Spaans-Nederlandse paringsdans

©Olivier Middendorp

Diego Velázquez en Rembrandt van Rijn stonden in de 17de eeuw aan de top van de Europese schilderkunst, maar hebben elkaar nooit ontmoet. Het Rijksmuseum in Amsterdam brengt hen alsnog samen, omringd door Spaanse en Nederlandse collega’s.

In het midden van de expo hangen ze naast elkaar in twee zelfportretten: de wat streng kijkende Diego Velázquez (1599-1660) en de frivolere Rembrandt (1606-1669). Wat zouden ze zeggen op een eerste date? ‘Schilder jij ook?’ Misschien zagen ze het aan elkaars handen.

De kunstenaars maakten op hetzelfde moment geniale schilderijen, maar hebben elkaar nooit ontmoet. Het is zelfs twijfelachtig of ze van elkaars bestaan wisten. In de 17de eeuw was de wereld nog niet geglobaliseerd. Velázquez is nooit in Nederland geweest, Rembrandt is nooit buiten Nederland geweest, een korte trip naar Antwerpen niet te na gesproken. Van Rembrandt zijn tijdens zijn leven wel wat prenten in Spanje beland, maar dat is het.

Als je hun schilderijen bekijkt, lijkt het nochtans alsof ze elkaar goed hebben gekend. Niet zozeer hun schildertechniek bindt hen, al zetten ze allebei korte, snelle verfstroken en hanteerden ze hetzelfde kleurenpalet. Het zijn de portretten die een band suggereren. ‘Velázquez en Rembrandt waren meesters in het schilderen van psychologische diepgang. Met een minimum aan verftoetsen toonden ze de aard van de mens. Daarom ogen de portretten vandaag modern en op een bepaalde manier zelfs abstract’, zegt assistentcurator Cèlia Querol Torelló.

Madrid en Amsterdam

De combinatie Velázquez en Rembrandt is een idee van het Prado in Madrid en het Rijksmuseum in Amsterdam en komt op een bijzonder moment. Het Spaanse museum viert zijn tweehonderdste verjaardag, in Nederland is 2019 het jaar van Rembrandt, die 350 jaar geleden stierf. De twee musea droomden al een tijd om Spaanse en Nederlandse oude meesters samen te brengen. Het Prado deed het eerder dit jaar, vanaf vandaag is het de beurt aan het Rijksmuseum.

Met een minimum aan verftoetsen toonden Velázquez en Rembrandt de aard van de mens. Daarom ogen hun portretten vandaag zo modern.
Cèlia Querol Torelló
Assistent-curator

Een groot deel van de expo komt uit beider collecties, aangevuld met bruiklenen uit de hele wereld. Maar verwacht niet de meesterwerken van Rembrandt en Velázquez die in de Hermitage in Sint-Petersburg hangen, of in The National Gallery in Londen en het Kunsthistorisches Museum in Wenen. Het is maar dat u het weet.

Vreemd genoeg mis je die beroemde werken niet. De curatoren Georg Weber en Cèlia Querol Torelló hebben een heel mooie tentoonstelling in elkaar gestoken die nooit geforceerd aanvoelt. Velázquez en Rembrandt zijn de sterren, met elk tien schilderijen. Maar hun collega’s uit de 17de eeuw, onder wie Johannes Vermeer, Frans Hals en Francisco de Zurbaran, waren natuurlijk ook geen knoeiers.

De expo toont zestig schilderijen en is opgebouwd rond trefwoorden die losjes naar de kunstpraktijk in de 17de eeuw verwijzen. Bij elke trefwoord hangen telkens een Nederlands - Noord-Nederlands om precies te zijn - en een Spaans schilderij, als een nieuw samengesteld paar. Het maakt de verschillen en de gelijkenissen erg tastbaar.

Daad van rebellie

Spanje en Nederland waren geen vrienden. De godsdienst dreef hen uit elkaar: Spanje was oerkatholiek, Nederland was protestants-calvinistisch geworden.

Dat verschil zette door in de schilderkunst. De Spaanse kunstenaars stonden bijna volledig in dienst van de contrareformatie. Francisco de Zurbaran maakte op en top religieuze schilderijen. Velázquez was in dienst als hofschilder van Filips IV en maakte staatsieportretten van de koninklijke familie. Zo maakte hij deel uit van het politieke establishment. Hij kreeg het als eerste schilder in Spanje voor elkaar zich tot ridder te laten slaan.

De Nederlandse schilders waren minder politiek geïnspireerd. Onder invloed van het calvinisme - ‘doe maar gewoon, het leven is al gek genoeg’ - schilderden ze vaker het alledaagse leven. De opkomst van de koopmansburgerij beïnvloedde hun werk. Schilders als Rembrandt konden de portretbestellingen van de nieuwe rijken amper bijhouden.

In het Rijksmuseum krijg je onder het trefwoord ‘status’ een mooie entente tussen Velázquez en Rembrandt. Links hangt het Spaanse adellijke echtpaar Doña Antonia & Don Diego, rechts het befaamde jonge ondernemerskoppel Marten Soolmans en Oopjen Colpit, waarvoor het Louvre en het Rijksmuseum drie jaar geleden 160 miljoen euro betaalden.

Als je niet beter wist, zou je denken dat één schilder de portretten heeft gemaakt. Toch is er een merkwaardig verschil. Staande portretten ten voeten uit waren vanaf de 16de eeuw in Spanje het privilege van de hoogste adel. Dat gebruik geraakte verspreid over Europa. Velázquez zette de traditie voort. Rembrandt deed in Nederland hetzelfde, maar het uitgangspunt was anders. Dat de Nederlandse kooplui op dezelfde manier als de adel gingen poseren, was nieuw. Het was bijna een daad van rebellie. Een kleine klassenstrijd.

Scheel zien

Soms zit de schoonheid van schilderijen in bescheidenheid. Zurbaran was dan wel een pilarenbijter, hij maakte ook stillevens. Aan het einde van de expo wordt het sobere ‘Beker water en roos’ gekoppeld aan ‘Stilleven met asperges’ van Adriaen Coorte. Twee pareltjes.

Het duo kreeg ‘aandachtige observatie’ als trefwoord mee. En dat vat meteen de hele tentoonstelling. Schilderen begint bij kijken, en dat konden die 17de-eeuwse schilders als de besten. Ze keken en bleven kijken, tot ze scheel zagen. Pas daarna begonnen ze te schilderen. Zo komt het dat de schilderijen op de tentoonstelling zo gedetailleerd zijn uitgewerkt, zelfs bij de wat mindere goden.

Bij Velázquez en Rembrandt ervaar je dat op een geniale manier. Dat bewijst het duo ‘Sibille’ (Velázquez) en ‘Lezende oude vrouw’ (Rembrandt). Schildertechnisch zijn het meesterwerken waarin ingenieus met licht is gespeeld. Maar niet die schildertechnische genialiteit blijft bij. Het zijn de vrouwen op wie je niet uitgekeken raakt. Het verhaal van de twee profetessen stopt niet bij het schilderij, lijkt het. Ze geven de indruk dat ze elk moment uit het schilderij kunnen stappen om mee op wandel te gaan.

Velázquez en Rembrandt schilderden geen taferelen, ze schilderden films.

‘Rembrandt-Velázquez’ loopt tot 19 januari in het Rijksmuseum in Amsterdam. Online reserveren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect