‘Elke nieuwe dag is toekomst'

©Saskia Vanderstichele

In de monoloog ‘Reverence’ blikt Chris Lomme terug op zestig jaar acteren. Wij vroegen haar wie haar in die tijd heeft gevormd. Als actrice en als mens.

Een interview met Chris Lomme durft al eens om te slaan in een vurige gedachtewisseling. Dan doorboort ze je met haar priemende ogen, en zegt: ‘Meen je dat? Wat gemeen, zeg. Moet ik de pieren eens uit jouw neus halen? Je zou nogal schrikken.’ Dit keer doet ze het bij de vraag hoe het voelt om als 80-jarige meer verleden dan toekomst te hebben. ‘Mensen die zo over oude mensen praten, daar revolteer ik tegen. Ik heb nog een toekomst voor mij. Elke nieuwe dag is toekomst.’

Hoewel de actrice nog niet aan stoppen denkt en nog altijd zo’n honderd voorstellingen per jaar speelt, is het einde onomkeerbaar dichterbij dan ze zou willen. Daarom schreef Michael De Cock, de directeur van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) in Brussel, voor haar een monoloog over afscheid nemen. In ‘Reverence’ blikt Lomme terug op zestig jaar acteren in theater en film en op televisie. Voor ons heeft ze het over de vijf mensen die haar hebben gevormd.

Nand Buyl, acteur en theaterdirecteur

‘Die man is mijn man. Punt. Alles is gezegd.’

‘Een grote mens, een grootmeester in theater en een fijne man voor mij. Die man is mijn man. Punt. Alles is gezegd. Eind volgende maand is hij tien jaar dood. Maar hij zit hier, hè. (wijst naar haar linkerschouder) Af en toe doet hij zijn mond open. Zoals nu. (met brommende mannenstem) Laat die journalisten toch links liggen. Dat ze zich met hun eigen zaken bemoeien. Ik denk niet dat er een dag voorbijgaat zonder dat ik over hem praat. Of hem aanraak. In mijn appartement in Anderlecht hangt een poster van de film ‘Vidange Perdue’, waarop hij zijn middelvinger opsteekt. Soms doe ik hetzelfde naar hem.’

‘Nand was een fenomeen, iemand van een grote bescheidenheid en een enorme tristesse. Ik was meteen verliefd toen ik hem in 1958 voor het eerst op de set van ‘Schipper naast Mathilde’ zag. Helaas gold dat niet omgekeerd. Nooit eerder had ik zulke prachtig donkere mannenogen zo droevig zien kijken. (lacht) Ik dacht: ‘Die vent ga ik gelukkig proberen te maken.’ Ik heb hard aan hem moeten sleuren. Het was een man die niet meer durfde te leven. Vanaf het magische moment dat ik door zijn defensie was gedribbeld, was het fantastisch. Tot de allerlaatste snik. Niet alle dagen, natuurlijk. Dat bestaat niet in de liefde. Ge doet zo hard mogelijk uw best, hè.’

‘Ik heb sinds zijn dood veel gehad aan ‘Seneca, brieven aan Lucilius’, een van de mooiste boeken uit de Romeinse tijd. Seneca schrijft over het rouwen om een overledene: je moet altijd aan die persoon blijven denken in plaats van te treuren, anders huil je alleen maar om jezelf. Straf, hè? Verdorie, wat waren die Romeinen modern en scherp van geest. Ben jij gelovig? Ik ook niet. Er moet toch íéts zijn daarboven, denk je niet?’

Herman de Coninck, dichter

‘Herman en ik, dat was oprechte vriendschap.’

‘Al mijn hele leven ben ik met literatuur en poëzie bezig. In Kortrijk groeiden we op tussen de boeken van Simone de Beauvoir, Jean-Paul Sartre en Proust. Zo ging dat destijds bij de Franstalige bourgeoisie. Ik ben van het Nederlands gaan houden door de literatuur. Het is een boeiende taal die nog altijd te weinig gekend is in Brussel.’

‘Herman de Coninck werd een vriend na een interview in Humo in de jaren zeventig. We werden pas echt close in de jaren tachtig. Ik hing toen veel rond in het Antwerpse nachtleven in de theaterbuurt, hij was naar het Nieuw Wereld Tijdschrift overgestapt. Piet Piryns, Benno Barnard en Herman, dat was mijn groep. Ik omring me graag met gecultiveerde mensen die intelligenter zijn dan ik.’

‘Ik heb wel honderd schoolvoorstellingen gedaan met poëzie van Herman. Ik ken al die gedichten nog vanbuiten. Zijn mooiste gedicht is een vertaald sonnet van Edna St. Vincent Millay. (fluistert) Als ik te lang gezeten had bij jou, te weerloos en te dicht tegen je aan, wist ik dat ik vlug weg moest daarvandaan, want van te grote warmte krijg je gauwer kou. Prachtig.’

‘Herman was een dichter die dicht bij de mensen stond. Hij was niet te moeilijk, ideaal voor schooloptredens. Een intellectueel die niet intellectualistisch deed. Een ontzettend schone man ook. Herman en ik, dat was oprechte, hechte vriendschap. Pas op: zonder meer, hè. We zagen elkaar minder toen Kristien (Hemmerechts, red.) in zijn leven kwam. Ze heeft goed voor hem gezorgd. Herman leefde niet langer ’s nachts tussen zijn boeken en zijn sigaretten in zijn mooie huis in de Cogels-Osylei in Berchem. Hoewel hij aan het einde van zijn leven huiselijker was geworden, bleven we naar elkaars optredens gaan.’

Hugo Claus, schrijver en regisseur

‘Als er een journalist op de set kwam, vertelde hij de grootste leugens.’

‘Ik ben meer een theater- dan een filmmens. In het theater mag je als acteur doorgaan met iets. Een theaterstuk is meer van jou. Een filmacteur wordt achteraf toch een beetje bij elkaar geknipt. In tv en film wórd je. Je mag jezelf alleen zijn op bepaalde grote momenten. Als de regisseur ‘cut’ roept, dan is het onherroepelijk ‘cut’.’

‘Met Hugo heb ik beide gedaan. Hij regisseerde me voor het eerst in 1977, hier in de KVS, in het toneelstuk ‘Jessica’. Ik leerde hem pas echt kennen op de set van zijn film ‘Het sacrament’ (1989) in Kobbegem. Dat was alle dagen feest. Hugo was een mensenverleider. Geen vrouwenverleider alleen. (schatert) Als er een journalist op de set kwam, vertelde hij de grootste leugens.’

‘Ik keek met grote ogen naar zijn zelfgekozen dood. Ik doe al twaalf jaar vrijwilligerswerk bij TOPAZ in Wemmel, een dagcentrum van de euthanasiespecialist Wim Distelmans voor zwaar zieken. Ik help wat in de keuken, babbel met de mensen, zing ook - stomme liedjes. (lacht) Wij zijn er voor het amusement. Dat is belangrijk. Die mensen komen warmte, tederheid en vriendschap tekort. Als kind wilde ik verpleegster worden. Mijn moeder is aan kanker gestorven. Toen leerde ik wat palliatieve zorg is. Ik wil er daarom zo lang mogelijk zijn voor die mensen. En omdat ik een bofkont ben. Als je zelf veel geluk hebt gehad in het leven, moet je kunnen delen. Ik ben tachtig en ik werk nog. Wie kan dat zeggen?’

‘De gesprekken in het dagcentrum over euthanasie kunnen hevig zijn. Rationeel snap ik mensen die eruit willen stappen, die weg willen omdat de pijn niet meer te harden is. Maar emotioneel... Er blijven altijd familie en vrienden achter. Ik weet echt niet of ik het zou kunnen. Jij?’

Viviane De Muynck, actrice

‘De authenticiteit druipt eraf bij haar.’

‘Ware en diepe vriendschappen kan je niet uitleggen. Viviane en ik zaten samen in de tvserie ‘Moeder, waarom leven wij?’. Onze affiniteiten? Het acteren. Mens zijn. Ze heeft geen gemakkelijk leven gehad. Op jonge leeftijd haar man verloren, enkele jaren geleden haar zoon. Ze heeft kracht geput uit haar tegenslagen. De authenticiteit druipt eraf bij haar. Als actrices zijn we eerder tegenpolen, denk ik. Ik ben een wereldactrice in Vlaanderen, Viviane een wereldactrice tout court. Ik ken elk toneelpodium in Vlaanderen, zij heeft de hele wereld rondgereisd met Needcompany.’

‘Of het een gemis is dat ik nooit een internationale carrière had? (haalt schouders op) Blijkbaar hoorde ik volgens het kastenstelsel van het Vlaams theater niet bij de hoge kaste. Voor de meeste mensen ben ik nog altijd Marieke uit ‘Schipper naast Mathilde’. Omdat ik in de eerste jaren na ‘Schipper naast Mathilde’ geen ander werk kon vinden, ging ik maar in Nederland spelen. (lacht) Tot daar mijn internationale carrière.’

Michael De Cock, theaterbaas en schrijver

‘Zelfs zijn meest dramatische stukken zijn licht.’

‘Toen Michael directeur van de KVS werd, heb ik hem gezegd: ‘Daar zou ik nog één keer willen spelen.’ De vorige directeurs kakten op mij, vanwege mijn man. Ze hebben Nand echt buitengeduwd, op een lelijke manier.’

‘De theatertaal van Michael zit vol humor, zelfs zijn meest dramatische stukken zijn licht. ’Reverence’ is mijn derde stuk met hem. Voor ‘Achter de wolken’ wilde hij al een monoloog schrijven voor mij. Nand was net gestorven. Ik wilde het liever niet alleen doen. Hij heeft dan Jo De Meyere en mij geïnterviewd over hoe het voelt om een partner te verliezen. Dat was een heel universeel stuk. Het ging niet over ons, maar over eenzaamheid en de universaliteit van de liefde. Hij kon dat vatten.

‘Alles wat hij schrijft, is doordacht en doorvoeld. Dat is opmerkelijk voor een jongen van 46. Nee, Michael mag veel van mij, ik vertrouw hem.’

‘Reverence’ speelt vanaf zaterdag 23 februari in de KVS in Brussel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect