seksistische taal leidt tot seksistische gedachten klopt dan niet, omdat concepten volgens Fodor zijn aangeboren en niet afhankelijk zijn van onze spreektaal.'

Is de filosofie voldoende betrokken bij de ethische en bio-ethische discussies waar we mee worden geconfronteerd?

Fearn: 'Dat denk ik wel. Als je ethiek opvat als iets dat ons zegt wat we moeten doen, dan biedt de filosofie weinig antwoorden. Maar ethiek is wel doelmatig als een manier om onze intuïtieve gedachten te duiden en te ordenen. Ethiek spitst zich dan toe op het doorgronden van wat we feitelijk geloven en denken, ongeacht of het goed of slecht is. In het ethisch debat is dat de eerste stap. Ook Peter Singer tracht ons niet in de eerste plaats te overtuigen iets te doen of te laten, maar hij toont wat de logische consequenties zijn als we uitgaan van enkele basiswaarden.'

Nicholas Fearn - Filosofen van nu. Nieuwe antwoorden op oude vragen - 2006, Amsterdam, Uitgeverij Anthos, 231 blz, 19,95 euro, ISBN 90-414-0690-5.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud