Stephen Fry/Geschiedenis maken

(tijd) - De bijna 50-jarige Brit Stephen Fry is een multimediaal fenomeen. Hij is acteur (tv, film, theater), schrijver (toneel, romans, scripts), verteller (de audio-versies van Harry Potter) en regisseur. Maar ook ex-bajesklant, ex-Cambridgestudent, ex-vluchteling in België en ex-zelfmoordenaar (twee keer vruchteloos).

Stephen Fry speelde mee in 'The Discovery of Heaven' (naar het boek van Harry Mulisch), in 'Gosford Park' van Robert Altman en in de tv-serie 'Blackadder'. Hij vertolkte vrij geniaal Oscar Wilde in 'Wilde'. En sinds zijn leven meer dan een decennium geleden in kalmere vaarwaters terechtkwam, is hij een van Groot-Brittanniës meest geliefde humoristische auteurs.

De boeken van Stephen Fry zijn Brits op een stereotiepe manier. Dat wil zeggen: droge humor, verbale snelheid en zelfspot. Het maakt ze niet vanzelfsprekend om te vertalen. Toch is de Nederlandse uitgeverij Thomas Rap aan een inhaalbeweging bezig. Ze publiceerde de voorbije jaren al vertalingen van drie romans van Fry: 'Het nijlpaard' (zijn beste), 'Speelbal' en 'De leugenaar' (zijn debuut). Nu is er ook een vertaling verschenen van 'Making History', zijn meest ambitieuze boek totnogtoe. Er blijven van Stephen Fry nog drie boeken onvertaald: zijn autobiografie van zijn eerste twintig levensjaren, een stukjesverzameling en een dagboek over zijn zoektocht naar een bijna uitgestorven berensoort in Peru.

'Geschiedenis maken' is weer een oase van licht vermaak, een incarnatie van literaire ontspanning. Het boek heeft echter te weinig eeuwigheidswaarde om op de shortlists van de grote literaire prijzen te vertoeven. Nochtans is de opzet van dit boek groots en serieus: de geschiedenis van het Kwaad in de twintigste eeuw en hoe er retroactief een einde aan te maken. Dat klinkt natuurlijk alsof het niet kan. Dus is de vraag vooral: slaagt Stephen Fry erin alles binnen de normen van het boek geloofwaardig te houden? Het antwoord is dubbel.

Maar eerst het verhaal. Met in het epicentrum de jonge Britse academicus Michael Young, die aan het begin van het boek zowel zijn doctoraat in de geschiedenis als zijn relatie afrondt. In het eerste speelt hij een actieve rol, in het tweede eerder een passieve. Zijn vriendin Jane - ook wetenschapper maar dan in de celbiologie - is Michaels onbeholpen egoïsme en gevleugelde miserabilisme immers grondig beu. Michael houdt inderdaad wel van een overstatement hier en daar om zijn onbeholpenheid te verdoezelen. Niet alleen in dronkenschap heeft hij last van grootsprakerigheid. Zijn doctoraat bestempelt hij nog voor de lezing door zijn jury als het 'Meisterwerk'. Hij is pathetisch in zijn zelfoverschatting, en een gevaar voor zichzelf met zijn onbezonnen daden om telkens weer een draai te geven aan de dingen zodat ze weer compatibel zouden worden met zijn eigen ideale bestaan. 'Geschiedenis is mijn business', betoogt hij.

Michael komt als verse vrijgezel toevallig in contact met een oudere collega-wetenschapper in zijn college in Cambridge. Die man is wonderwel geïnteresseerd in het 'Meisterwerk'. Het boek gaat over de jonge jaren van Adolf Hitler en kreeg de gewichtige titel 'Van Branau naar Wenen: de wortels van de macht'. De collega-wetenschapper heeft een machine uitgevonden waarmee het mogelijk wordt de geschiedenis te visualiseren en zelfs van richting te veranderen, een lichtjes hallucinant idee overigens en Fry moet alle zeilen bijzetten om dat niet potsierlijk te doen overkomen. Hij slaagt er net in. Ook de manier waarop Michael en zijn collega vervolgens de geschiedenis via die tijdmachine van richting willen veranderen, is minstens overtrokken en wandelt op het scherp van de snede. Jane heeft ineens een pil uitgevonden die bij de man permanente onvruchtbaarheid veroorzaakt. Michael ontvreemdt ze. Het concept van de absolute anticonceptiepil komt op zijn minst een beetje uit de lucht gevallen. Het past evenwel wonderwel in de bedoeling van Michael: verhinderen dat Adolf Hitler geboren zou worden. Voor een CEO van de geschiedenis en ervaren hagiograaf van zijn eigen leven mag balanceren op de rand van de geloofwaardigheid geen probleem heten.

Het eerste deel van de roman beslaat iets minder dan de helft van de 500 bladzijden. Het verhaalt Michaels pogingen om de geschiedenis van richting te veranderen, en vermengt ze met een tweede verhaallijn, over de geboorte van Hitler in Branau, Oostenrijk, verglijdend naar diens jaren als soldaat aan het front in Vlaanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hitler blijkt een niet van ambitie en durf gespeende soldaat. In de tweede helft van de roman verandert dat volledig. Eén machine, twee wetenschappers, één pil en Hitler is opgeslokt door de geschiedenis.

De roman verplaatst zich naar Princeton, New Jersey aan de oostkust van de Verenigde Staten, maar blijft tegelijkertijd in het Ieper van de Eerste Wereldoorlog. Michael is Micky geworden. Micky is een Amerikaanse filosofiestudent die zich na een drankgelag ineens niet meer herinnert dat hij Micky is, maar Michael. Op dat moment wordt het verhaal zwaarder en zwaarder, en Fry stuurt zijn plot alle kanten uit om de geschiedenis te doen kloppen, inclusief geheimagenten. De ijver waarmee Fry dat doet, is amusant. Toch kan het amusement niet verhullen dat de fundamenten van de roman niet zo zwaar zijn. Ze buigen door van alle sprongen in de bovenbouw. De meest geslaagde passages van het tweede deel zijn de Ieperse hoofdstukken, en de alternatieve groei van de nazi-partij zonder Hitler. Daarin heeft Fry zijn fantasie op een geloofwaardige manier geëxploiteerd.

'Geschiedenis maken' is een veelkleurige roman met een ronduit belerend en pathetisch einde dat gelukkig niet symptomatisch is voor de rest van het boek. Fry zweeft door de twintigste eeuw (het heden van de roman is 1996). Het is op die manier een heel wendbare roman met een enorme vaart en ook een grootse bedoeling. Een zelfs iets te grote. Het idee klinkt natuurlijk leuk: wat als de geschiedenis anders was geweest? Die zogenaamde 'virtual history' heeft echter twee problemen. Ze loopt het risico nogal gratuit te worden, omdat op alles te antwoorden valt dat het in werkelijkheid nu eenmaal niet zo gebeurd is. En je moet je al in enorme bochten wringen om je verhaal geloofwaardig te houden, om de geschiedenis werkelijk een draai te geven en om ze daarna weer bij onze werkelijkheid te laten aansluiten. Philip Roth bewees het onlangs met de werkelijk geniale roman 'The Plot against America'. Daarin laat hij de Verenigde Staten de zijde van de nazi's kiezen in de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Bij Philip Roth is die draai aan de geschiedenis geen truc op zich, maar een aanleiding om iets over onze werkelijkheid te zeggen. Fry probeert dat laatste ook. Zijn boodschap luidt dat de geschiedenis wellicht geen daad is van individuen maar van situaties die individuen drijven. Ook zonder Hilter was er dus wellicht een Tweede Wereldoorlog geweest. Iemand anders had het machtsvacuüm in Duitsland en de ergernis over de ondraaglijke schuldbetalingen uit de Eerste Wereldoorlog sowieso wel aangegrepen om de macht te grijpen, was Hitler er niet geweest. Een idee als een ander, maar het klinkt alleen veel minder subtiel dan de manier waarop Roth in zijn virtuele geschiedenis peilt naar menselijke drijfveren.

Stephen Fry schreef met 'Geschiedenis maken' een uitbundig boek waarin zijn eigen ambitie om iets over de werkelijkheid te zeggen, verdwaasd rondzweeft. Het kader is karikaturaal dus de roman mist de subtiliteit die hij nodig heeft om het serieuze van de boodschap te ondersteunen. In andere romans heeft Fry minder die loodzware ambitie. Dan past zijn stijl veel beter bij zijn inhoud.

Stephen Fry, Vertaald door Joost Mulder, 2005, Amsterdam, Thomas Rap, 481 blz., 23,4 euro, ISBN 90-6005-557-8

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud