reportage

De zakenman in de kunstenaar

Arne Quinze Wim Delvoye Jan Fabre ©Compilatie

Arne Quinze, Wim Delvoye en Jan Fabre staan bekend als kunstenaars die wereldwijd commotie veroorzaken. Maar het zijn ook slimme zakenmannen. Een blik in hun kunstenaarsfabriek.

'Experimenteren kan alleen als je je zaken op orde hebt'

‘Gij die hier binnentreedt, laat alle hoop varen’, staat in poëtisch Italiaans te lezen op de massieve smeedijzeren poort die toegang geeft tot het atelier van Wim Delvoye. De spreuk is geplukt uit het werk van de Florentijnse dichter en schrijver Dante Alighieri (1265-1321). ‘Het is wat elke sterveling te zien krijgt als hij afdaalt in de hel’, knipoogt Delvoye.

Delvoye, net vijftig geworden, weigert zich al jaren te omschrijven als een ‘normale’ kunstenaar. Hij ziet zichzelf als een ondernemer die een business draaiende moet houden. Zijn artistieke werkplek in een oud handelspand aan de rand van Gent oogt als een professioneel ontwerpbureau. ‘Hier staan zes mensen op de loonlijst, we draaien een omzet van 4 miljoen euro en maken al jaren winst.’

We vroegen en kregen een lening van 700.000 euro bij ING. De stad staat daarvoor borg.
Jan Fabre

Zijn getatoeëerde varkens, gasflessen in Delfts blauw, gotisch versierde betonmolens en kathedraaltorens in ragfijn staal veroorzaken wereldwijd opschudding. En de kunstwereld lijkt er maar niet genoeg van te krijgen. ‘Driekwart van wat we produceren, is bestemd voor het buitenland. Vooral in het Midden-Oosten is de business booming.’

Maar Delvoye weigert zijn aanpak commercieel te noemen. ‘Winst maken is niet de kwestie. Ik wil gewoon de vrijheid hebben om telkens weer nieuwe dingen uit te proberen. Dat kan alleen als je je zaken op orde hebt. Het vrije ondernemerschap laat me toe een autonome kunstenaar te zijn.’

Zijn ‘Cloaca’s’, een serie installaties die het menselijke spijsverteringsstelsel nabootsen en uitwerpselen produceren, waren er volgens hem nooit gekomen als hij een commerciële logica had gehanteerd. Slechts één ervan is verkocht, aan de Australische miljonair David Walsh, die het werk tentoonstelt in het Museum of Old and New Art (Mona) in de Tasmaanse hoofdstad Hobart. Negen andere exemplaren liggen vandaag te roesten in een gehuurde loods in Sint-Amandsberg.

‘Ze kosten me elk jaar duizenden euro’s aan opslagruimte’, zegt Delvoye. ‘En de btw erop zal ik nooit kunnen recupereren, omdat ze niet verkocht zijn. Niet-commerciële kunst maken is voor een zelfstandige als ik een financiële strop. Maar ik trek me daar weinig van aan.’

©Diego Franssens

Dure voorraden

Voorlopig heeft de ondernemer zijn schaapjes op het droge. De Wim Delvoye Holding, zo’n drie jaar geleden opgericht, heeft een eigen vermogen van 2,3 miljoen euro. Er zijn amper schulden: 15.000 euro. De holding overkoepelt Delvoye Art, de rendabele werkvennootschap achter het atelier. Wat opvalt zijn de dure voorraden: 1,4 miljoen euro of ruim 40 procent van het balanstotaal.

Werk van Wim Delvoye in Parijs: de gotische kunst zorgde voor heel wat deining.

Dat is het pijnpunt van Delvoyes kunstfabriek. In zijn showroom op het gelijkvloers staan zowat honderd kunstobjecten, half in de verpakking, te wachten op een koper. Daaronder peperdure sculpturen in marmer of brons van honderden kilo’s. ‘We zouden er gerust tien of meer op schaalmodel van kunnen maken om ze vlotter te verkopen’, zegt Gianni Degryse, studiomanager van Delvoye. ‘Maar dat wil Wim niet, omdat je dan met serieproductie bezig bent.’

Technisch zou het ook moeilijk haalbaar zijn. Voor elke gotische toren of bronzen sculptuur die Delvoye ontwerpt, maken zijn assistenten technische berekeningen op de computer. Op basis van die digitale input wordt de productie uitbesteed aan staalateliers en bronsgieterijen wereldwijd. ‘Afgietsels, etsplaten of clichés zijn er niet’, zegt Delvoye. ‘Het is kunst die niet te kopiëren valt.’

©Diego Franssens

Vijf advocaten

Subsidies om dure projecten te financieren, wil Delvoye niet. Hij ligt al jaren in conflict met de Belgische staat over de renovatie van een kasteel in Melle, waar hij zijn eigen galerij wilde inrichten. ‘Ik word met boetes en gevangenisstraffen bedreigd. Ik betaal vijf advocaten om me te beschermen. Moet ik dan definitief naar het buitenland verhuizen?’

Hij begrijpt nu beter waarom bedrijfsleiders vaak klagen over de overheid. ‘Ik ben graag werkgever. Ik vind het fijn dat mensen werk krijgen van kunst. Achter elk van de zes assistenten die ik in mijn atelier tewerkstel, schuilt een cluster van gemiddeld vijf onderaannemers. Maar blijkbaar heeft de overheid dat nog altijd niet begrepen.’ Hij wil dan ook zijn toekomst veilig stellen. ‘De aandelen in het atelier wil ik onderbrengen in een Stichting Administratiekantoor, zodat mijn patrimonium goed beheerd blijft, zelfs als ik er niet meer ben.’

©Diego Franssens

‘Het ondernemerschap tast mijn creativiteit niet aan, integendeel'

Het atelier van conceptueel kunstenaar Arne Quinze bevindt zich op een onverwachte plek, tussen de villa’s en de landhuizen van Sint-Martens-Latem. ‘Ik hou van de rust in de natuur’, glimlacht de Oost-Vlaming. ‘Het liefst zou ik een oprit van 10 kilometer willen.’ Maar er is ook een andere reden waarom hij hier werkt. ‘De plek is goed bereikbaar voor al mijn medewerkers.’

De versnelde wederopbouw van Quinze's 'The Passenger' in Bergen. Eerder stond het werk in de Leuvenseweg in Brussel, ter hoogte van het Vlaams parlement.

Quinzes vennootschap Paradox Art, een drietal jaar geleden opgericht, stelt tien mensen tewerk. Zijn werkruimte heeft veel weg van een architectenbureau. Hier worden de plannen en maquettes gemaakt van de monumentale constructies die Quinze het liefst in een stad of openbare omgeving neerpoot. ‘Ik werk veel met de overheid als opdrachtgever’, zegt hij. Het orderboek is al tot 2018 gevuld en bevat prestigieuze projecten zoals de aanleg van een futuristisch bloemenpark in Enschede en de bouw van vier tempels, in Myanmar, Indonesië, Thailand en de Filipijnen. ‘Er kruipt veel energie in die opdrachten. Sommige slepen jaren aan.’

Dichter bij huis realiseerde Quinze vorig jaar een kunstwerk van 500 meter lang op de festivalweide van Tomorrowland in Boom. ‘OneWorld’ bestaat uit twee 6 meter brede wandelbruggen die elkaar kruisgewijs dwarsen. In het midden, waar de twee banen samenkomen, verrijst een 25 meter hoog beeld in metaal en glas. Kostprijs: 4,6 miljoen euro, deels door de Antwerpse provincie en door de organisatie van Tomorrowland gefinancierd.

‘Mijn droom is meer kunst te brengen in de openbare ruimte. Zodat kunst voor iedereen bereikbaar wordt’, zegt Quinze. In Boom is dat perfect gelukt. De brug staat er permanent en doet dienst als een wandel- en fietspad langs de vijvers van het provinciale domein De Schorre.

©Diego Franssens

Strakke regie

Quinze schaamt zich er niet voor dat hij met een neus voor zaken creëert. ‘Het ondernemerschap tast mijn creativiteit niet aan, integendeel. De allergrootste kunstenaars hebben zich zo moeten organiseren. Kijk naar de school van Rubens, die een uitgebreid team van medewerkers had. Of naar Caravaggio, die zijn doeken door leerlingen liet prepareren.’

De eerste ideeën voor zijn kunstwerken zet hij meestal op papier. ‘Ik zit vaak in vliegtuigen en heb dan altijd mijn schetsboek bij. Daarop teken ik mijn ontwerpen en schrijf ik commentaar. Dat materiaal vormt de basis voor een ruwe maquette, die dan door mijn medewerkers in 3D wordt gescand op de computer. Dat wordt bezorgd aan een ingenieursbureau, dat de kracht en de stabiliteit berekent.’

Quinze houdt de regie strak in handen: hij initieert, delegeert, organiseert. Hij is ook de eindverantwoordelijke als het fout loopt, zoals met ‘The Passenger’ voor Mons 2015. De opvallende installatie - een wirwar van houten latten die als luciferstokjes in elkaar worden gevlochten - zakte als een kaartenhuisje in elkaar en moest volledig worden ontmanteld. ‘Achteraf bleek dat een auto tegen een van de pijlers was aangebotst’, zegt Quinze. ‘We hebben daarvan sporen terug gevonden aan een van de betonnen blokken.’ Hij stelde meteen voor alles uit eigen zak te betalen. ‘Een serieuze hap van 350.000 euro uit onze reserves en een flinke streep door onze rekening. Het zal hard werken worden om dat bedrag terug te winnen.’

De buffer van Paradox Art is niet zo ruim: 109.000 euro. Met een schuldentotaal van meer dan 2 miljoen euro kan de kunstenfabriek zich niet te veel tegenslagen veroorloven. Maar Quinze laat het niet aan zijn hart komen. ‘Ik heb ergere tijden meegemaakt. Als jongeling heb ik jaren aan de drugs gezeten en zat ik financieel diep in het rood. De boel mag ontploffen, mijn huis mag afbranden, dan nog heb ik iets van: herbeginnen. Ik kan nog door heel weinig ontgoocheld worden.’

©Diego Franssens

‘Met kunst kan je een balans opblazen'

Beeldend kunstenaar en theatermaker Jan Fabre heeft zijn kunstbedrijf goed op orde. De productie van zijn sculpturen en installaties is sinds 1997 ondergebracht in Angelos. De bvba verzorgt alle ondersteuning bij het opzetten van tentoonstellingen, het uitvoeren van openbare en privéopdrachten, en het uitgeven van catalogi. Dat rendeert: alleen al in de periode 2011-2013 werd iets meer dan 1 miljoen euro nettowinst geboekt. ‘Vorig jaar boekten we 2,1 miljoen euro omzet’, zegt Maai Meukens, financieel manager van Angelos. ‘We zijn een goed draaiend bedrijf.’

Jan Fabre leidt u kriskras door meer dan 25 jaar van zijn werk.

Fabre werd bij het brede publiek bekend door kunstwerken met juweelkevers te bekleden of door bronzen beelden op openbare gebouwen te plaatsen zoals ‘De man die de wolken meet’ of ‘De astronaut die de zee dirigeert’. Zijn atelier is gevestigd in een oud industrieel pand in de Antwerpse buitenwijk en beschikt over alle moderne faciliteiten: een ruime poort om vrachtwagens te laten binnenrijden, een elektronische kraaninstallatie om kunstobjecten te verplaatsen, een kantoor, een tekenatelier en een archief.

Fabre heeft daar zeven medewerkers in dienst. Zelf relativeert de kunstenaar het comfort waarin hij werkt. Voor de logistieke kant van zijn beeldend werk doet hij beroep op twee technische medewerkers. Al naargelang de opdracht worden onderaannemers en jonge kunstenaars ingeschakeld om de concepten uit te voeren. Ter vergelijking: collega’s als Jeff Koons of Damien Hirst werken met wel honderd assistenten.

Het gebouw waar zijn theaterwerk in scène wordt gebracht, is mogelijk nog indrukwekkender. Daarvoor nam hij met het gezelschap Troubleyn eind jaren negentig zijn intrek in een voormalige Antwerpse stadsschool. ‘De klassen doen nu dienst als kantoorruimte’, zegt Meukens. ‘We hebben er een decoratelier, een dansstudio en een repetitiezaal met een podium van 17 bij 12 meter.’ Het pand is eigendom van de stad en werd voor 33 jaar in erfpacht gegeven aan Fabres theatercompagnie.

©Diego Franssens

Gratis museum

In 2007 werden de verbouwingen, mee gefinancierd door de Vlaamse Gemeenschap en de stad Antwerpen, afgerond. Kostprijs: 2 miljoen euro. Ook Troubleyn, een vereniging zonder winstoogmerk en de bouwheer, deed haar duit in het zakje. ‘We vroegen en kregen een lening van 700.000 euro bij ING, een van de weinige banken die bereid waren een vzw te helpen. Dat krediet wordt afbetaald over een termijn van 10 tot 15 jaar. De stad staat borg.’

Winst maken is niet de kwestie. Ik wil gewoon de vrijheid hebben om telkens weer nieuwe dingen uit te proberen.
Wim Delvoye (50)

Om de werkplek voor zijn acteurs, dansers en muzikanten aantrekkelijker te maken en meer inhoud te geven, nodigt Fabre bevriende kunstenaars uit om een origineel kunstwerk te creëren en dit te verankeren in het gebouw. Een 45-tal bekende namen uit de hedendaagse kunst, onder wie Luc Tuymans, Koen Vanmechelen, Berlinde De Bruyckere en Kris Martin, verleenden al hun bijdrage. ‘Als de erfpacht over een paar decennia ten einde loopt, krijgt Antwerpen er een gratis museum bij’, zegt Meukens.

In de backoffice van de vzw Troubleyn werken er eveneens zeven voltijdse medewerkers. ‘Je kan eigenlijk stellen dat Jan aan het hoofd staat van een groep die werk verschaft aan 14 mensen. Dat is een kleine kmo.’ Eén kanttekening: in tegenstelling tot de beeldende kunst wordt de theaterproductie nagenoeg volledig met overheidsgeld gefinancierd.

Slapend kapitaal

Ook bij Angelos is het telkens weer de kosten en de baten afwegen, zegt de financiële vertrouweling van Fabre. ‘De meeste grote projecten in beeldende kunst worden voorgefinancierd door galerijhouders. Gelukkig maar, want een massief beeldhouwwerk als ‘Pietas’ uitkappen in carraramarmer, wat Jan een drietal jaar geleden deed, kost een klein fortuin.’

Niet alle werk vindt meteen een koper. ‘We beschikken in Loppem over een aangepaste loods van 700 vierkante meter, uitgebaat door het transportbedrijf Art & Exhibition Services.’ Hier worden de werken opgeslagen die in bruikleen zijn van lopende tentoonstellingen. Ook de werken in het bezit van Angelos worden hier bewaard. ‘Dat alleen al kost ons 50.000 euro op jaarbasis.’

Kunst is slapend kapitaal dat niet altijd tot uiting komt in de jaarbalans, aldus Meukens. ‘Ik heb het er vaak over met de fiscus. Wat is de waarde van kunst? Je kan er een balans ook mee opblazen. Het is allemaal zo immaterieel.’

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content