in memoriam

De kunstenaar die altijd dwarslag

Biënnale van Venetië . ©wiels

Jef Geys (1934-2018) is een van de belangrijkste naoorlogse Belgische kunstenaars. Hij overleed maandag.

Nooit een interview, amper een foto. De maandag overleden kunstenaar Jef Geys heeft nooit veel moeite gedaan om een populair kunstenaar te worden. Dat interesseerde hem niet. Populariteit stond haaks op alles waar Geys voor stond.

In 2009 vertegenwoordigde hij België op de Biënnale van Venetië, maar ook dat leverde niet meteen een Geys-hype op. In het Belgisch paviljoen toonde Geys, toen al 74, een nieuwe installatie: Quadra Medicinale. Het was een kruising tussen kunst, wetenschap en ecologie.

Het project bestond uit het onderzoek van planten in vier steden: Villeurbanne, New York, Moskou en Brussel. Geys bracht dat onderzoek nauwkeurig in beeld, inclusief gedroogde plantjes, foto’s, statistieken, plannen. Het soort van project dat de volle aandacht opeist.

Museum opblazen

Maar het was wel vintage Geys: doordacht, wars van alle trends. Marc Ruyters vatte het werk van de kunstenaar in 2005 in onze krant kort maar krachtig samen: altijd en overal alles en iedereen ter discussie stellen.

Geys ging daarin ver. In het begin van de jaren 70 diende hij een officiële aanvraag in om het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen te mogen opblazen. Geys vond dat het museum tegen hedendaagse kunst gekant was. Wat later stelde hij voor om van het Openluchtmuseum Middelheim een groentetuin te maken.

Geys werd in 1934 in Leopoldsburg geboren. Hij studeerde af aan de Antwerpse kunstacademie en vestigde zich in Balen, in de Kempen, waar hij gedurende meer dan 30 jaar als kunstleraar op een meisjesschool werkte.

Balen werd zijn artistieke biotoop - zijn terroir noemde hij het - van waaruit hij de internationale kunstwereld bestormde. Want Geys mag dan misschien nooit populair geweest zijn, hij is wel wereldwijd een van de meest gewaardeerde Belgische kunstenaars.

Archiveren

Wat deed hij dan precies? Tekenen en schilderen, maar vooral archiveren. In zijn atelier verzamelde hij honderden dozen en mappen met knipsels, foto’s, verslagen over zaken die hem interesseerden. Die werden nauwgezet genummerd en gerangschikt. Soms maakte hij er een selectie van en stelde die tentoon.

Was dat kunst? Een irrelevante vraag volgens Geys. Er school een dadaïst in hem. Als hij iets kunst noemde, was het ook kunst. Zo toonde hij in 2002 op Documenta in Kassel een film van 36 uur met niets anders dan licht saaie foto’s uit de provincies Antwerpen en Limburg. Het geheel noemde hij een portret van onze samenleving. Wie kon hem tegenspreken?

Martin Germann, curator bij het S.M.A.K. in Gent, noemt Geys misschien wel de belangrijkste naoorlogse Belgische kunstenaar. ‘Omdat hij zo consequent zijn kunst en zijn leven samen heeft laten vallen. Terwijl in de jaren 70 iedere kunstenaar naar kunstcentra in Antwerpen, Düsseldorf of New York trok, bleef Jef in Balen. Dat werkte perfect voor hem. In 2015 hebben we onder leiding van Iris Paschalidis een grote expo in het S.M.A.K gehouden. In drie dagen tekende Jef de expo uit. Zo en zo moest het. Ik heb geen idee of hij de tentoonstelling zelf heeft gezien. Hij had daar geen behoefte aan.’

Toch was Geys helemaal niet wereldvreemd. Jarenlang gaf hij het Kempens Informatieblad uit als onderdeel van zijn oeuvre. Hij onderhield daarnaast een omvangrijke blog. Het laatste bericht dateert van 23 januari (jefgeysweblog.wordpress.com)

Zijn familie liet aan het persagentschap Belga weten dat ze alles in het werk zal stellen om zijn laatste project te verwezenlijken: een missie van zijn werk naar Mars, met een Tesla.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content