Patricia de Martelaere / 'Het Onverwachte Antwoord

Hoe zit aantrekkingskracht in elkaar? Hoe werkt liefde? Waarom doet houden van ook pijn? De antwoorden op die vragen worden behandeld in de eerste roman sinds vele jaren van Patricia de Martelaere. 'Het onverwachte antwoord' is een pijnlijk scherpzinnig boek. Het laat je op verschillende manieren rusteloos achter.

Exact twaalf jaar na 'De staart' publiceert Patricia de Martelaere een nieuwe roman. Aan de lezende buitenwereld heeft ze in die tussenperiode een heel ander gezicht getoond, haar gezicht van filosofe. Veel mensen kennen Patricia de Martelaere zelfs alleen nog maar op die manier. Haar drie essaybundels werden alom geprezen om hun mentale helderheid en de strakke toon. Patricia de Martelaere heeft de filosofie tastbaar gemaakt zonder op de complexiteit af te dingen. Ze filosofeert ook wonderbaarlijk intuïtief en gevoelsmatig. Haar essays lezen maakt gelukkig. Ze scheppen meer vragen dan antwoorden, en toch een gevoel van intellectuele controle. Het kan niet anders of er zijn mensen filosofie gaan studeren nadat ze een van Patricia de Martelaeres essaybundels hebben gelezen. Misschien zijn er ook wel mensen die gaan liefhebben na het lezen van haar nieuwe roman, 'Het onverwachte antwoord', een boek over liefde en kijken (naar liefde). Maar het omgekeerde zou ook kunnen. Want 'Het onverwachte antwoord' heeft net als de schrijfster meerdere gezichten. Het is ook, misschien wel vooral, een boek over de pijn van de (afwezige) liefde.

'Het onverwachte antwoord' is een roman waarin de filosofie nooit ver weg is. Het innerlijke verkeer van de mens wordt er in concepten en wetmatigheden gegoten, geabstraheerd en geproblematiseerd. Van een verhaallijn is bijna geen sprake, de personages zijn eerder stemmen met parallelle preoccupaties dan echte personages. Daarom zal er ongetwijfeld binnenkort iemand opstaan die naar de essays van Patricia de Martelaere grijpt als maatstaf voor een analyse van dit boek. Iemand die Freud herkent, en Jung, die de geest van Foucault erin ontwaart en zeker die van Nietzsche. Het zal ongetwijfeld een doorwrocht stuk opleveren. Maar een roman staat in de eerste plaats op zich, en moet zonder die externe intellectuele rechtvaardiging overeind blijven. Niemand zal na het lezen van 'Het onverwachte antwoord' kunnen beweren dat het geen intelligent of goed geschreven boek zou zijn. Maar in zijn geheel laat 'Het onverwachte antwoord' je rusteloos achter in meerdere opzichten.

In het midden van dit boek is er niets. Op de cover staat een schilderij van Magritte met dezelfde titel als de roman. Daarop een deur met een groot gat, alsof een half gesmolten mens er dwars doorheen gelopen is. Achter de deur dreigt een donkere kamer. En verder niets. Van de persoon die er doorheen liep, is er enkel een spoor. Zo zijn er in dit boek enkel sporen naar het hoofdpersonage Godfried. Enkele vrouwen uit zijn leven praten over hem, hij zelf komt maar via hen aan het woord. Godfried is hun minnaar, hun man, hun vader misschien, de man die voor hen poseert. Allemaal kijken ze naar hem als naar een God, en allemaal worden ze in dat kijken verslind door passie, woede en eenzaamheid, 'kijken is levend verbrand worden'. Hun liefde blijkt een liefde voor een afwezige geliefde, die nog het meest tastbaar blijkt in hun eigen voorstelling ervan. Liefde is een gemis.

Een belangrijk ding leer je over Godfried: hij is afstandelijk, mysterieus en op die manier ongenaakbaar. De andere feiten over zijn leven zijn slechts triviale afgeleiden daarvan. Godfried schrijft boeken en geeft ook les. Hij spreekt 'met een diepe traagheid die op eentonigheid lijkt'. Zijn twee bovenste voortanden zijn iets groter dan normaal, en hij heeft volle lippen. Zijn hand op je knie voelt als een machtsgreep. Tijdens de geboorte van zijn eerste dochter was hij zelfs niet bereid de navelstreng door te knippen. Naar eigen zeggen heeft hij geen gevoelens. Van zichzelf zegt hij dat hij een ui is. 'Je kunt hem schillen, zei hij, op zoek naar de kern, laag voor laag, en als hij helemaal afgepeld is, is hij op, hij heeft niet echt een hart of een binnenkant.' Godfried is verdwenen waar hij bij staat.

Natuurlijk tekent de achtergrond van de vrouw die naar hem kijkt de observatie. Zo is er de genetica Clara. Haar naam zegt het al: zij is 'de heldere, de wetenschappelijke'. Zij kijkt doorheen een microscoop naar het waarneembare mysterie. Daarbuiten is er niets, 'Gevoelens bestaan ook niet, zei Clara. Er zijn alleen maar feiten.' Na haar drie jaar met Godfried blijkt haar axioma onhoudbaar, al probeert ze zichzelf nog te verklaren vanuit haar wankele wetenschappelijke paradigma: 'het feit dat hij van haar hield bijvoorbeeld, dat hij dacht dat hij van haar hield, dat hij waarschijnlijk van haar hield.' Esther schildert dan weer Godfrieds portret. Voor haar bestaat kijken uit subjectiveren van het waarneembare. Anders dan de meeste mensen die voor haar poseren en haar bijna met afschuw vervullen of minstens met een dodelijke onverschilligheid, is Godfried niet ijdel en interesseert het geschilderde resultaat hem amper. Zijn afstandelijkheid intrigeert Esther. Zij krijgt hem met haar blik niet gesubjectiveerd, niet onderworpen. Dus begint ze iets met hem. Godfrieds vrouw Anna heeft zich dan weer teruggetrokken uit de waarheid, 'Er zijn geen feiten, zei Anna. Er zijn alleen gevoelens.' Ze is psychoanalytica, en voor patiënten die haar komen vertellen dat ze iets met haar man hebben, sluit ze zich af: 'Nu, na vijfentwintig jaar, geeft ze geen zier meer om de waarheid. Zodra ze over Godfried beginnen, moet ze zelfs bijna een geeuw onderdrukken, het wordt zo eentonig en voorspelbaar, en zelfs als het allemaal waar was, dan nog ging het haar niet aan, hij is alleen maar haar man.' Een van haar patiënten is Sybille. Zij heeft haar eigen waan erkend als het enige echte: 'Dromen zijn bedrog, zegt Sybille. Maar wakker zijn is natuurlijk ook bedrog. Het gaat er dus eigenlijk alleen maar om, welk soort bedrog.' Dan is er ook Marina, die in verreweg het mooiste hoofdstuk van de roman - het heel ingetogen maar dramatische 'O mijn dochter. De nieuwe schepen' - met Godfried op de trein zit en vecht tegen de schimmen uit haar verleden. Haar vader pleegde zelfmoord op zee.

Meer dan over Godfried, de man als ui, leert het kijken van die vrouwen iets over aantrekkingskracht. Aantrekkingskracht heeft niets te maken met elkaar beter kennen, wel integendeel. Aantrekkingskracht ontstaat door onbekend blijven. Godfried verleidt vrouwen niet ondanks zijn mysterieuze karakter, maar net door mysterieus te zijn en afwezig. Afstand doet hunkeren, en gemis maakt liefde van die afwezige nog noodzakelijker, dát is de tragiek van alle vrouwen in dit boek. Op het einde van die vorige roman van Patricia de Martelaere, 'De staart', staat dat wanneer je hond stervende is, 'dan is het besluit hem pijnloos te doen inslapen de laatste liefdesdienst die u hem kunt bewijzen.' De vrouwen in 'Het onverwachte antwoord' hebben hun geliefde eigenlijk al verloren, maar hun tragiek is dat ze hun verlangen niet kunnen loslaten. Daarom houden ze het gevoel vast, tegen beter weten in, als een vorm van lijfsbehoud.

Het laatste hoofdstuk van 'Het onverwachte antwoord' is één lange brief van een vrouw naar haar geliefde. Hij telt 123 bladzijden, bijna de helft van de roman. De brief is eigenlijk een opeenvolging van brieven die een lange periode in de relatie overbruggen maar die na elkaar geplaatst zijn zonder duidelijke overgang. Ze zijn hoogstens via een witregel en een aanspreking van elkaar gescheiden. Zo krijg je tegelijkertijd een gevoel van verhaalontwikkeling en van een eeuwig nu, van een gelijktijdige gelaagdheid van gevoelens. De geliefde spreekt Godfried aan, duidelijk haar minnaar. Godfried zowel als de vrouw zijn getrouwd. De vrouw heeft elementen in zich van alle vrouwen die haar als verteller in het boek zijn voorgegaan. De monoloog in briefvorm is tegelijkertijd heel persoonlijk en concreet aan de ene kant, en heel abstract aan de andere. De vrouw aan het woord beschrijft haar stroom van emoties met een pijnlijke precisie, en ze begint die gevoelens ook te analyseren, in schema's te plaatsen, naar het waarom en het hoe van haar gevoel te zoeken. In die tweede beweging komt die abstractie van het emotionele tot stand, waardoor je als lezer finaal afstand neemt. De liefde is uitgebeend tot een psychologisch echec. Het gevoel verandert bijna in een wetenschap van de emotie, alsof rationaliseren de enige manier is om de gevoelens draaglijk te houden. De verteller gaat maar door. Ze buitelt van wanhoop naar blijdschap en weer terug. Haar tot de hemel reikend geluk verandert plotsklaps in diepe droefenis, dan weer in woede, en dan weer in aanvaarding. Alle rouwfasen lopen in de monoloog gigantisch door elkaar. Woede en geluk lijken heel verschillende gezichten van een heel constante oerangst ('Angst is het nuttigste van alle gevoelens', zegt een personage). Deze dialoog van een vrouw met haar geliefde via brieven blijkt vooral een monoloog van de vrouw met haar eigen radeloosheid. Haar grote tragiek is dat ze haar gevoel alleen maar kan rationaliseren en bespiegelen. Maar daarmee verdwijnt het gevoel, en wordt alles loodzwaar. Ook voor de lezer. Want 'Het onverwachte antwoord' gaat door en door en door over de liefde, tot het bijna verstikkend concreet wordt.

Geen enkele schrijver heeft de voorbije jaren in de Nederlanden wellicht een intelligenter, pijnlijker en authentieker boek over de liefde geschreven. Met 'Geheel de uwe' van Connie Palmen, waaraan het meteen doet denken, heeft 'Het onverwachte antwoord' uiteindelijk vooral de opbouw gemeen: vrouwen in verschillende gedaanten praten elk over een afwezige man. Maar dit is een slimmer en indringender boek. Tegelijkertijd is de liefde verstikkend en zwaar om te lezen, omdat het ondanks de abstractie zo een individueel boek is, het verslag van een zo persoonlijk kijken. Die hele spanning beseft Patricia de Martelaere zelf ook, getuige deze dialoog die een kern bevat van dit kernloze boek: 'Op een nieuw boek, zegt Marina, zit anders ook niemand te wachten. Het gaat niet om een boek, zegt hij een tikkeltje wrevelig. Waarom dan wel? Het gaat om de blik, zegt hij. Schrijven is veel meer een kwestie van kijken dan van pen en papier. Dan gaat het alleen om jezelf, zegt Marina. Nee, zegt hij. Het gaat om de hele wereld door mijn ogen.'

Tot in de helft leek 'Het onverwachte antwoord' het boek te worden dat Connie Palmen altijd al had willen schrijven: een roman die de liefde niet stillegt maar betast in de vlucht, een roman die het verlangen als verlangen laat bestaan terwijl het iets ervan in woorden vastlegt, een roman die angst ademt, wetende dat het ocharme een optelsom is van woorden. Na die eerste helft, wanneer de lange brief begint, is mijn oordeel beginnen schuiven, en na de laatste bladzijde bleef er zowel grote irritatie als grote bewondering. Door de intelligentie van de analyse, de samenhang en de durf is dit een uitzonderlijke roman in het licht van de hedendaagse Vlaamse letteren. Maar het gevoel als gevoel levert te veel pijn op die nog te weinig in een romanvorm gedramatiseerd werd en dus als fictie soms net te weinig leesbaar is. 'Het onverwachte antwoord' is een roman over hoe je naar je geliefde kunt kijken en in je blik het verlies al begint. Misschien is de grote verliezer in de roman wel de liefhebbende mens, die zich snijdt aan zijn eigen verlangen en toch niet zonder kan. Liefde is 'oefenen in afwezigheid'.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud