Don't Come Knocking

Van Wim Wenders. Met Sam Shepard, Sarah Polley, Jessica Lange, Tim Roth, Gabriel Mann, Fairuza Balk

(tijd) Een man die nooit geleerd heeft zijn verantwoordelijkheid op te nemen, komt te weten dat hij ergens een kind heeft lopen en trekt erop uit om zijn kroost - en meteen ook zichzelf - te vinden. We hebben 'Broken Flowers' van Jim Jarmusch een paar weken geleden al gehad, denkt u misschien, maar het gaat hier wel degelijk om de nieuwe van Wim Wenders. De thema's zelfontdekking, onvermoed vaderschap en persoonlijke verantwoordelijkheid zijn blijkbaar actueel genoeg om twee cultcineasten te inspireren (of drie, als je acteur Sam Shepard meerekent, die samen met Wenders het script voor 'Don't Come Knocking' neerpende).

Jarmusch en Wenders mogen dan uit dezelfde bron putten, hun films staan diametraal tegenover elkaar. Waar 'Broken Flowers' een diepe poel van gevoelens wil laten vermoeden door nauwelijks iets uit te drukken, geeft 'Don't Come Knocking' zich over aan sprekende landschapsbeelden, verhitte discussies en expressieve figuren.

Jarmusch' aanpak mag dan niet altijd even succesvol zijn, je kan hem moeilijk van artificiële emoties beschuldigen. Maar Wenders en Shepard zijn er zo op gebrand de symboliek van hun verhaal duidelijk te maken dat ze vergeten ook maar één geloofwaardig personage te schetsen. Alles zou moeten draaien rond de figuur van Howard Spence (gespeeld door Shepard), een overjaarse Hollywoodvedette die op een dag te paard wegvlucht van de set waar hij een western aan het draaien is. Na jaren van bandeloos gedrag hoopt hij zijn ziel terug te vinden.

Spence is een holle schulp, maar Shepard noch Wenders slaagt erin de man reliëf te geven. Dat geldt ook voor de personages die de dilemma's van de hoofdfiguur moeten verbeelden. 'Don't Come Knocking' kan rekenen op sterke acteurs en een cameraman die weet wat hij doet. Maar het blijven fraaie strikjes rond een lege doos. RN

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud