interview

'Wees toch niet zo bang, zeg ik altijd'

Regisseur Ivo Van Hove (links) met minister van Cultuur Sven Gatz: ‘In Vlaanderen werken? Ik ben ontzettend gelukkig in Amsterdam. Daar wil ik blijven.’ ©Siska Vandecasteele

Ivo Van Hove verzamelde dit jaar de prijzen. Gisteren kreeg de theaterregisseur de hoogste Vlaamse culturele onderscheiding. Dik verdiend, vindt minister van Cultuur Sven Gatz. Van Hove: ‘Ik ben blij dat Vlaanderen me niet vergeten is.’

Drie kwartier te laat - ‘Sorry, mijn trein uit Amsterdam had vertraging’ - snelt Ivo Van Hove (57) de brasserie van het kunstencentrum deSingel in Antwerpen binnen. Het is de vierde ontmoeting tussen de theaterdirecteur en Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD). De eerste keer was op zijn kabinet, op vraag van Gatz. ‘Ik wilde weten hoe hij de bezuinigingen in Nederland had verteerd’, zegt Gatz. De tweede kwam er na afloop van de voorstelling ‘De stille kracht’ van Toneelgroep Amsterdam hier in deSingel: ‘Kraakhelder theater, zonder liflafjes.’

Gatz was ook van de partij toen Van Hove dit voorjaar ereburger werd van Ham. ‘Ereburger worden van mijn geboortedorp, dat was om sentimentele en emotionele redenen overweldigend’, zegt Van Hove. ‘Ik ben al heel lang weg uit Ham. Het is geen dorp van kunstenaars. Dan is het erg fijn dat ik de eerste ben die zo'n onderscheiding krijgt.’

De Tony Award, een samenwerking met David Bowie, commandeur in de Kroonorde en nu deze prijs. Is 2016 uw beste jaar?
Ivo Van Hove: ‘Ik was in 2014 ook al goed, hoor. (lacht) De Tony Award was toch speciaal. Dat is zoiets als de Oscar voor toneel. En met David Bowie kunnen werken, dat is hors concours. Je kunt daar niet over praten, dat is onbegrijpelijk om uit te leggen.’

We hebben in Vlaanderen de neiging te denken dat het gras groener is aan de overkant. Maar in het buitenland zijn ze jaloers op ons.
sven gatz
minister van cultuur

Waar past deze Vlaamse cultuurprijs in het rijtje?
Van Hove: ‘Iedereen die zegt dat prijzen hem niet interesseren, liegt. Ik ben uiteindelijk toch al van 1994 weg uit België; dan is het fijn om te merken dat je niet vergeten bent. Het is ook een algemene prijs. Ik ben een regisseur - daar ligt mijn hart - maar als directeur heb ik me ook altijd verantwoordelijk gevoeld voor meer dan mijn voorstellingen. Ik leid een compagnie, hou de balansen in de gaten en ga in de vuurlinie staan als er wordt gedebatteerd over de plaats van cultuur in de samenleving. Ik ben blij dat dat nu ook gehonoreerd wordt in mijn thuisland.’

Sven Gatz: ‘Kijk naar het rijtje waarin hij thuishoort: Hugo Claus, Anne Teresa de Keersmaeker, Gerard Mortier, Frie Leysen: allemaal mensen die hoog boven het maaiveld uitsteken.’

Het is dus niet zo dat u na een kwarteeuw in het buitenland een beetje neerkijkt op het kleine Vlaanderen?
Van Hove: (wuift) ‘Nee! Ik heb nog uitstekende contacten in Vlaanderen. Ik werk hier ook erg graag. Ik ben terechtgekomen in Nederland in de tijd dat een jonkie niet de gelegenheid kreeg om een gezelschap of huis te leiden. Meestal kregen acteurs aan het einde van hun carrière toen de post van directeur.’

Ivo Van Hove krijgt Vlaamse prijs voor algemene culturele verdienste

De Vlaamse theatermaker Ivo Van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, is de 13de laureaat van de Vlaamse prijs voor Algemene Culturele Verdienste. Die prijs bekroont een carrière of verdienste voor het brede culturele veld gedurende meerdere jaren.

Uit het juryverslag: ‘Met zijn gezelschap peilt Van Hove naar de cruciale dilemma’s van deze tijd en naar de plaats van de mens in een voortdurend veranderende samenleving’, stelt het juryrapport. ‘Hij doet mensen nadenken zonder te vervallen in moralisme. Van Hove is een cultuuroptimist die de huidige tijd, ondanks zijn breuken, conflicten en crisissen, beschouwt als een tussentijd, ideaal voor kunstenaars om vragen te stellen.’

Van Hove heeft meer dan honderd regies  van theater, opera, musical en film op zijn palmares staan. Hij leidde de theatergezelschappen De Tijd en Het Zuidelijk Toneel. Sinds 2001 staat hij aan het hoofd van Toneelgroep Amsterdam. Van 1997 tot 2004 was hij ook directeur van het Holland Festival. Van Hove kreeg dit jaar ook al de prestigieuze Tony Award voor beste regie. Hij werkte samen met David Bowie aan een theaterstuk.

Keert u ooit terug naar Vlaanderen? Er komen twee vacatures vrij, bij NTGent en de Vlaamse Opera.
Van Hove: ‘Ze kennen me, en ze weten me wel te vinden. Ik ben niet het type dat zelf solliciteert. Maar ik ben ontzettend gelukkig in Amsterdam. Daar wil ik blijven. Je moet mijn mogelijkheden ginder ook niet onderschatten.’

Bedoelt u dat u bij Toneelgroep Amsterdam over meer middelen beschikt, en dat u daarnaast uw eigen projecten kan realiseren?
Van Hove: ‘Vooral dat laatste. Dat verrijkt me enorm. Al die uitstapjes hebben Toneelgroep Amsterdam ook al veel opgeleverd. Dat wij nu elk jaar in New York spelen, is mogelijk omdat ik daar mijn eigen projecten maak.’

Gatz: ‘Hoeveel procent van uw tijd houdt u over in Amsterdam?’

Van Hove: ‘Daar kan ik moeilijk lineair op antwoorden. Als ik in New York ben, begin ik om 7 uur te Skypen en mailen met Amsterdam. Om 11u starten de repetities. Of ik nu vanuit de Lauriergracht naar Amsterdam bel, of vanuit New York: dat is toch hetzelfde?  Ik zorg er voor dat ik op alle belangrijke momenten in Amsterdam ben. In die zestien jaar heb ik één première van een andere regisseur gemist.’

Gatz: ‘Dat de budgetten in Nederland zoveel hoger liggen, klopt niet. Als je de podium- en de beeldende kunsten samenlegt, kom je aan 200 miljoen euro in Nederland en aan 150 miljoen bij ons. Dat is niet slecht voor een regio met tweeëneenhalf keer minder mensen. Wij hebben in Vlaanderen altijd de neiging om te denken dat het gras groener is aan de overkant. Maar in het buitenland zijn ze jaloers op ons. De directeur van het ImPuls Tanz Festival in Wenen vertelde me dat er drie steden in de wereld zijn waar de dans ertoe doet: New York , Brussel en Berlijn. Hij werkt het liefst met dansers uit Brussel, omdat die de beste sociale bescherming krijgen. Wij zijn een land dat zijn kunstenaars goed behandelt.’

Ziet u dat ook zo? Verzorgt Vlaanderen zijn kunstenaars goed?
Van Hove: ‘Ik krijg voortdurend de vraag: ‘Hoe komt het toch dat zo’n klein lapje grond zo’n grote artistieke rijkdom voortbrengt?’ Mijn standaardantwoord: ‘Omdat we altijd onderdrukt zijn, hebben we onszelf leren te verweren.’ Er is een enorme weerbarstigheid. Een Vlaming laat zich niet zomaar opzijschuiven. Mijn generatie was net zo. In de jaren 70 was het bar in theater en opera. Wij deden ons eigen ding. Wel, die Vlaamse golf - de generatie die doorbrak in de jaren 80 - werkt nog altijd op het hoogste niveau.’

Intussen is het mes in het cultuurbudget gegaan, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Hoe heeft Nederland de bezuinigingen verteerd?
Van Hove: ‘Min 20 procent, dat was keihard. Het was crisis, akkoord, maar globaal bespaarde de Nederlandse regering veel minder: 7 procent. Maar de politiek moest afrekenen met de kunst. Het masker is gevallen toen premier Mark Rutte in primetime op tv zei dat het maar eens gedaan moet zijn met al die kunstenaars die met hun rug naar het publiek staan en de hand open naar Den Haag. Dat was de dolksteek.’

Gatz: ‘Dat zijn woorden die ik onmogelijk kan onderschrijven. Wij hebben ongeveer 5 procent bezuinigd op cultuur, dat is evenveel als op alle andere departementen, uitgezonderd zorg en onderwijs.’

Van Hove: ‘Ik heb speciaal voor dit interview navraag gedaan bij Vlaamse kunstvrienden. Inderdaad: de besparingen waren niet ideologisch gekleurd. Maar ik hoor wel dat u uw beloftes niet waarmaakt. De besparingen zouden tijdelijk zijn.’

Gatz: ‘Mijn belofte sloeg op mijn begrotingen en die gaan wel degelijk in stijgende lijn. Ik heb geleerd dat je als minister heel voorzichtig moet zijn met beloftes omdat iedereen daar een eigen invulling aan geeft. Ik vind dat ik mijn beloftes houd. De legislatuur is nog niet gedaan.’

Door de zware besparingen in de Nederlandse cultuur vijf jaar geleden bent u op zoek moeten gaan naar alternatieve financiering bij sponsors en mecenassen. Was dat moeilijk?
Van Hove: ‘We stonden met de rug tegen de muur. We waren 12,5 procent van onze subsidies kwijt. Ik heb tegen de mensen van Toneelgroep Amsterdam gezegd: ‘We gaan alles doen om boven water te blijven.’ We hebben de kosten wat verlaagd door een productie minder en een herneming meer te spelen. Ik heb een team verzameld om de eigen inkomsten te verhogen en dat is wonderwel gelukt. Op zeer korte termijn hadden we het verloren subsidiegeld terugverdiend. Geld dat we uit de markt hebben gehaald.’

‘Ik heb twee grote sponsors binnengehaald, Rabobank en Accenture. Het aantal mecenassen is gestegen tot 80. En we lanceerden een nieuw initiatief: particuliere producenten. Dat zijn mecenassen die een specifieke productie ondersteunen.’

Vindt u dat dat in België te weinig gebeurt?

Een Vlaming laat zich niet zomaar opzijschuiven. Omdat we altijd onderdrukt zijn, hebben we onszelf leren te verweren.
ivo van hove
regisseur

Van Hove: ‘Mja. Ik spreek daar vaak met Guy Casssiers over omdat we veel samenwerken met Het Toneelhuis. Ik zeg hem altijd: wees toch niet zo bang, begin er gewoon aan. Je moet natuurlijk eerst wel investeren. Ik heb voor het zoeken van mecenassen een Engelse vrouw in dienst genomen. Ik wist dat zij geschikt was voor die job. Dat heeft me iets gekost, maar nog net iets meer opgeleverd.  Je moet dat risico durven te nemen. En je mag die taak ook niet helemaal afschuiven. Je moet als directeur mee aan de slag. Ik ga praten met die particuliere producenten. Ik leg hen de producties uit en dan kunnen ze kiezen waarmee ze het meeste affiniteit hebben.’

Gatz: ‘In Nederland is de besparing in de cultuur bruusk en zwaar geweest. Bij ons is het geleidelijker en minder hard gebeurd. Maar dat geldt ook andersom. In Nederland is in 2012 de geefwet gekomen die giften fiscaal aantrekkelijk maken. Wij zijn zover nog niet. We zijn pas aan de taxshelter voor podiumkunsten. Dat systeem moet volgend jaar operationeel zijn. Maar zoiets als een geefwet is er nog niet.’

Van Hove: ‘Ik wil er wel op wijzen niemand in Nederland zit te wachten op het Amerikaanse systeem. De subsidies blijven de basis, sponsorgeld komt er bovenop, als iets extra.’

Gatz: ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik vind het wel interessant om te horen hoe bij jou, Ivo, sponsors gekoppeld zijn aan specifieke producties. De tax shelter voor film is bij ons eigenlijk een puur beleggingsproduct. Het is grotendeels anoniem, er is geen band tussen de investeerder en de filmregisseur. Ik denk niet dat dat de optimale manier is voor de tax shelter in de podiumkunsten. Het moet meer zijn dan een beleggingsproduct ’

Regisseur Ivo Van Hove (links) met minister van Cultuur Sven Gatz: ‘In Vlaanderen werken? Ik ben ontzettend gelukkig in Amsterdam. Daar wil ik blijven.’ ©Siska Vandecasteele

De directeur en de regisseur botsen nooit?

Van Hove: ‘Nee, het directeurschap is nooit een doel op zich geweest. Het is een instrument om zo veel mogelijk geld te verzamelen voor het artistieke project. Het is heel erg als organisaties voor zichzelf beginnen te bestaan. Ik zie dat veel in het buitenland. Dat was ook zo toen ik bij Toneelgroep Amsterdam begon. Verschillende ateliers zeiden: ‘We zijn hier en jij moet voor ons werk bedenken.’ Ik zei: ‘Nee, het is net andersom. Ik ben hier en jullie gaan doen wat wij graag willen om het artistieke project mogelijk te maken.’ Dat was een revolutie.’

Bent u niet jaloers op al die kunstenaars?
Gatz: 'Nee, politiek is mijn kunst. Kunstenaars hebben hun artistieke vrijheid, ik mijn politieke vrijheid. Sommige mensen zeggen: oei, je moet je om de vijf jaar presenteren aan de kiezer, is dat niet moeilijk? Nee, ik vind dat niet. Je werkt gewoon hard in die vijf jaar en je moet maar zien dat het goed is. Als de kiezer dat niet vindt, weet ik sinds mijn periode bij de Belgische brouwers dat ik ook buiten de politiek mijn weg kan vinden. Dat is niet voor iedere politicus het geval. Dat geeft me nog wat extra vrijheid.  Maar verder, ik doe wat ik denk te moeten doen. Ik heb een partijvoorzitter en een minister-president maar basically ben ik mijn eigen baas.’

Toch lijkt u wat vrijer, meneer Van Hove.

Van Hove: ‘Omdat we met verbeelding aan de slag gaan. Ik mis die verbeelding soms in de politiek. Uw wereld is geënt op de realiteit. Daarom hebben we het soms zo moeilijk met elkaar.’

Gatz: ‘Ja maar, zonder verbeelding kan ik mijn job ook niet uitoefenen. Al moeten de cijfers wel kloppen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect