reportage

'Het is geen natuurwet dat je vijf dagen per week moet werken'

©Dries Luyten

Summer School. Ook in de luchtigheid van de zomer is er plaats voor diepgang. Vier topexperts doceren evenveel levenslessen die we kunnen toepassen in leven en werk. Les vier: zonder traagheid boet je vaak in aan kwaliteit.

Met zijn lezing ‘Lof der luiheid’ bekeert onthechtingsfilosoof Johan Braeckman iedereen tot een trager leven. Zelf schakelde hij een versnelling lager door tijdens zijn jaar verlof zonder wedde de schuur van zijn vader te renoveren met trage ‘Bokrijkwerktuigen’.

Mijn lezing ‘Lof der luiheid’ is er eigenlijk gekomen door De Tijd’, zegt Johan Braeckman (51), filosoof en hoogleraar wijsbegeerte aan de Universiteit Gent. ‘Toen ik me in jullie krant een beetje per ongeluk liet ontvallen dat ik in 2014 een jaar verlof zonder wedde zou nemen, maakte dat tot mijn verwondering veel los. Door alle reacties raakte ik overtuigd van het belang van traagheid in de zoektocht naar het goede leven.’

We zitten onder twee magnifieke bomen in Braeckmans tuin, die herschapen is tot een stilte-oase. ‘Onze aversie tegen luiheid heeft diepe wortels’, doceert de filosoof. ‘In de christelijke traditie is  luiheid een van de zeven hoofdzonden. Sinds de opkomst van het kapitalisme, ontstaan uit de protestantse werkethiek, moraliseren we hard werken positief. Als iemand lui is, vellen we een negatief oordeel over zijn karakter. Een harde werker vinden we vrijwel automatisch een goed mens. Terwijl we ons moeten afvragen: hard werken, allemaal goed en wel, maar voor wie en voor wat eigenlijk?’ 

De luie mens stelt zich de terechte vraag: ‘Die promotie, heb ik die wel nodig?’
Johan Braeckman, filosoof

Braeckman juicht de welvaartsgroei  van de afgelopen decennia toe, maar vindt dat we er een zware prijs voor betalen. ‘Kijk naar het schrikbarend hoge aantal burn-outs, depressies en zelfdodingen in ons land. Dat is geen filosofisch gemijmer, dat zijn harde cijfers. Als ik voor meer luiheid en traagheid pleit, heb ik het in essentie daarover.’ 

Op de arbeidsmarkt is de slinger van  de snelheid en de efficiëntie te ver door geslagen. ‘Ik vind het frappant dat we onze neiging om alles te meten zelfs doorduw en in de thuisverpleging. Die patiënten willen heus niet alleen een zwachtel rond hun enkel, maar hebben ook - en misschien zelfs vooral - behoefte aan een goed gesprek. Thuisverplegers kunnen hun job niet meer traag doen, omdat ze zich aan een strakke timing moeten houden. We beseffen het niet, maar we zijn fundamentele waarden aan het kwijtraken.’

Zonder traagheid boet je vaak in aan kwaliteit, stelt hij. ‘Ik zie dat in de academische wereld, waar je je tijd zou moeten nemen voor diepe bezinning. Maar de publicatiedruk slaat door. Aca demici zijn met niets anders meer bezig. Ze zien collega’s als concurrenten. Ze publiceren hun onderzoek te snel, sommigen frauderen zelfs. Daardoor is een groot deel van wat  in academische tijdschriften verschijnt bladvulling zonder impact.’ 

Zelf draait Braeckman na zijn sabbatjaar wel weer mee in die mallemolen. ‘Ik probeer sindsdien wel ‘slow science’ te bedrijven. Ik mik niet meer op veel, maar op een beperkt aantal publicaties per jaar  die de moeite waard zijn om te verschijnen en te lezen. Ik besef dat ik me dat als vastbenoemde kan permitteren. Als mijn medewerkers dat doen, riskeren ze geen vast contract te krijgen. De koers van zo’n tanker krijg je niet zomaar gecorrigeerd.’

Dagen als eenheidsworst

Hoewel hij scherp is voor de uitwassen  van ons jachtige werkethos beklemtoont Braeckman herhaaldelijk dat hij niets tegen hard werken heeft. ‘Het hangt ervan  af over welk werk we spreken, en hoe we het doen. Arbeid moet zinvol zijn. In de psychologie is het bekend dat arbeid  waarmee je je identificeert een grote bron van geluk is. Dan voelt hard werken niet eens zo aan. ‘Flow’ heet dat, zo opgaan  in je werk je dat je de uren niet meer telt.  Dat is het ideale scenario, zeker als je  weet dat we tegen steeds langere loop banen aankijken. Kijk naar Pablo Picasso: die schilderde nog op zijn negentigste.  En Louis-Paul Boon is achter zijn schrijfmachine gestorven.’

©Dries Luyten

Het probleem is dat veel Vlamingen zich met lange tanden uit de naad werken. ‘Een op de drie vindt zijn werk niet zinvol. Waarom dan niet geregeld van job veranderen? Ik vind het bizar dat velen dat ra dicaal vinden. Het is toch niet onredelijk een leven na te streven dat aansluit bij je passies? Bij het gros van de mensen glijden de dagen nu als eenheidsworst voorbij, zonder hoogtes en laagtes.’ 

‘Mensen kunnen nochtans zoveel vrijer zijn dan ze zich realiseren. Mijn zus doet om de vijf jaar iets anders. Nu werkt ze als cipier, maar ze heeft al een winkel gehad en is buschauffeur geweest. Ook als vijf tiger blijft ze haar hart volgen. Maar ze is een uitzondering. Ik zie veel mensen die uit angst - voor hun job en hun pensioen - zekerheid verkiezen boven vrijheid, crea tiviteit en arbeidsvreugde. Terwijl er nooit eerder zoveel vangnetten waren. We ver zekeren ons graag tegen alles en geven daar veel geld aan uit. We werken om  onze zekerheid af te kopen. En geven zo ons vitalisme op. Waar is onze zin voor avontuur? Wat je ook doet, je zal niet  verhongeren.’

Braeckman wil vooral dat we onze  prioriteiten kritisch tegen het licht houden. ‘Er heeft nog nooit iemand op zijn sterfbed gezegd: ‘Had ik maar meer gewerkt.’ We zijn te veel vervreemd van wat er echt toe doet. Luiheid, trager leven begint met na te denken over je waarden hiërarchie en ernaar durven te handelen. Socrates zei het al: ‘Het goede leven is het leven dat doordacht wordt.’’

‘De Australische verpleegster Bonnie Ware schreef er een prachtig stuk over:  ‘The Top Five Regrets of the Dying’. Op  de palliatieve afdeling vroeg ze patiënten vlak voor hun dood waar ze het meest  spijt van hadden. Bovenaan stond de  opgave van een droom in ruil voor een leven zoals anderen van hen verwachtten. Anders gezegd: het gebrek aan moed om trouw te blijven aan zichzelf. Scoorden ook hoog: te weinig tijd voor kinderen, partner, vrienden en familie en de angst voor verandering.’

Toen Braeckman drie jaar geleden zijn  jaar verlof zonder wedde nam, deed hij  dat om een droom te realiseren. Hij wijst naar de gerestaureerde schuur achter ons. ‘Toen mijn vader stierf, had hij die maar half kunnen opknappen. Als ik niets had gedaan, was het een ruïne geworden.  Samen met goede vrienden en familie heb ik het werk afgemaakt. Ik vind het waardevol dat je iets kan voortzetten over de generaties heen. Het druist in tegen de wegwerpeconomie.’

Braeckman deed het in zijn eigen, luie tempo. ‘Ik heb met vrienden stenen van 100 kilo per stuk versleeept door de tuin, op een niet erg efficiënte wijze. Maar te gelijk was het de beste manier. Omdat we nadien gepintelierd hebben en vandaag nog altijd over die heroïsche daad praten. Ik heb bij de renovatie ook zo veel mogelijk trage ‘Bokrijkwerktuigen’ gebruikt.  De balken hebben we met de hand geschuurd, terwijl we net zo goed een elektrisch werktuig hadden kunnen huren. Maar het móést traag gaan. Dat was het hele punt. Zo kreeg ik stilte in de plaats.  En tijd om te reflecteren.’

De luie mens heeft thuis lak aan snelheid en efficiëntie. ‘Ik ruim de bladeren op met een ouderwetse hark. Een bladblazer is natuurlijk efficiënter. Maar waarvoor? De werknemers van de plantsoendiensten moeten ze gebruiken, in de strijd tegen  de luiheid. Maar ze dragen wel oorbeschermers tegen het irritante geluid, dat ook nog eens storend is voor voorbijgangers. Hoe absurd is dat? Onkruid wieden zou bij uitstek een rustgevende activiteit moeten zijn. Als een vriend me hier met zo’n bladblazer bezig zou zien, draait hij zich meteen om en is een kans op een goed gesprek verkeken.’

Drogredenen

Wat hebben we vandaag geleerd?

Denk na over uw prioriteiten. 

‘Stel u de vraag: heb ik die promotie of die topjob wel nodig? Laat u geen carrière aanpraten die vooral aansluit bij de verwachtingen van anderen.’

Spaar voor dat snipperjaar. 

‘Realiseer uw droom. Maak die wereldreis of breng meer tijd door met uw kinderen. Het is een kwestie van durf. Als u vier, vijf jaar een spaarpot aanlegt, moet het ook met een bescheiden salaris lukken.’

Verander geregeld van baan. 

‘Een op de drie Vlamingen vindt zijn werk niet zinvol. Zoek tot u een job vindt die u veel arbeidsvreugde bezorgt. U komt dan in een flow, waardoor u de uren niet meer telt en hard werken niet eens meer zo aanvoelt.’

Durf parttime te werken. 

‘Dat kan perfect, als u meer tijd wil voor uw kinderen en vrienden, om te sporten of te lezen. Hebt u wel twee auto’s nodig? U kunt ook bescheidener gaan wonen en soberder leven.’

Leef niet volgens uw uurwerk. 

‘Vergeet efficiëntie en snelheid in uw vrije tijd. Doe aan ‘guerrilla gardening’ en kies voor trage handwerktuigen. Vergeet diepvriesmaaltijden, geniet van slow cooking.’

Maak lange wandelingen. 

‘De Amerikaanse schrijver Edward Abbey zei ooit: ‘Wandelen duurt langer dan eender welke vorm van bewegen. Daardoor rekt het de tijd uit. Briljante geesten als Beethoven en Oscar Wilde kregen hun beste invallen tijdens lange wandelingen.’

Blijf meer thuis. 

‘De enige plek waar echte vrijheid heerst. Nodig mensen uit die u graag ziet, organiseer feestjes. Voer luie, diepgaande gesprekken. Die herinneringen zult u jaren koesteren.’ 

Doe minder. 

‘Maak uw vrije tijd niet even jachtig als uw baan. Waarom zou u per se elke nieuwe film, elk nieuw theaterstuk moeten zien?’

Consumeer minder. 

‘Investeer niet in zaken die u niet nodig hebt. Blijf zo veel mogelijk weg uit shoppingcentra. Kweek een deel van uw groenten zelf.’

Het valt op: Braeckman pleit er helemaal niet voor om vaker niets te doen. ‘Je hebt goede en slechte luiheid. Slecht lui zijn, dat is profiteren. Goed lui zijn is streven naar zinvolheid. Doen wat je het liefst en het best doet, in je eigen tempo. In die zin is luiheid ook een vorm van hard werken. Ik heb me nuttig beziggehouden tijdens mijn jaar verlof zonder wedde. Daarom had ik ook geen schuldgevoel.’ 

Stiekem dromen veel Vlamingen ervan om net als Braeckman meer traagheid in te bouwen in hun leven, bijvoorbeeld met een snipperjaar. ‘Ik kreeg verrassend veel positieve reacties tijdens mijn jaar verlof zonder wedde. Mensen dromen van een lange reis of meer tijd met hun kinderen. Tegelijk zeggen ze dat ze zo’n beslissing financieel niet kunnen dragen, omdat ze vasthangen aan een lening en andere vaste kosten, of omdat ze bang zijn hun status op het werk kwijt te raken.’

‘Eerlijk gezegd: ik vind dat drogredenen. Spaar vier of vijf jaar, dan moet zo’n snipperjaar lukken. Het is een kwestie  van durf. Al besef ik dat ik misschien makkelijk praten heb. Ik heb een zekere status en een mooie wedde, ik heb mijn huis geërfd en heb geen kinderen ten laste.  Ik kon me zo’n jaar onbetaald verlof wel permitteren, hoewel ik toen ook zuinig heb geleefd.’

Maar anderen kunnen het ook, aldus Braeckman. ‘Consumeer minder en wees niet afgunstig, omdat je dan automatisch met minder kan rondkomen. Mensen investeren veel in zaken die ze niet nodig hebben. De Noors-Amerikaanse socioloog Thorstein Veblen sloeg met zijn term ‘opzichtige consumptie’ de nagel op de kop. Mensen consumeren niet zozeer om reële behoeften te vervullen, maar om status te verwerven. Ze kopen een extra grote auto omdat hun buurman een grote kar voor de deur heeft staan. In de sociale psychologie staat ‘keeping up with the Joneses’ bekend als een krachtige drijfveer. We proberen niet alleen gelijke tred te houden met onze buren en vrienden, het liefst van al willen we ze overtreffen.’

De onthechte mens weigert dat spel te spelen. ‘Hij durft ‘foert’ te zeggen. En moet dus sterk in zijn schoenen staan, omdat  hij constant tegen vooroordelen opbokst. Hij laat zich geen loopbaan aanpraten die vooral aansluit bij de verwachtingen van anderen en gebaseerd is op doelloze competitie. Hij stelt zich de terechte vraag: ‘Die promotie, heb ik die wel nodig?’’

Wie professioneel een stap achteruit durft te zetten, gaat er soms op andere vlakken drie vooruit. ‘Het is geen natuurwet dat je vijf dagen per week moet werken, hè. Durf parttime te werken, zodat je meer tijd hebt voor je kinderen, om te lezen, of wat je ook graag doet. Ik vind dat helemaal niet radicaal. Dat kan perfect. Waarom zou je je huis of je auto niet kunnen verkopen, bescheidener wonen en soberder leven? Kweek een deel van je groenten zelf en blijf zo veel mogelijk weg uit shoppingcentra.’

De luie mens verzet zich ook tegen  de dwang van de vrijetijdsindustrie.  ‘Onze vrije tijd is al even jachtig als ons werk. Maar we doen het onszelf aan.  Er heerst een soort dictatuur van het  ‘mee zijn’. Waarom zou je per se elke  nieuwe film, elk nieuw theaterstuk moeten zien? (lacht) Je vergeet dat toch allemaal en het kost handenvol geld. Doe  gewoon minder.’

‘Ik heb ook nooit begrepen waarom mensen een duur fitnessabonnement nemen om, nadat ze ’s avonds al in de file hebben gestaan, nog eens een uur op een fiets te kruipen die niet vooruitgaat. Dat  is een van de absurde uitwassen van onze manier van leven. Ga met de fiets naar het werk. In plaats van dat ene uurtje mind fulness in te lassen zou je je mentale rust beter spreiden over de hele dag.’ 

Zelfs stappen, het tijdverdrijf bij uit -stek van de lanterfanter, is dezer dagen gekwantificeerd. ‘Als je niet aan 10.000 stappen per dag raakt, ben je een mislukkeling. Hoe absurd is dat? Wist je trouwens dat we effectief sneller zijn gaan wandelen de voorbije decennia? Studies in diverse grootsteden tonen het aan. De kunst van het flaneren, van het observeren en nu  en dan een praatje slaan zijn we helaas verleerd. Terwijl de Amerikaanse schrijver Edward Abbey het belang ervan ooit treffend verwoordde: ‘Wandelen duurt langer dan eender welke vorm van bewegen. Daardoor rekt het de tijd uit. Het leven is al te kort om het te verspillen aan snelheid.’

Een paar trappisten

Net als een van zijn helden, de Brit Tom Hodgkinson, die met ‘Lof der luiheid’ de bijbel van de lanterfanters pende, roept Braeckman op om meer thuis te blijven. ‘Alleen daar heerst échte vrijheid. Ik hoef niet zo nodig ergens heen. In mijn schuur organiseer ik ’s avonds of in het weekend lezingen, stand-upcomedy en theater. Ondertussen drink ik in alle rust een paar trappisten, altijd in goed gezelschap.’

Wie trager leeft, geeft minder uit. ‘Wat maakt mensen echt gelukkig? Ingebed zijn in een sociaal netwerk. Hanging out. Luie, diepgaande gesprekken met vrienden. Maar we doen dat veel te weinig. De kunst van het goede gesprek is gedemoniseerd in onze doemaatschappij. De luie mens vermijdt saaie mensen, leeft niet volgens zijn uurwerk en zeurt niet. Hij brengt veel tijd door met mensen om wie hij geeft en organiseert feestjes. Ik doe niets liever, onder deze prachtige bomen, met een goede fles wijn. Soms worden dan rake dingen gezegd, die anders onuitgesproken blijven. Dát zijn de herinneringen die je jaren later nog zal koesteren.’

Meer traagheid maakt je ook tot een aangenamer mens voor je omgeving.  ‘Je wordt rustiger en milder. Bijvoorbeeld voor je kinderen. De weinige jagers-verzamelaars die je vandaag nog vindt, spelen vier, vijf uur per dag met hun kinderen.  En dan gaat het er niet om hun dingen  te leren. Maar wat willen de meeste ouders? Superkinderen, die in alles uitblinken, van piano spelen tot ballet en judo. Zelfs spelen moet functioneel zijn. Mensen voelen zich schuldig als ze daar niet mee bezig zijn. De luie mens niet. Die speelt om te spelen. En stelt zich nooit de vraag: waarvoor dient dit eigenlijk?’

Dit was de laatste aflevering van ‘Summer School’. Lees alle Summer School afleveringen hier.

Volgende week  start ‘De vuurkorf’, onze reeks vurige zomergesprekken. 

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content