Oliver Twist

Van Roman Polanski. Naar de roman van Charles Dickens. Met Barney Clark, Ben Kingsley, Jamie Foreman, Harry Eden, Edward Hardwicke, Mark Strong.

(tijd) Polanski maakt zijn bedoelingen meteen duidelijk. De Poolse meester versiert zijn begingeneriek met het soort schetsen dat je in oude boeken vindt, pastorale taferelen met scènes uit de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. Op dat moment weet je het al: Polanski's versie van 'Oliver Twist' zal in de eerste plaats haar hoed afnemen voor de klassieker die Charles Dickens 170 jaar geleden aan het papier toevertrouwde.

Er is al veel geschreven over de mogelijk autobiografische connotaties van het verhaal voor Polanski, die net als het hoofd-personage op piepjonge leeftijd brutaal aan de wreedheid van de wereld werd blootgesteld. Maar eigenlijk doen die niets terzake. Als zijn 'Oliver Twist' één indruk nalaat, dan is het er een van onvoorwaardelijke sympathie voor de titelfiguur en voor de merkwaardige dievenleider Fagin.

Het VN-kinderfonds, Unicef, zou de film zo kunnen overnemen als manifest, met al de scènes van onwillige en onbegrijpende volwassenen. Zelfs de brave Mr. Brownlow, die zich over Oliver ontfermt, komt meer over als iemand die uit ideaal (en dus eigenbelang) handelt dan als iemand die de jongen ziet zoals hij is.

'Stop asking so many questions' krijgt Oliver te horen in het weeshuis waar hij en een heel bataljon kinderen worden gekneed tot naam- en gezichtsloze productie-eenheden, die bovendien God moeten danken voor het weinige eten dat ze krijgen. Op zoek naar een beetje nestwarmte moet Oliver een lange tocht ondernemen, die hem uiteindelijk tot bij Fagin leidt. Daar komt Polanski (net als Dickens) bij de kern van zijn betoog, een uithaal naar de tirannie van de morele meerderheid.

Mr. Brownlow mag Oliver dan wel uit de nood helpen, je kan je niet van de indruk ontdoen dat 's mans goedheid onlosmakelijk verbonden is met zijn comfortabele sociale positie. Dan spreken de daden van Fagin - overigens memorabel vertolkt door Ben Kingsley, die de tics en make-up van zijn personage moeiteloos overstijgt - stukken luider.

Polanski is nooit een regisseur geweest die de vorm de bovenhand liet nemen en dat gebeurt ook hier niet. Net zoals 'The Pianist' bedient de cineast zich van een klassieke - om niet te zeggen schoolse - vertelstijl. Maar hij zorgt er wel voor dat het hart van zijn verhaal daar op geen enkel moment onder lijdt. RN

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud