interview

Bracke: ‘Een player? Ja, dat ben ik wel'

©Siska Vandecasteele

Zo bochtig de herfst van zijn carrière - van journalist en socialist tot N-VA’er en Kamervoorzitter - zo eenduidig de man zelf. ‘Ik verander niet, de werkelijkheid wel’, aldus Siegfried Bracke.

Tijdens de wintermaanden trekken we met enkele gesprekspartners naar buiten voor een stevige wandeling. We praten over leven en werk, over afkomst en visie. Met Kamervoorzitter Siegfried Bracke wandelen we in het Prinsenhof in Gent. ‘Ik heb weinig met natuur, ze maakt bij mij geen diepere gedachten los.’

Een winterwandeling met Siegfried Bracke (62) is niet evident. Zijn agenda is aardig gevuld. Bracke is behalve Kamervoorzitter ook leider van de N-VA-fractie in de Gentse gemeenteraad en lid van het partijbestuur. Bovendien is hij niet zo’n fervent wandelaar, laat zijn woordvoerder weten. Dat blijkt een understatement. Zelden zo moeten trekken en sleuren om iemand mee op pad te krijgen. Als Brackes betoog op dreef komt, komen de benen tot stilstand. En anders is er wel wat in het straatbeeld te zien dat hem met merkbaar plezier herinnert aan zijn rol in de Gentse oppositie.

©Siska Vandecasteele

We gaan met Bracke op wandel in de buurt van het Prinsenhof, een prachtig kwartier in het historische centrum van Gent. Bracke, opgegroeid in Oostakker, betrekt er met zijn vrouw een appartement. Even heeft hij overwogen met ons het natuurgebied Bourgoyen in te trekken, om dat idee snel te laten varen. ‘Ik heb weinig met natuur, het is niet dat ze diepere gedachten bij mij losmaakt. Ik volg daarin Hugo Claus. ‘De natuur dient om gedichten over te schrijven’, zei die.’ Een lachje. ‘En wat lichaamsbeweging betreft, ben ik een adept van Winston Churchill. ‘No sports, just whisky and cigars.’ Al verbruik ik beduidend minder van die dingen dan Churchill.’

We trekken de kleine, middeleeuwse straatjes in. Bracke vertelt hij hoe hij zich wel eens voornam meer te bewegen. Hij probeerde een tijd geleden zelfs het start to run-programma uit, inclusief vrolijke Evy Gruyaert en opgefokte muziekjes in de oren. ‘Best leuk, eigenlijk. Maar net voor de 5 kilometer ben ik gestrand. De campagne begon, en dan had ik geen tijd meer om te lopen. En nadien is het er niet meer van gekomen.’ Hij pauzeert. ‘Ik kan het nochtans gebruiken. Ik ben te gretig. Ik eet te gretig waardoor ik te dik ben, al heeft dat wellicht ook wat met genetische aanleg te maken. Ik geloof dat dat mijn grootste probleem is.’

Brackes parcours ademt gretigheid. Bij de VRT, waar hij opklom van journalist tot programmamaker en hoofdredacteur van de nieuwsdienst. En bij de N-VA, waar hij in 2010 met grote trom werd binnengehaald als wit konijn, maar waar hij duidelijk veel meer wil zijn dan een bekende stemmentrekker. Als volleerd spindoctor stroomlijnde hij achter de schermen ‘het N-VA-verhaal’ in de aanloop naar de verkiezingsoverwinning van mei vorig jaar. Tot grote tevredenheid van Bart De Wever. Maar hij werkte zijn voorzitter ook al flink op de zenuwen door in interviews geregeld soloslim te spelen. Toen hij de Vlaamse Leeuw een ‘vod’ noemde bijvoorbeeld.

‘Ik heb altijd gevonden dat je moet inzitten met een ander. Maar in België is het systeem scheefgegroeid.’

We stappen richting Lieve-kanaal, geflankeerd door de treurwilgen van het Prinsenhof. ‘Een plaatje, zelfs in de winter.’ Guy Verhofstadt woont vlakbij. ‘Ik woon zo dicht bij hem dat ik bij wijze van spreken tegen zijn muur kan spekelen’, grinnikt Bracke. ‘Onze relatie is geweldig verstoord, denk ik. Nee, we spreken elkaar niet meer. Niet dat we vroeger bij elkaar op de koffie gingen, maar veel politici waren toch goede kennissen. Als politiek journalist stond ik op de eerste rij toen hij premier werd. Ik weet dat hij geweldig heeft gevloekt, toen hij vernam dat ik de stap naar de N-VA zou maken.’

Een sociaal systeem gebaseerd op solidariteit. Maar het is scheefgegroeid.

Als VRT-journalist stond Bracke op goede voet met Open VLD. Net als met de sp.a. Kort na zijn aantreden bij de N-VA raakte bekend dat Bracke als journalist in de jaren negentig jarenlang meeschreef aan partijmateriaal van de socialisten en ook een lidkaart van de partij had. De heisa die daarover ontstond, vindt Bracke nog steeds storm in een glas water. ‘Ik erger mij aan dat hokjesdenken. Ik heb mijn werk altijd in een eer en geweten gedaan. Betrokken, maar zoals het moet.’ Ook zijn overstap van de openbare omroep naar de N-VA, die hier en daar als opportunistisch werd omschreven, vindt hij niet zo opmerkelijk. ‘Een journalist kan toch een goed politicus worden? En een politicus een goed journalist? Alsof iemand al zijn verstandelijke vermogens verliest als hij in één kamp heeft gezeten.’

Maar hoe werd ‘rooie’ Siegfried een Vlaams-nationalist? ‘Niet ik, maar de werkelijkheid is veranderd. Ik ben altijd overtuigd geweest van het fundament van ons Europese samenlevingsmodel: dat je inzit met een ander. Zo is ook het socialisme in België ontstaan. Met werkmensen die samenkwamen in de Vooruit en elk een cent in een sigarenkistje staken voor als iemand ziek werd. Die basis onderschrijf ik: een sociaal systeem gebaseerd op solidariteit. Maar het is scheefgegroeid. Er is te lang verzuimd de fundamenten uit te leggen. Nu denken mensen: als we ziek zijn, worden we betaald. Als we oud genoeg zijn, krijgen we pensioen. De N-VA probeert eraan te herinneren dat die rechten niet uit de lucht komen vallen.’

‘De N-VA is een warme partij, een gemeenschapspartij. Wij zijn bezorgd over wie niet meekan. Maar ons uitgangspunt zal nooit zijn dat mensen sowieso niet meekunnen. Dat werkt niet.’ Wanneer de socialist Bracke een N-VA’er werd, kan hij niet zeggen. ‘Dat gevoel dat een systeem onhoudbaar wordt, groeit geleidelijk. Trouwens, ik kom uit een Vlaams nest. In mijn studententijd heb ik nog dingen voor de Volksunie gedaan. En als politiek journalist heb ik gezien hoe dit land langzaamaan onbestuurbaar werd. Ik niet alleen trouwens, herinner u hoe Karel De Gucht (Open VLD) België jaren geleden al een permanente diplomatieke conferentie noemde.’

Het gesprek stokt, als Bracke aangesproken wordt door een passant.

©Siska Vandecasteele

- Eersten burger! K’en ui nog nie kunne felicitere. ‘k Zie kik ui nie mier. Ge kom gij nie meer onder de menschen.

- Jawel, jawel, jawel.

- In uiwe chiquen otto, ja, da zie kik.

- (schakelt over op het Gents) Ik goa uuk te voete.

- (haalt een lege, opgevouwen boodschappentas boven) Hier, nen cadeau veur ui vrèwe. Kaak, in ’t ruud. En ge weet het é Siegfried: ruud da te lang in de zonne eeft gelegen, da wordt oranje, hè. (bulderlach)

- (schertsend) Och, gij vuilen tsjeef.

‘Dat was Jo De Caluwé van het Tinnenpottheater’, zegt Bracke als de man verdwenen is. ‘Echt een CD&V’er, trouwens.’ Opvallend: de onverwachte babbel ligt Bracke niet. Uit zijn lichaamstaal spreekt zenuwachtigheid, uit het zoeken naar het juiste register onzekerheid. ‘Klopt’, zegt hij, terwijl we langs het water wandelen. ‘Mijn vrouw is meer politicus dan ik. Zij is erg sociaal, terwijl ik nogal bedeesd ben. Zij heeft veel meer naturel. Als we naar eetfestijnen gaan, duwt zij me de zaal binnen en zegt: ‘Allez, geef iedereen een hand.’ Terwijl ik me afvraag of al die mensen wel op mij zitten te wachten. Ik ken die per slot van rekening niet.’

‘Je gaat het niet geloven, maar ik denk dat ik bedeesd geboren ben. Bij de VRT liep het vol mensen die hun verlegenheid compenseerden door in de schijnwerpers te gaan staan. Ik was net zo. Zet me voor een camera of laat me spreken voor een grote zaal, en dat loopt vlot. Maar een-op-eencontact is veel moeilijker.’ Hij denkt na. ‘Tot mijn vijftiende was ik bepaald ongelukkig. Ik zat slecht in mijn vel. Ik zou nooit aan een lief geraken. Ik was niet moeders mooiste, niet de sterkste, niet de elegantste, niet de meest mannelijke. Tot ik ontdekte dat ik niet enkel goed toneeltjes kon spelen - dat deed ik van jongsaf - maar ook behoorlijk goed met woorden was. En met woorden kan je veel kanten uit. Een geweldige openbaring.’

Bracke studeerde Germaanse talen in Gent. ‘Met een goed verhaal lukte het bij de meisjes. Ik nam deel aan faculteitsverkiezingen, en won die. Ik nam deel aan debatten, en vond dat verschrikkelijk geestig. Om mijn gelijk te halen, maar ook om de steun van de mensen. Popular support, dat was iets! Kunnen winnen, geweldig leuk, hoor!’ Het was midden jaren zeventig en Bracke rolde de VRT binnen. ‘Ik heb er nooit het gevoel had dat ik moest werken. Ik kon er verhalen vertellen, dingen in beweging zetten. Toen ik er begon, deed de VRT nog denken aan een ministerie. Er moest veel veranderen. Het doet me geweldig pijn om te zien dat de VRT vandaag niet meer innoveert, trouwens.’

‘Je moet de werkelijkheid wat aandikken zodat mensen ze willen vernemen. Anders is ze te saai, te grijs, te genuanceerd.’

Als journalist, eerst bij de radio, daarna voor tv, en later als programmamaker en hoofdredacteur betonneerde hij het principe bij de openbare omroep dat een nieuwsverhaal in de eerste plaats een verhaal moest zijn. Zijn strijd om de kloof tussen Wet- en Dorpsstraat te dichten is genoegzaam bekend. ‘Sebastian Haffner, een van de beste journalisten van de 20ste eeuw, heeft daar interessante dingen over geschreven. Ik heb van hem geleerd dat je de werkelijkheid wat moet aandikken zodat mensen ze willen vernemen. Anders is ze te grijs, te genuanceerd, te saai. Maar niet te veel, je mag niet te ver gaan.’

‘Bracke speelt’, zeggen zijn voor- en tegenstanders. ‘Hij is een player’, horen we verschillende keren in de aanloop naar dit gesprek. ‘Hij speelt met verhalen en met de werkelijkheid. Hij is er goed in en vindt het plezierig. Vroeger bij de VRT, vandaag in de politiek.’ We passeren enkele beelden van Walter De Buck. Bracke deinst achteruit bij het zien van de zwartgeblakerde sculpturen. ‘Kijk eens, dat kan toch niet. Van restauratie ken ik niet zoveel, maar zulke beelden moet je als stad toch soigneren? Poets dat eens op, laat de zon erop schijnen en die zien er weer magnifiek uit.’ De oppositie in Gent, weinig speeltuinen waarin Bracke beter gedijt.

‘Ik moet bekennen dat ik geniet van de strijd. Ik heb een conflictueus kantje. Ik heb een hekel aan fysiek geweld, maar ik vecht geweldig graag. Willen winnen, maar ook kunnen verliezen, het zit allebei in mij. Waar dat vandaan komt? Ik ben gefascineerd door het spel. Of ik een player ben? Ja, ja. Als je erbij zegt dat ik ook altijd de relativiteit van het spel inzie.’

©Siska Vandecasteele

Nog een van Brackes speeltuinen: Twitter, het sociaal netwerk waar hij geregeld vechtend over straat rolt met de Gentse schepen Filip Watteeuw (Groen!). Bracke lacht. ‘Ik heb veel respect voor Watteeuw. Hij is goed, hij brengt het beste in mij naar boven en ik in hem. Twitter is een cafétoog. Maar het is een manier om inhoud te verkocht te krijgen bij een bepaald soort mensen. En bij de pers. Ik kan betreuren dat er journalisten zijn die meer naar Twitter kijken dan naar de werkelijkheid. Maar als dat zo is, pas ik mij aan. Dan zorg ik dat ik op hun schermpje kom.’

‘Vorm en inhoud zijn één, het is het eerste wat ik heb geleerd in de Germaanse’, gaat hij voort. ‘Pure inhoud, dat bestaat ook. Maar dan zit je niet op je plaats in de journalistiek en de politiek. Die verwevenheid moet er ook zijn, je moet mensen pakken. Er zijn niet zoveel manieren om dat te doen. Tijdens de federale regeringsvorming heb ik onderhandeld over pensioenen. Inhoud, natuurlijk. Maar zelfs op dat niveau speelt altijd een vormelement. Als je iets wilt binnenhalen, moet je het goed brengen. Mensen vragen me naar de truken van de foor. Het begint altijd bij één zinnetje. Een oneliner die een probleem heel duidelijk omschrijft. Daarin weef je de inhoud.’

Bracke gaat soms tot op het randje. Ik herinner hem eraan hoe hij me eind 2013 op een doordeweekse dag om 16 uur belde. We hadden elkaar nooit gesproken, maar Bracke zou me een primeur bezorgen over een dossier waar het Gentse stadsbestuur al even mee worstelde en waarover ik toen verslag uitbracht. Ik liet Brackes voorstel links liggen. Te laat op de dag, de informatie leek onvolledig. Een correcte inschatting, bleek achteraf.

Ik verander niet, de werkelijkheid wel

Hij haalt zijn schouders op bij de anekdote. ‘Heb ik u om vier uur in de namiddag gebeld?’ Een lachje. ‘Ik had nog wat later moeten bellen. Is dat cynisch? Maar nee. Je hebt je werk gedaan, een andere krant heeft het verhaal wel gepubliceerd. It served the purpose. Het heeft wat in gang gezet. Dat het niet helemaal klopte? Niets klopt helemaal. Het was trouwens niet zo bezijden de werkelijkheid.’

‘Dat is vraag en aanbod’, mijmert hij. ‘Was het ooit anders? Een krantenbladzijde moet gevuld. En elke politicus wil 16 van de 24 uur in een dag de bevolking overtuigen van zijn gelijk.’ We passeren een pleintje waar twee dealers worden ingerekend door agenten in burger. ‘Ziet u dat?’ Is het onze inbeelding of blijft Bracke net iets langer dan nodig dralen bij het tafereel? Als hij speelt, dan gretig. Als hij een punt maakt, dan zonder omwegen. ‘Ik ben altijd erg uitgesproken geweest. Er moet gekozen worden. Goed en niet goed, dat onderscheid bestaat echt. Net als dom en slim. Daarbij moet je rekening houden dat dom zijn vooral erg is voor de betrokkene. Maar je moet het onderscheid wel blijven zien. Op de nieuwsdienst heb ik dat principe altijd gehuldigd. Af en toe moet je duidelijk kunnen zeggen: ‘Dit is niet goed.’ En dat klinkt dan hard, ja.’

‘Als ik op een knopje druk, komt iemand een drankje brengen. Ik zweer u: ik vind dat niet normaal.’

Bracke is Kamervoorzitter. De man die ooit ‘de machtigste man van het land’ genoemd werd door Etienne Vermeersch is vandaag zeker niet meer de machtigste, maar volgens het protocol wel ‘de eerste’. Is de verhalenverteller een even handige carrièreplanner? Hij schudt het hoofd. ‘Ik heb nooit mijn vinger opgestoken om iets te mogen doen.’ En zijn sollicitatie bij de N-VA dan? ‘Dat moet zowat de enige keer geweest zijn. En dan nog bij de enige partij, naast het Vlaams Belang, die me voordien nooit gevraagd had op een lijst te staan. Ik heb ook veel geluk gehad. Dat je dat zelf creëert? Ach, wat een cliché. Brandende ambitie? Ik heb rond mij gezien hoe vernietigend dat kan uitpakken. Ik heb wel altijd zo goed mogelijk proberen doen wat ik deed, om het plezier van ergens goed in te zijn.’

Tegenover wie heeft hij wat te bewijzen? ‘Tegenover mijn vader.’ De man is al vele jaren overleden, maar Bracke heugt zich nog hoe hij in zijn jeugd door hem werd gekleineerd. ‘Ik ben 62 maar ik ben nog altijd psychologisch aan het afrekenen met hem. Ik wilde dat ik af kon raken van die drang, maar het lukt niet. Het is minder hevig dan vroeger, dat wel, maar nog altijd hevig.’ Het drijft hem vooruit, zegt hij. ‘Ik zou niet staan waar ik vandaag sta zonder mijn vader die ik zo verfoei. Bij wat ik doe, bij waar ik geraak, ik denk er heel vaak bij: ‘Wat dacht je wel? Dat het me niet zou lukken?’

©Siska Vandecasteele

‘Ik leid nu een leven waarin mensen me een drankje komen brengen als ik op een knopje druk. Ik zweer u, elke dag zeg ik: ‘Dit is niet normaal, raak er niet gewoon aan.’ Dat wil niet zeggen dat hij niet geniet. ‘Dat doe ik, en daar is niets verkeerds mee. Ik heb niet het gevoel dat ik me voor iets moet verantwoorden. En een schuldgevoel heb ik al helemaal niet. De mea culpa’s uit mijn jeugd zitten al lang onder de grond. Ik besef dat er iets absurds uitgaat van mijn functie. En dat ik door een aantal toevalligheden op mijn stoel terechtgekomen ben. Maar, en dan?’

‘Ik stamp graag tegen de schenen van het establishment, maar hoor er ook graag bij. Die dualiteit is des mensen, toch? Ik blijf ook altijd wat journalist. Ik geniet ervan iets van de buitenkant te observeren, maar evengoed van er binnenin dichtbij te zitten.’ En de status? ‘Dat is een deel van een ritueel. Rituelen zijn niet noodzakelijk, maar wel nuttig. Misschien is de toegevoegde waarde bij het Kamervoorzitterschap dat ik dat deel van de democratie waarover ik controle heb zo goed mogelijk kan laten werken.’

Of er nog iets bij moet? ‘We moeten ons verhaal bij de N-VA heel goed blijven uitleggen. Maar als de werkelijkheid je ruggesteun is, is dat niet eens zo moeilijk. Weerstand? Ik voel het vertrouwen van de mensen.’ En voor hemzelf? Hij grinnikt. ’Zoals wijlen Tuur Van Wallendael, ex-VRT-journalist, zei: een taart waar blote vrouwen uit springen. Dát mag er nog bij!’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud