portret

Het wonderkind van de Belgische jazz

Met zijn jazzgroep LABtrio interpreteert hij Bach en Frank Zappa, bij STUFF. flirt hij met elektronische muziek en hiphop. Welkom in de onbegrensde wereld van jazzdrummer Lander Gyselinck.

Op zijn achtste was Lander Gyselinck gek op de muzikale wispelturigheid van Frank Zappa. Thuis speelde hij Zappa-cassettes van zijn oudere broer na op het speelgoeddrumstel dat hij op zijn vijfde van zijn vader had gekregen. Hoewel hij niets van de teksten of de humor begreep, klonk een album als ‘You are what you is’ wonderlijk en opwindend in zijn jonge oren.

De aandacht voor mijn persoon kan mijn groei als muzikant vertragen.
Lander Gyselinck
Jazzdrummer

‘Zo ontoegankelijk is Zappa niet’, zegt de 29-jarige jazzdrummer in een lunchbar in Gent, waar hij opgroeide en nog altijd woont. De radio staat amper hoorbaar op - Studio Brussel, denken we - maar Gyselinck zegt dat hij al elke noot heeft opgevangen sinds we hier zitten. ‘Terwijl ik met jou praat, denk ik in mineure en majeure tonen. Ik raak snel overprikkeld van geluiden, en dan kan ik me soms bedreigd voelen. Tenzij ik zelf muziek speel. Sommigen denken dat ik hoogsensitief ben. Maar zijn niet alle muzikanten dat? Wie improviseert en creëert, haalt toch overal zijn inspiratie, ook uit de kleinste geluiden?’

Gyselinck kan de muziek nooit uit­schakelen in zijn hoofd. Vorig jaar trad hij 150 keer op met vijf muzikale projecten. Met een kleine 100 shows - waarvan meer dan de helft in het buitenland - kondigt 2017 zich iets kalmer aan, maar daarom niet minder toonzettend. Twee van zijn bekendste projecten komen met nieuw werk.

LABtrio nam zijn nieuwe cd op in Duitsland. (Filmpje: Lisa Tahon.)

Volgende week start in Gent de interna­tionale tournee van LABtrio, de groep die Gyselinck in zijn studententijd stichtte en Jamie Woon en het Britse jazzquintet Dinosaur tot haar fans mag rekenen. Op zijn derde cd ‘Nature City’, die net uit is, interpreteert het jazztrio zowel Johann Sebastian Bach als Frank Zappa. Op concerten coveren ze de Amerikaanse r&b-zanger Usher. Fuck het hokjesdenken. ‘We flirten schaamteloos met alles wat we mooi vinden’, zegt hij.

Eind april verschijnt de tweede cd van STUFF., de groep waarin hij met enkele muzikale vrijdenkers jazz koppelt aan elektronische muziek en hiphop. Van hun eerste cd vol instrumentale ‘jazztronica’ zijn meer dan 12.000 exemplaren verkocht. Niemand had het succes zien aankomen in België. Hij wel. ‘Ik heb een jaar in New York gestudeerd. Ik zag er hoe hip­hop en andere muziekstijlen naar jazz begonnen teruggrijpen, en dat het publiek klaar was om die nieuwe beweging te omarmen. Ook bij ons, voelde ik. Maar de Belgische media geloofden niet in ons. Ze hebben het publiek zwaar onderschat.’

Duivel-doet-al

Sinds de doorbraak van STUFF. mag Gyselinck niet klagen over een gebrek aan waardering. Twee weken geleden won hij voor het tweede jaar op rij de MIA voor beste muzikant. Eind vorig jaar kreeg hij de Vlaamse cultuurprijs voor muziek. Bij elke laudatio keren dezelfde lofuitingen terug: duivel-doet-al, creatieve duizendpoot, niet voor één gat te vangen.

LABtrio in New York. (Filmpje: Lisa Tahon.)

‘Begrijp me alsjeblieft niet verkeerd. Ik ben vereerd met al die prijzen. Maar ze helpen me geen meter vooruit. Professioneel misschien wel, maar artistiek zijn ze pure afleiding’, zegt hij.  ‘Het gaat niet over mij, maar over wat anderen van me vinden. Ik voel dat de perceptie is veranderd: tantes van wie ik normaal nooit iets hoor, bellen me op, en de muzikanten-puristen vinden me te commercieel. Terwijl ik gewoon dezelfde mens en muzikant ben gebleven. Erg vermoeiend allemaal.’

Gyselinck wil ook vermijden dat hij op zijn lauweren gaat rusten. Straks gaat hij nog geloven dat hij écht goed is. ‘De aandacht voor mijn persoon kan mijn groei als muzikant vertragen.’

Nu Toots er niet meer is en Jef Neve de veertig voorbij is, is Gyselinck het uithangbord van de Belgische jazz. Dat vindt hij wel een prettige bijwerking van de prijzencarrousel. Opnieuw: niet voor zijn ego, maar voor de muziek. ‘Als ik een gids kan zijn voor mensen die anders niet met jazz in contact komen: heel graag. Deze week postte ik op Facebook een nummer van Ornette Coleman, in een versie van Charlie Haden. Mijn wall stroomde vol met laaiende commentaren. Superwijs.’

Neurotisch

Voor een jazzdrummer uit een muzikale familie kwam Gyselinck relatief laat met jazz in contact. Dezelfde broer die hem richting Zappa duwde, schoof hem rond zijn zestiende een handvol platen van Miles Davis toe. ‘Filles de Kilimanjaro’,
‘Bitches Brew’, ‘In a Silent Way’: meesterwerken van Miles’ tweede kwintet met Wayne Shorter en Chick Corea.

Gyselinck speelde toen al tien jaar drums en zat met zijn broer in een bandje. Maar zoiets als Miles had hij nog nooit gehoord. ‘Ik ben blij dat de introductie via mijn broer is verlopen. Ik was hevig aan het puberen. Net daarom stonden mijn oren ervoor open, denk ik. Stel dat ik Miles vroeger had leren kennen, of een paar jaar later als verplicht nummertje op het conservatorium... Had hij dan ook zo’n impact op me gehad?’

Ik raak snel overprikkeld van geluiden, en dan kan ik me weleens bedreigd voelen. Tenzij ik zelf muziek speel.
Lander Gyselinck, jazzdrummer

De legendarische trompettist trok hem voorgoed de jazz in. Na veel luisteren, lezen, blokken en vastbijten is Gyselinck vandaag een wandelende jazzencyclopedie. Romans leest hij niet, omdat hij het gevoel heeft dat hij niets bijleert. ‘Ik lees liever een biografie over Bill Evans. Als ik iets nieuws over jazz hoor of lees, wil ik meteen weten waar het vandaan komt of wie als inspiratiebron diende. Omdat het me een betere muzikant kan maken.’

Daarom werkt hij ook aan een doctoraat over jazz, met als onderwerp de invloed van computergestuurde muziek op improvisatie. ‘Mijn doctoraat biedt me jobzekerheid, al doe ik het daar niet voor. Ik heb genoeg optredens. Ik doctoreer uit nieuwsgierigheid, en omdat mijn onderzoek me hopelijk diepere inzichten verschaft in mijn manier van spelen.’

Muziek lijkt voor hem wel een neurose. ‘Ik was een neurotisch kind. Ik kon me keihard focussen op één ding, was erg honkvast en comfortgevoelig. Als dingen plots veranderden, kon ik erg onzeker worden. Daarom ging ik niet graag op reis met mijn ouders. Op mijn elfde kon ik me niet inbeelden ooit het nomadische leven van een muzikant te leiden en elke dag in een ander bed te slapen. Vandaag kan ik me niets anders voorstellen.’

De cd ‘Nature City’ van LABtrio wordt op 24 februari voorgesteld in de Handelsbeurs in Gent.
labtrio.wordpress.com

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud