René Lambrechts / Wij, Muselmänner, een verhaal over de kampen

(tijd) - De meeste overlevenden van de nazi-kampen heeft het ontbroken aan schrijftechniek en -discipline. Niet zo de Heistse verzetsman, archivaris en publicist René Lambrechts (1923-1981). Hij heeft zijn herinneringen fris van de lever opgetekend en al in 1947 gepubliceerd. Zestig jaar na de bevrijding is zijn 'Muselmänner' nu bewerkt en herdrukt. 'Het beste Nederlandstalige kampenboek', vindt Ward Adriaens, conservator van het Joods Museum in Mechelen. Zelf heeft hij een complementaire kroniek afgeleverd over Partizanenkorps 037, het gewapend verzet in Heist-op-den-Berg en omstreken. Dat werd een verbijsterend verhaal over hoe een middelgrote dorpsgemeenschap door de oorlog wordt opgestuwd in de vaart van de geschiedenis.

Iedereen noemde René Lambrechts Reneeke, zoals hij daar liep met zijn bochel en op krukken. De dorpsjeugd werd verteld dat hij aan de 'pootziekte' leed - correcter de Ziekte van Pott, een tuberculose van de wervels. Over Lambrechts werd, ondanks zijn handicap, zelden meewarig gedaan. Hij genoot een vrij groot ontzag als 'slim manneke'. Terecht, zo bleek later uit zijn geregelde bijdragen in het plaatselijke weekblad 'Ons Nieuws' en uit zijn boek 'Bezem en kruis', over volksgeloof in de Zuiderkempen. Hij woonde in zijn geboortehuis op het 'Landeken', halfweg de Berg aan de steenweg naar Herentals. Als student Germaanse heb ik hem meermaals opgezocht, want hij wist een hoop van het Heistse dialect en kon feilloos de fonetische vragenlijsten invullen - wat de wetenschap veel vreugde en mij extra punten bezorgd heeft. Over zijn bewogen oorlogsverleden had hij het nooit. Dat heb ik veel later, eigenlijk pas nu goed vernomen.

Heist ligt in het kwartier Mechelen-Lier-Herentals-Aarschot. In 1940 woonden er ongeveer 10.000 mensen, de meesten landbouwers. Hard was de strijd tussen Boerenbond en Boerenfront. De echte ideologische scheidslijn liep traditiegetrouw tussen Sussen en Geuzen, katholieken en liberalen. De Nieuwe Ordebeweging van de jaren 30 had geen diepe sporen getrokken, maar was ook niet geheel ongemerkt voorbijgegaan. Daarvoor had de bekendste inwoner gezorgd: Ward Hermans, notoir racist en inktzwarte drijver van eerst Verdinaso, dan VNV en vervolgens de SS-Vlaanderen. Hij hield zich uitsluitend met de 'hogere' politiek bezig. Bij de verkiezingen van 1938 behaalden de Vlaams-nationalisten 182 stemmen, op een totaal van ruim 5.000. De gemeenteraad bestond uit 6 Sussen en 5 Geuzen, voorgezeten door de katholieke burgemeester Van Roosbroeck. Zo zag de redelijk vreedzame scene eruit, bij de Duitse inval in mei 1940.

Die rust was natuurlijk maar schijn. De notabelen, veertigers en vijftigers, hadden de oorlog annex Duitse bezetting van 1914-'18 meegemaakt. Die waren geen moffenvrienden. De echte 'zwarten' hielden zich aanvankelijk gedeisd achter de brede rug van de bezetter. Ze toonden zich voor het eerst publiekelijk als controleurs van de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie. Die eiste voedsel op en ging de productie en distributie regelen. Dat was flink tegen de schenen van boeren en (zwart)handelaars, die vanouds lepe trucjes kenden om de legendarische Heistse 'vroege patatjes' een eigen bestemming te geven. De rantsoenering werd massaal ontdoken. De openlijke collabo's gingen zich steeds vaker brutaal en machtswellustig gedragen, meestal vergezeld van de Feldpolizei en in elk geval aangemoedigd door Ward Hermans. 'Het idee Verzet maakte zich stilaan meester van de geesten. In die omstandigheden was het niet de vraag of er in Heist en omstreken verzet zou komen, maar wel wanneer en hoe', constateert Adriaens.

Het kwam er al vrij vroeg, met een plaatselijke afdeling van de Waalse inlichtingenlijn Groep Commandant Lambert, die informatie naar Londen doorspeelde. Ook de grootste landelijke verzetsorganisatie OF (Onafhankelijkheidsfront) was al vroeg in de Zuiderkempen bedrijvig. Het OF verenigde alle democratische partijen plus middenveld en stond sterk met zijn sluikpers. Bladen als 'België vrij', 'De vrijheidsklok' en 'De boer' werden vanaf 1941 in vele duizenden exemplaren verspreid. Sleutelfiguur was de liberaal Richard Bastijns, veteraan van de vorige oorlog en ambtenaar bij de belastingen in Mechelen. Het was vooral in het denkwerk dat de fysiek gehandicapte Lambrechts zijn patriottische gevoelens kon luchten. Hij ontpopte zich bovendien als een goed organisator en wist een aantal geestgenoten rond zich te verzamelen, onder wie de actiegerichte Jef Van Rompaey. Uit de sluikpers ontstond een harde kern voor andere vormen van verzet.

Lambrechts bleek er een dagboek in geheimschrift op na te houden, in drievoud op verschillende plaatsen verborgen. Ook vergaderen, leden werven, leuzen kalken, pamfletten verspreiden en schotschriften vervaardigen behoorden tot Renés taken. In het Mechelse Sint-Romboutscollege was hij altijd goed geweest in Nederlands opstel. Dat kwam nu van pas, onder meer bij het schrijven van dreigbrieven naar collaborateurs. 'Het oogenblik der afrekening is gekomen. Ofwel, de nazihonden laten stikken, ofwel_ voortdoen en een dezer dagen neergeschoten worden. Was getekend: Executiepeloton der Belgische Partisanen.'

Partizanen, inderdaad, want het Heistse verzet had in krap twee jaar tijd heel wat veranderingen ondergaan. In het plaatselijke OF was een generatieconflict ontstaan tussen de oudere Bastijns en de collegestudent Rik Versluys, met aanhang. Die eisten meer acties, liefst gewapend en riskant. Niet dat het al die tijd bij bureauwerk was gebleven. Heist was ingeschakeld bij de internationale ontsnappingslijn 'Comète'. De Canadese luchtmachtofficier Arthur Fay, neergeschoten en met zijn parachute geland in de kleiputten van Itegem, werd met succes verborgen en bereikte via Spanje weer zijn vertrekbasis Engeland. Het verzet kreeg een meer militaire structuur en er werd een kleine wapenvoorraad aangelegd. Maar met de actiebereidheid groeide ook de frictie.

Vanuit het OF in Antwerpen werd een bemiddelaar gestuurd. Dat was 'Victor', thans beter bekend als Albert De Coninck, oud-Spanjestrijder, communist en verzetsman van het eerste uur. Zijn opdracht in Heist - hij logeerde in het liberale hoofdkwartier De Valk - was van diplomatieke aard en aartsmoeilijk. Victor slaagde er niet in de twee groepen te verzoenen maar bedacht een nadien geniaal gebleken oplossing. De ongeduldige Versluys werd aan het hoofd geplaatst van een nieuw op te richten lokale afdeling Jeugdfront (JF). Zo kon Bastijns op zijn strepen blijven staan en Versluys toch een leidende functie krijgen. De daaropvolgende meesterzet was het ineenschuiven van het verbrokkelde Heistse verzet. OF, JF en Comète werden versmolten tot een afdeling van het nationale Partizanenleger (PA), dat voornamelijk door communisten werd geleid en dat het gewapend verzet tegen de Duitsers organiseerde.

Vanaf toen, zomer 1943, dook geregeld Louis Van Brussel (Jean) op, sectorcommandant voor Vlaams-Brabant, Antwerpen en Limburg. Jean richtte het Partizanenkorps 037 op, specifiek voor Heist en omstreken. De verbinding werd onderhouden door de even moedige als knappe jonge vrouw Maria Liekens (Agnes). De acties werden driester, zeker toen de bezetter de verplichte tewerkstelling afkondigde. Er waren tal van deportaties naar Duitsland, meestal op aangeven van zwarten. 'Solidariteit' werd belast met het inzamelen van fondsen voor onderduikers. Het was de enige keer dat de christelijke vakbond (Jef Welters) en de clerus (onderpastoor Druyts) zich in Heist expliciet engageerden, overigens na een geslaagde bemiddeling van René Lambrechts.

Vanaf dat najaar spreidde de terreur zich als een loden mantel over de gemeente, aldus Adriaens. Zwarten werden 's nachts afgeranseld en hun ruiten ingegooid. De gewezen oostfronter Rik Corten had de wettige burgemeester vervangen en zwaaide de plak, met de hulp van een keurbende geüniformeerde Vlaamse SS'ers - daar is Hermans weer - en van de Geheime Feldpolizei (GFP). Een eerste Duitse poging om de klokken weg te halen uit de Sint-Lambertustoren, in Duitsland om te smelten tot kanonnen, werd met succes verhinderd. De sympathie van de bevolking voor het verzet groeide zienderogen.

René Lambrechts was omnipresent, samen met zijn kameraad, de middelbare scholier Armand Verhaert. Ze organiseerden een drukkerijtje, fabriceerden brandflessen voor aanslagen, deden verkenningen en aankopen, belegden vergaderingen op de zolder of in de garage. Korps 037 werd op voorstel van Lambrechts 'De Zwaan' genoemd, naar de beeltenis in het wapenschild van de gemeente.

Het ging nu echt hard. De groenteveiling, met Duitse administratie, werd overvallen en in brand gestoken. In Grobbendonk werd garage La Campinoise, een belangrijke werkplaats voor Duits legermaterieel, met zelfgemaakte brandflessen opgeblazen. Nieuwe razzia's volgden, zeker nadat een collaborerend echtpaar in Berlaar was geëxecuteerd door partizanen.

Een culminatiepunt was de vierde, eindelijk geslaagde poging van Korps 037 - onder leiding van 'Jean' zelf - om een munitietransport van de fabriek in Balen te overvallen. Daarbij werd 3 ton dynamiet buitgemaakt en deels begraven in de bossen van Averbode. De uiterst gedurfde actie stond met gouden letters geboekstaafd in de annalen van het Belgisch Verzet. Alleen, voor het Heistse korps was het de inzet van zijn zwanenzang.

Op de terugtocht met de fiets vielen de Heistse Partizanen in een Duitse hinderlaag - waarover het volle licht nog altijd niet heeft geschenen. Twee van hen, onder wie Jef Van Rompaey, konden ontsnappen en hielden zich lange tijd schuil in velden en bossen. De anderen werden mishandeld in een nabijgelegen schuur, vervolgens dagenlang gemarteld in Antwerpen. Na een schijnproces werden zeven partizanen standrechtelijk gefusilleerd. De verbijstering in het dorp was onmeetbaar.

Op allerzielendag 1943 werd Heist andermaal overvallen door de Feldpolizei, vergezeld van plaatselijke collaborateurs. Die arrestatiegolf trof deze keer het verzet in het hart. Bijna iedereen werd opgepakt, ook Bastijns en Verhaert, Maria Liekens en René Lambrechts. De meesten van hen verdwenen in de nazi-kampen, velen keerden niet terug. Hier begint Lambrechts' danteske helletocht door Esterwegen, Gross-Strehlitz, Gross-Rosen, Dora en Nordhausen.

'Muselmänner' noemden de Duitse kampbeulen de gebrekkigen, zieken en zwakken, de wandelende geraamten, kortom alle werkonbekwamen. 'Tot dit Legioen van Verdoemden behoorde ook ik', zo begint René Lambrechts zijn verslag. Het is niet alleen aangrijpend, het is vooral minutieus. De schrijver bezat een geoefend geheugen en was het gewend de minste details in zich op te nemen. Hij heeft het ook zo snel mogelijk na zijn terugkeer opgeschreven. Aan zijn ouders en zuster stuurde hij een brief om zijn blijde terugkomst te melden: 'Ik weeg nog ongeveer 30 kg. Het vet hebben 'ze' gekregen, maar met het vel en de knoken kom ik naar huis. Houdt mijn bibliotheek en harmonica klaar tegen dat ik daar ben, hoor!'

René Lambrechts werd in Heist-op-den-Berg benoemd tot gemeentelijk archivaris. Hij was medeoprichter en conservator van de intussen befaamde Heemkundige Kring 'Die Swane'. Het gemeentebestuur heeft onlangs een straat op het Landeken naar hem genoemd.

René Lambrechts - Wij, Muselmänner/ Een verhaal over de kampen (ingeleid door Ward Adriaen, redactie Tjen Mampaey) - 2005, Antwerpen, EPO, 271 blz., 20 euro, ISBN 90-6445-378-0

Ward Adriaens - Partizanenkorps 037 - 2005, Antwerpen, EPO, 147 blz., 12 euro, ISBN 90-6445-377-2

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud