Walk the line

Van James Mangold. Naar 'Man in Black' en 'Cash, The Autobiography' van Johnny Cash. Met Joaquin Phoenix, Reese Witherspoon, Robert Patrick, Ginnifer Goodwin, Dan John Miller, Larry Bagby, Dallas Roberts

(tijd) Is het een levensgroot cliché om te stellen dat de hoogste schoonheid geboren wordt uit de diepste hel? James Mangold neemt het in elk geval als uitgangspunt van 'Walk the Line'. Het levensverhaal van Johnny Cash komt op die manier in hetzelfde vaarwater terecht als dat van Ray Charles vorig jaar. Net zoals Charles volgens Taylor Hackfords filmbiografie 'Ray' zijn leven lang gedreven werd door de gruwelijke dood van zijn broertje, schrijft Mangold Cash' gepijnigde songs toe aan het plotse overlijden van diens bewonderde broertje Jack.

Zulke veralgemeningen vallen over het algemeen moeilijk te slikken, al lukt dat bij 'Walk the Line' nog iets vlotter dan bij 'Ray'. Mangold geeft niet zozeer Jacks dood als bron van alle ellende, als wel de manier waarop vader Ray Cash reageerde. In zijn ogen was Jack de gezegende zoon en Johnny - op dat moment nog J.R. - de nietsnut die toevallig ook thuis rond liep. Ray stak het nooit onder stoelen of banken dat hij veel liever Johnny had zien sterven. Dat je je hele leven naar de waardering en een blijk van erkenning van je vader kan blijven hengelen, lijkt een stuk aannemelijker dan het concept van het Allesoverheersende Trauma.

Met dat andere struikelblok waar de makers van biografische films over moeten, heeft 'Walk the Line' het lastiger. De bedoeling is dat je een goede reden vindt om iemands levensverhaal te vertellen. Het feit dat je het over een bekende naam hebt, volstaat niet om er een hele film aan op te hangen. Mangolds antwoord? Hij concentreerde zich op Cash' jonge jaren, met name op zijn relatie met June Carter.

Toen de beginnende Johnny voor het eerst op tournee vertrok, kwam zijn huwelijk met Vivian bijna automatisch onder zware druk te staan. Daar hadden Cash' druggebruik en honger naar groupies iets mee te maken, maar ook het onbegrip dat hij bij Vivian voelde. Hoe dieper hij in het muziekwereldje binnendrong, hoe dieper de kloof werd tussen hen beiden. Met June Carter, zelf een countryster, klikte het meteen. Maar het duurde tien jaar voor het ook tot een romance kwam, volgens Mangold het hart van zijn verhaal.

Op zich is het geen kwaad idee. Het spelletje van aantrekking en afstoting dat de hoofdacteurs Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon opvoeren, houdt je inderdaad goed bezig. Maar het overstijgt op geen enkel moment de troebele relatie tussen Cash en zijn vader (een ijzersterke Robert Patrick). En het zegt ook genoeg dat de film, net zoals 'Ray', pas helemaal van het scherm spat als Cash zijn gitaar bovenhaalt.

De manier waarop Phoenix met zijn eigen stem de songs van de Man in Black vertolkt, is even verbluffend als Jamie Foxx' prestatie achter de gesloten oogleden van Ray Charles. De film maakt de toeschouwers - ook niet-fans - helemaal warm voor Cash' muziek. Maar de vraag is of zijn 'Live at Folsom Prison', een legendarische opname van zijn optreden in de gevangenis, niet hetzelfde effect had gesorteerd.

RN

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud