Depeche Mode / 'Playing The Angel'

Mute/EMI

Op de voorganger 'Exciter' lukte het de Britse synthpioniers al iets beter dan op het in 1997 verschenen 'UIltra' hun eightieselektronica te versmelten met meer eigentijdse klanken. Producer Mark Bell zorgde ervoor dat de veelal akoestische ritmes ingebed zaten in een kamerbreed geluid, maar verzandde af en toe in een te etherisch en bombastisch geluid. De voor 'Playing the Angel' aangeworven Ben Hillier pakt het veel subtieler aan. Met zijn productiewerk voor Blur, Doves en Elbow bewees hij eerder al vaak de juiste man op de juiste plaats te zijn. Dit keer laat hij het van nature ravenzwarte geluid van Depeche Mode samenvallen met een sound waarin elk laagje zijn plaats heeft, elk gaatje zijn nut. De stem van zanger Dave Gahan zit als vanouds op de voorgrond. Er schuilt ook een consistent ritme in de plaat, wat het de luisteraar vergemakkelijkt om mee te stappen in de donkere roes van een band, die zich tot genoegdoening van de fans opnieuw wentelt in zijn corebusiness: sombere, plechtstatige songs fabriceren, die in de schemerzone tussen elektronica en rock laveren. Dat ook zanger Dave Gahan drie nummers schreef - voordien was dat het privilege van Martin Gore - behoort, vergeleken met de scherpzinnige, suspensrijke, soms zelfs sprookjesachtige productie, slechts tot het kleine verhaal van de plaat. Het grote verhaal is dat Depeche Mode een erg consistent Depeche Mode-album heeft afgeleverd, dat naar de beginjaren van de groep lonkt zonder al te nostalgisch te worden. TPe

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud