Advertentie

‘Antwerpen vond een nieuwe manier om rijk en beschaafd te zijn’

De Britse academicus Michael Pye. ©SISKA VANDECASTEELE

Met zijn biografie van het 16de-eeuwse Antwerpen scoort de Britse academicus Michael Pye een opmerkelijke bestseller. De ‘ongelooflijk opwindende’ periode toen de stad de navel van de wereld was, reikt een les aan over geld en tolerantie, zegt hij. ‘In Antwerpen kon je een vuile mop aan een vrouw vertellen, in Italië niet.’

Het is zoeken naar zonlicht in de smalle Vlaaikensgang, vlak bij de in stellingen gehulde Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. De verborgen steeg tussen authentieke achterhuizen, vandaag een Instagram-hotspot, staat bekend als een overblijfsel van de gouden (halve) eeuw van de stad. Maar als we er met Michael Pye doorslenteren, twijfelt hij. ‘Mmm, is dit wel 16de-eeuws?’ Het plakkaatje aan de deur van het restaurant Sir Anthony Van Dijck, genoemd naar de in 1599 geboren schilder, zet hem op het verkeerde been.

‘Het oude decor zie je niet overal in Antwerpen. Daarvoor moet je de stad ontcijferen. Het is anders in Amsterdam, daar sta je midden in de gouden 17de eeuw, zeker ’s avonds met die gedimde lichten aan de grachten. Nu, ik vind het hier best charmant. De vraag is of toeristen die van een cruiseschip stappen en hier zes uur verblijven dat ook vinden.’

Die komen aan bij het Steen, het oude kasteel waartegen een modern bezoekerscentrum wordt gebouwd. De reacties daarop zijn vernietigend, of toch op sociale media. Ook Pye gromt als het ter sprake komt - letterlijk. ‘Ben ik hiermee duidelijk genoeg? Ze hadden er iets indrukwekkends van kunnen maken. Door iemand met een grootse verbeelding. Nu zou je willen vragen: waarom hebben jullie het ontwerp van een vijfjarige gebruikt?’

De 75-jarige Pye is een eminent chroniqueur van de periode waarin Antwerpen gold als de belangrijkste stad ter wereld. Die tijd zindert nog altijd na, maar niet zozeer vanwege enkele oude gebouwen. Pye legt uit waarom in het boek ‘Antwerpen, de gloriejaren’, dat in het Engels ‘Europe’s Babylon’ heet en in internationale media wordt bewierookt. Zes jaar geleden bracht hij al ‘Aan de rand van de wereld’ uit, zijn bestseller over de geschiedenis van de Noordzee. Antwerpen bleef hem na die speurtocht intrigeren.

Als je mensen van Afrikaanse origine in de straten van je stad ziet, moet je beseffen dat dat al heel, heel lang zo is. In de 16de eeuw waren er meer zwarte gezichten in de straten van Antwerpen dan in eender welke stad in Europa.
Michael Pye

Misschien eerst snel oprakelen: in de 16de eeuw floreerde Antwerpen kort maar krachtig, amper twee à drie generaties. De eerste Portugese schepen met specerijen die rond 1500 aankwamen, worden als de start van de hausse gezien. Het einde ervan gebeurde in enkele gewelddadige stappen, van de Beeldenstorm in 1566 tot de herovering door de Spaanse Habsburgers in 1585 en de afsluiting van de Schelde door de Nederlanders. Daartussen was Antwerpen the place to be voor zaken, cultuur en wetenschap. ‘Antwerpen leek een nieuwe manier bedacht te hebben om rijk, beschaafd en gemakkelijk in de omgang te zijn in het hart van de steeds verder uitdijende wereld die Europa leerde kennen’, citeert Pye een Venetiaanse koopman.

‘Over heel Europa werd Antwerpen toen de hub van de wereld genoemd. In die tijd zelf, niet alleen achteraf. Dus dan moet je de stad in de context van toen plaatsen’, legt Pye uit tijdens een lunch op een terras. Hij praat als een geduldige geschiedenisleraar, in erudiet BBC-Engels en van achter een leesbril die constant net niet van zijn neus schuift. ‘Door branden en plunderingen puilen de archieven niet uit met materiaal uit de 16de eeuw. Het interessantst is om te kijken hoe buitenstaanders, waar Antwerpen toen vol mee zat, de stad uitleggen aan anderen. Zij merken wat er anders is, alarmerend, sensationeel, schandalig. En ze schrijven daarover. De De Medici’s in Firenze zaten te wachten op roddels uit Antwerpen.’

Eigenlijk had Antwerpen niet veel troeven. Er was geen marinevloot, geen abdij of geen koninklijk of bisschoppelijk hof. Geen autoriteit of plek waar gediend werd. Wel was er de buitengewone ligging aan de rivier met haar sterke getijden, diep genoeg zodat ze constant open was voor schepen. ‘Je krijgt het equivalent van een zeehaven maar dan landinwaarts. En met connecties naar de transoceanische routes die zich toen openden, naar de Rijn om via de Alpen te varen, of richting de Baltische Zee. Antwerpen was de plek die alle handeldrijvende steden met elkaar verbond.’

Drie dingen deden Antwerpen triomferen, somt Pye op. ‘Ten eerste: modder. Concurrent Brugge zag zijn toegang tot de zee, met name het Zwin, steeds meer dichtslibben. Ten tweede: regulering. De regels voor gilden in Brabant, waartoe Antwerpen behoorde, waren veel minder strikt dan in Brugge, dat in Vlaanderen lag. Er was minder nijverheid dan in Brugge, maar daardoor minder noodzaak om lokale producenten te beschermen. Goederen van een schip dat in Antwerpen aankwam, moesten er niet eens uitgepakt worden maar konden worden doorgesluisd. En ten derde: er waren twee jaarmarkten. Het briljante daaraan was dat mensen wisten waar en wanneer ze producten konden kopen, in plaats van naar de dokken te moeten om te zien wat er aankwam. Dat was een relatief nieuw idee.’

Eerste globale stad

Pye noemt Antwerpen zelfs de eerste echt globale stad. Een rol die Parijs in de 19de en New York in de 20ste eeuw op zich namen. De ware, praktische erfenis van de gloriejaren is dat in Antwerpen geld een ander concept werd, zegt Pye. ‘Het was nieuw om waarde uit te drukken in geld. Als we nu over een prachtige Van Gogh of Rembrandt praten, hebben we het meteen over de som waarvoor die bij Christie’s is verkocht. Die manier van denken is hier veranderd.’

©SISKA VANDECASTEELE

‘In een stad waarvan de essentie is dat producten er passeren, werd geld de maatstaf van alles. Kooplui kwamen naar Antwerpen om deals te sluiten en goederen uit te wisselen, en er ontstond een geldmarkt. Handelaars als Gaspard Ducci kochten geld op. Geldvoorraad was in die tijd een fysieke zaak. Munten werden in kisten verscheept van de ene plek naar de andere, net zoals je bloemkolen verhandelde. Antwerpen was het hart van dat financiële verkeer. Keizer Karel V maakte het verplicht dat alle kredietbrieven gestempeld moesten worden in de beurs van Antwerpen, en nergens anders.’

Pye citeert onder andere uit een brief van de bankier Erasmus Schetz aan zijn naamgenoot, de filosoof Desiderius Erasmus. Die laatste begreep niet goed dat er geld omging in munten en in papier, dat de waarde ervan kon veranderen, en ‘dat mensen de verschillen konden aanwenden tot hun eigen voordeel en uw nadeel’.

In Antwerpen verschenen ook voor het eerst gedrukte prijslijsten. ‘Het neveneffect is dat mensen de geldmarkt in het oog hielden omdat het cruciale informatie kon opleveren. Als iemand veel wapens kocht, kon je raden dat hij ten oorlog wilde trekken. Of dat hij muntstukken insloeg om een huurleger te betalen. De markt kon je dat verhaal vertellen. Vandaar dat Antwerpen vol spionnen zat.’

Ketters

Het belang van wat toen in Antwerpen gebeurde, leeft nog op een andere manier voort. Op een continent vol religieuze conflicten, ten tijde van de reformatie, stond de stad bekend als een eiland van tolerantie. Niet vanwege een soort 21ste-eeuws politiek correct denken, zegt Pye, maar uit zuiver praktische overwegingen. De vele ketters (joden, lutheranen, calvinisten) waar de vrome Keizer Karel in Madrid zo’n hekel aan had, waren simpelweg te belangrijk voor de stad.

‘Het kwam erop neer dat mensen vonden dat ze geen recht hadden om de overtuigingen van anderen te beoordelen. Antwerpen was een heel gelovige stad, met elke week processies en sacramenten. En zolang je volgzaam meedeed, kon je geloven wat je wou. Als die tolerantie er niet was, zou de kruidenhandel verdwijnen, want die werd gerund door Portugese joden. Idem met de metaalhandel, die werd gerund door lutheranen. Zo werd de dagelijkse werking van de stad in stand gehouden. Dat bewijst dat je niet ideologisch moet zijn om tolerant te zijn. Antwerpen slaagde er zo in de oorlogen van de reformatie lang buiten de muren te houden. Tot de beeldenstormers kwamen. Toen begon de motor van de stad te stokken.’

Als we nu over een Van Gogh of Rembrandt praten, hebben we het meteen over de som waarvoor die bij Christie’s is verkocht. Die manier van denken is in Antwerpen gegroeid.
Michael Pye

Pye is op dreef en waarschuwt dat hij nu waarschijnlijk als een ‘preacher’ gaat overkomen. ‘Als je mensen van Afrikaanse origine in de straten van je stad ziet, moet je beseffen dat dat al heel, heel lang zo is. In de 16de eeuw waren er meer zwarte gezichten in de straten van Antwerpen dan in eender welke stad in Europa, zelfs Lissabon. En gek genoeg is de stad nooit geïmplodeerd. Sommige politici willen immigratie doen uitschijnen als een invasie. Dat is het niet, het is een proces. Mensen komen en gaan. Dat is altijd de identiteit van Antwerpen geweest. Daarom is het een interessante stad.’

De schrijver ziet er een les in: mensen maken een stad groots. ‘Als een stad geen plek van verbinding is, wat dan wel? Gewoon een hoop gebouwen? Steden hebben een creatieve functie. Grote namen als Plantijn kwamen naar Antwerpen net omdat het een plek voor buitenlanders was. Velen die naar hier kwamen, bleven maar kort omdat ze in dienst waren van buitenlandse handelshuizen, tenzij ze trouwden. Omdat mensen komen en gaan, ontstaan vonken. Een stad draait om wat er gebeurt, om wie er is en hoe ze interageren, en wat het resultaat daarvan kan zijn. Niet om gebouwen of instituten, tenzij in zoverre ze dingen mogelijk maken.’

‘De dokken waren als een bibliotheek van al de ontdekkingen uit de wereld’, zegt Pye. ‘Je zag er een nieuwe klasse: de handelaar-geleerde. De alchemist Paracelsus trok in 1519 naar Antwerpen omdat hij zei dat hij meer leerde aan de dokken langs de Schelde dan aan eender welke school. Er was een heel nieuwe waaier aan kennis vanuit de steeds verder opengelegde wereld. Ja, handel was het hart van Antwerpen, maar dat ging dus veel verder dan zuivere transacties.’

Autonomie voor vrouwen

Omdat er ook druk in ideeën werd gehandeld, passeerden veel van de belangrijkste kunstenaars en intellectuelen van die tijd. Thomas More schreef in Antwerpen zijn ‘Utopia’, dat begint op de Grote Markt. Drukker Christoffel Plantijn, schilder Albrecht Dürer, kartograaf Abraham Ortelius: ze woonden allemaal een tijd in Antwerpen. Pieter Bruegel zou zijn tweede schilderij van de Toren van Babel geïnspireerd hebben op de stad. Een van de favoriete personages van Pye in het boek is Catharina van Hemessen, de vrouw van een maniëristische schilder die zelf het penseel opnam, tegen de regels van de Sint-Lucasgilde in. ‘Ze deed het gewoon.’ In 1548 schilderde ze een van de eerste zelfportretten van een kunstenaar aan het werk.

Dat het kon, had veel te maken met de ruimte die vrouwen kregen om een actievere rol te spelen. ‘De Italianen vonden dat altijd choquerend, schreven ze naar huis. Dat je een vuile mop kon vertellen in het bijzijn van een vrouw. Dat vrouwen gingen eten met mannen met wie ze niet eens getrouwd waren. Het had veel te maken met sociale structuren. In Italiaanse stadsstaten was er druk om vroeg te trouwen omdat dat een hogere bruidsschat zou opleveren, was de theorie. In Vlaanderen kon je wachten. Dat was een enorm verschil.’

Het 16de-eeuwse Antwerpen. ‘De De Medici’s in Firenze zaten te wachten op roddels van daar.’ ©MAS

‘Dat leidde tot periodes in de levens van mannen en vrouwen waarin ze niet getrouwd waren en hun eigen keuzes konden maken. Dat bood een autonomie die vrouwen niet graag opgaven, hoewel natuurlijk geprobeerd werd om die af te nemen via alle manieren die we van het patriarchaat kunnen verwachten.’

‘Extreem opwindend’, moet het volgens Pye geweest zijn om in die periode te leven in Antwerpen. ‘Maar ook onwaarschijnlijk gevaarlijk en smerig. De redelijk machteloze lokale overheid had de stad totaal niet onder controle. Geweld op straat was van alle dag. De corruptie was verschrikkelijk. Er braken constant branden uit. De pest was overal.’

Uiteindelijk en ondanks alles ging de neergang snel. De stad bleef maar kort de navel van Europa. De godsdienstenconflicten overrompelden ook Antwerpen in de tweede helft van de 16de eeuw met de beeldenstorm in 1566, het gewelddadige bewind van de hertog van Alva en de herovering van de stad door de Spanjaarden op de calvinisten in 1585, waarna de Noordelijke Nederlanden de toegang via de rivier blokkeerden. De stad bloedde dood en de elite trok weg, vooral naar Amsterdam.

Een derde van de bevolking bleef over. ‘Keizer Filips II wilde een sterkere lokale controle. Een bisschop in Antwerpen bijvoorbeeld. Dat had de stad altijd geweigerd omdat ze dacht dat daarmee de inquisitie zou komen, en ze had gelijk. Er kwamen conflicten op straat, wat lang niet voorkwam. Zodra de keizer de oorlog aan ketterij verklaarde, verdween de kans om de godsdienstoorlog buiten te houden. Heel Europa stond in brand vanwege religieuze kwesties. Antwerpen kon daar moeilijk immuun voor blijven.’

Pye noemt het hedendaagse Antwerpen een ‘magnifieke’ stad, maar geen wereldstad meer. ‘Het is onvermijdelijk.’ De dynamieken van macht en handel veranderen voortdurend, zegt hij. ‘Het heeft niets te maken met het vastklampen aan een lang vervlogen tijd. Het is net belangrijk om te weten dat gedurende een dikke 50 jaar hier iets unieks gebeurde. Je mag niet te veel in de geschiedenis lezen, maar ik vraag me af waarom we niet zouden mogen vieren dat een stad erin slaagde om zo veel verschillen in opvattingen te overstijgen en de hele energie van haar economische motor aan te wenden voor zoiets constructiefs. Schilderkunst. Muziek. Wetenschap. Geneeskunde. Al die dingen. Absolutely dazzling.’

Michael Pye

Geboren in 1946 op het Engelse platteland.
Studeerde geschiedenis aan Oxford University.
Begint carrière in de journalistiek bij de Sunday Times in 1971.
Pendelt in de jaren 80 en 90 tussen New York en Europa als correspondent voor verschillende media.
Auteur van zowel non-fictieboeken als historische romans. Schreef in 2015 ‘Aan de rand van de wereld’, over de geschiedenis van de Noordzee.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud