Fiona Apple / 'Extraordinary Machine'

Epic/SONY BMG

(tijd) Toen hun groep nog Hoover heette, toerden Alex Callier en Frank Duchêne van Hooverphonic ooit in het voorprogramma van een frêle tienerzangeresje door de Verenigde Staten. Haar naam was Fiona Apple en ze had net haar debuut 'Tidal' uit. Daarop liet ze zich nog iets te gewillig in de door de muziekindustrie geprefabriceerde categorie van de 'angry young woman in rock' stoppen. Alanis Morissette beleefde toen haar hoogdagen, weet je wel.

Maar sinds de release van de in 2000 verschenen opvolger van 'Tidal', 'When the Pawn_', hebben we een zwak voor haar muziek. De leden van Arid zijn eveneens fans en iemand als An Pierlé wordt dat na beluistering van haar derde telg, 'Extraordinary Machine', vast ook, als ze het al niet is. Dat maar om aan te geven dat ondanks het feit dat Apple nooit echt doorbrak in Europa, ze over een kleine, maar erg trouwe schare volgelingen beschikt.

Op 'When the Pawn_' had je soms de indruk dat de zangeres niet echt zong, maar eerder converseerde op muziek. Producer John Brion (Aimee Mann, Rufus Wainwright, en sinds kort Kanye West) voorzag haar intelligente, door de jazzplaten van haar ouders beïnvloede composities toen van een sobere maar smaakvolle instrumentatie. Dat was ook de bedoeling met de opvolger 'Extraordinary Machine'. Maar nadat haar platenfirma de eerste resultaten beoordeeld had als 'onbeluisterbaar' (en dus ook 'onverkoopbaar') werd de samenwerking stopgezet. Ook Apple, blijkt nu, was niet helemaal overtuigd van de meer barokke productie van Brion.

Om het werk dat ze de voorbije jaren leverde niet helemaal te moeten begraven, zocht ze een nieuwe producer op. Mike Elizondo (Eminem, 50 Cent) maakte het album af. Vreemd, want de twee overlevende producties van Brion behoren wel tot de beste van de cd. De kamerbrede titeltrack beweegt zich frivool op een fraai pianoritme en er duiken delicieuze blazerspartijen en violen op. Ook het afsluitende pianowalsje 'Waltz (Better Than Fine)' is orkestraal breed uitgesmeerd. Met orkest en Brion aan haar zij, klinkt Apple inderdaad barokker. Maar toegegeven, een heel album van dat was misschien wat veel geweest.

De tien tracks die Elizondo onder handen nam, laten meer bewegingsruimte voor Apple. In zekere zin worden de verhoudingen in ere hersteld: niet de producer steelt de show, maar de artieste. De zangeres laat de fans niet langer verdwalen in kunstzinnige arrangementen, maar spreekt hen directer aan, al duurt het ook hier nog enkele beluisteringen voor de melodieën doorzichtig worden en zich van hun wilde kronkelingen ontdoen. Op 'Tymps (The Sick in the Head Song)' hoor je pertinent het hiphopverleden van Elizondo, maar het blijft Apples kindje. De muzikale grandeur is er wat uit - een orkest vervangen door een ritmesectie is nu eenmaal geen sinecure. Maar de teksten maken veel goed. Het zijn tegenwoordig niet zozeer bekentenissen dan wel confrontaties. Fiona Apple spreekt echter vooral tot de verbeelding door van een minder fijne gijzeling (door haar platenfirma) toch nog een bevrijdend artistiek statement te maken.

TPe

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud