Umberto Eco / 'De Mysterieuze Vlam van Koningin Loana'

2005, Amsterdam, Prometheus, 423 blz., 25 euro, ISBN 90-446-0526-7

(tijd) Waarom hangt er toch zo'n aura rond het werk van de Italiaanse professor en auteur Umberto Eco, zelfs alleen al rond zijn naam? Umberto Eco is een merk. Hij is de verzinnebeelding van de intelligente literatuur geworden. Wie - al dan niet terecht - claimt zijn boeken te hebben gelezen, puurt daar nog steeds cultuursymbolisch kapitaal uit. Eco lezen betekent zoveel als 'ik weet waar het om draait in de hoogste kringen van de literatuur vandaag de dag'.

Dat symbolische kapitaal heeft Umberto Eco met één boek binnengehaald. De naam van de nu tweeënzeventigjarige Italiaan zal wel voor eeuwig en een dag met 'De naam van de roos' verbonden blijven, en dat is dan gelukkig voor hem ook zijn beste boek. De daaropvolgende romans waren soms nog dikker, minstens even historisch en plotmatig even complex. Maar ze werden ook steeds kunstmatiger en steeds minder leuk om te lezen.

Eco heeft zich op zijn beste momenten literair-technisch een behendige speler getoond en zijn literatuurwetenschappelijke achtergrond heeft hem daarbij flink geholpen. Maar met zijn nieuwe roman valt hij helemaal door de mand. Dwarrelend door een woud van beelden uit de populaire cultuur heen en het dagelijkse leven maakt 'De mysterieuze vlam van koningin Loana' duidelijk dat Umberto Eco geen grote schrijver is omdat hij geen talent heeft voor de psychologie van zijn personages. Zelfs niet wanneer hij van zichzelf het hoofdpersonage maakt, zoals nu het geval is.

Prentjes

Het meest opvallende en leuke aan 'De mysterieuze vlam van koningin Loana' is dat er prentjes in staan. In kleur nog wel, niet elke auteur levert een uitgeverij voldoende op om dat voor mekaar te krijgen. Het hoofdpersonage van het boek construeert zijn eigen leven aan de hand van strips, kranten en foto's, en die staan afgebeeld op de plaats waar ze in de tekst ter sprake komen. Het hoofdpersonage heeft trouwens nog alleen dit soort populaire iconen in tekst en tekening om zichzelf terug te vinden. Want in de eerste regels van het boek is hij wakker geworden na een beroerte en denkt hij in - godbetert - een mistig Brugge te zijn aanbeland. Het is dan 1991, de eerste Golfoorlog staat voor de deur en de voorbije zestig jaar van zijn leven werden door de beroerte blijkbaar helemaal uit zijn geheugen gewist.

Dat gat in het geheugen is de intellectuele draai die Umberto Eco heeft willen geven aan de eigenlijke inzet van het boek: zijn eigen leven gefictionaliseerd vertellen. Maar dan wel met een intellectuele zwier waardoor het geen banale memoires zouden worden. Wel een biografie die tegelijkertijd ook een roman is, én een statement over de onreproduceerbaarheid van de herinnering. Alleen werkt het van geen kanten.

Het hoofdpersonage heet Giambattista Bodoni, alias Yambo. Hij heeft een boekantiquariaat, maar - o ironie - de geheugenfunctie van boeken is bij hem, zelfs weken na het ontwaken, weggevallen. Hij herkent zijn vrouw niet meer en neemt maar aan dat zijn kinderen zijn kinderen zijn en zijn kleinkinderen zijn kleinkinderen. Maar hij weet het niet zeker omdat hij er geen enkel bewijs voor heeft. En dus is ook zijn hele gevoelswereld dood. Gevoel voor dingen en mensen ontstaan immers door de geschiedenis die je met die dingen en mensen hebt beleefd. Zelfs van zijn beminnelijke assistente kan hij zich niet meer herinneren of ze voor zijn beroerte zijn minnares was.

Yambo's vrouw heeft echter de oplossing! Ze raadt hem aan om naar het landhuis van zijn gestorven grootvader te gaan, daar liggen nog alle documenten van zijn jeugd opgestapeld. Ze gaat zelf niet mee, wat vreemd is voor een vrouw die haar man verder zo liefdevol heeft begeleid bij zijn ontwaken. Maar Eco kon haar als personage gewoon niet verder gebruiken. In dat landhuis draait het immers enkel om de documenten. Zo bulkt het in 'De mysterieuze vlam van koningin Loana' van de tenenkrullend artificiële constructies die de psychologie van de personages totaal onderuit halen omdat het verhaal moet kloppen.

Het grootste manco van de romanopbouw is dat Yambo voortdurend documenten vindt - waar komen die in 's hemelnaam vandaan? -, maar zich niets werkelijk herinnert. Want dan zou de drijfveer voor het verhaal wegvallen. Yambo vindt in een strip wel wat een madeleinekoekje was voor Proust, die andere schrijver op zoek naar zijn verloren verleden: de gangmaker om tot het verleden af te dalen. Maar wat hij leest in de documenten gaat over gevoelens. Gevoelens vallen niet te reconstrueren zonder herinnering. En dus leest Yambo kurkdroog als buitenstaander over zijn eigen leven zoals het waarschijnlijk geweest zal zijn, zonder dat het hem iets doet. Het had even goed het leven van iemand anders kunnen zijn. Van de ontreddering die iemand voelt als hij zijn geheugen verliest, blijft Eco bovendien af, terwijl dat net een van de interessantste aspecten van de roman had kunnen zijn. Ik vrees dat de verklaring daarvoor heel banaal is. Eco kan wel spelen met vorm in zijn boeken, maar het ontbreekt hem aan wat echt grote schrijvers hebben: het vermogen om van hun personages mensen te maken. In andere romans heeft hij dat gecompenseerd door vernuftige settings, hier is de opzet ongeloofwaardig en zakt alles in elkaar.

Het resultaat is een roman die van arrogantie getuigt: de arrogantie om een zo warrig en eenkennig verhaal te verpakken in de allures van een meesterwerk. De arrogantie om te denken dat een lezer zich een dergelijke verveling op de hals wil halen omdat het intellectueel goed staat. Want 'De mysterieuze vlam van koningin Loana' is een blubber van triviale details waarin een kat zijn jongen niet meer vindt, laat staan een boekantiquair zijn verleden. Zelfs wanneer Eco een leuk verhaal in handen heeft, zoals over zijn grootvader die een collaborateur bij wijze van wraak zijn stront laat drinken, dan draait hij het de nek om door het te vertellen op een manier die nog minder spannend is dan het gemiddelde Belga-bericht.

De zolder waarop Yambo zijn documenten vindt, is bovendien een ongeloofwaardige deus ex machina. Wanneer een volgende fase in het leven zich aandient, vindt Yambo plots weer een nieuwe doos. Die kunstmatigheid is wurgend. De genadeslag wordt gegeven door de kurkdroge stijl: 'Ik was de verteller van een mislukking geworden (sic) waarvan ikzelf het breekbare objectief correlatief vertegenwoordigde. Een existentiële, zij het ironische bitterheid was over mij gekomen, ik was fundamenteel sceptisch geworden, ondoordringbaar van iedere illusie.' Dat zal wel, met zo'n taalgevoel.

De kans is groot dat 'De mysterieuze vlam van koningin Loana' de meeste lezers van de vorige boeken van Eco zal teleurstellen. Alleen al omdat het niet over zo een exuberante historische context en een strakke plotlijn beschikt. Wie de kaap toch neemt, is er toch aan voor de moeite omdat het boek ook als herinneringsroman niet geslaagd is. Het heeft met dat verloren geheugen een veel te kunstmatige vertrekbasis. Er komt veel mist in het verhaal voor, ook in de betekenis van: de plotontwikkeling mist een structuur, het hoofdpersonage mist gevoel en de inhoud mist relevantie. Behalve helemaal op het einde, wanneer Yambo helaas veel te laat tot een wonderbaarlijk inzicht komt over wat hij zonet allemaal heeft verteld: 'Nee, nee, tot wat voor soort slechte literatuur laat ik me nu verleiden.'

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud